Alle berichten van Redactie

Redactie Ikzoekeenmotor.nl.

Coos op Reis: DE KUST VAN AMALFI – DE REGEN

Prachtig weer. Het is nu al warm. Ik pak de zooi bij elkaar en ben bijtijds op pad.

(We lezen verhaal nummer 61 in onze serie Coos op Reis. Coos reist drie maanden door Zuid-Europa en neemt ons mee… )

Achteraf viel mijn villa met uitzicht op zee best mee. Voor 24 euro, jôh. En het was op dat moment alles dat nog beschikbaar was. Of een oud hotel voor 185 euro. Ach, het was goed zo. Ik hoef er niet de rest van mijn leven te wonen.

DE KUST VAN AMALFI

Op advies van twee jongelui, die ik een paar dagen terug in Rome ontmoette, ga ik vandaag de beroemde kustweg van Amalfi rijden. Er zijn in Europa een aantal wegen die je een keer gereden moet hebben, en één daarvan is de Amalfikust. De Amalfi-kustweg is een schitterende weg die op fenomenale wijze door het landschap slingert. Het ligt in Italië, net iets ten zuiden van de stad Napels, op het schiereiland Sorrento. De natuur is hier zó indrukwekkend mooi dat de Amalfikust inmiddels ook tot het werelderfgoed behoort. De weg is slechts vijftig kilometer lang. Maar hoe kort ook, het is echt een droomweg om te rijden, eentje die je met een gerust hart op je bucketlist kunt zetten.

De Amalfikust is vernoemd naar het stadje Amalfi. Een klein, toeristisch stadje waar de geschiedenis van deze kust ooit begon. Inmiddels is dit gebied uitgegroeid tot een van de beroemdste delen van de Italiaanse kust. Je vindt er een aantal van de mooiste dorpjes van Italië, waaronder Positano. Dit dorpje ligt op fenomenale wijze tegen de rotsachtige kust aan geplakt. En alle huisjes van Positano zijn ook nog eens in vrolijke kleuren geschilderd. Maar er zijn langs de kust nog veel meer bijzondere plekken waar je een keer moet stoppen.

Ik pruttel Sorrento uit en slinger via de woeste Colli di Fontenelle naar San Pietro. Daar neem ik de SS163 die rap in de zo beroemde en bezongen kustweg naar Amalfi en later Salerno verandert.

Direct als ik aan zee ben, begint de beleving van de kustweg. Links de extreem hoge, steile kale bergen. Rechts de weidse vergezichten over de azuurblauwe zee naar de talloze rotsen en de kleine eilanden. Daartussen de snelle speedboten die zich met hoge snelheid naar een geheimzinnig doel spoeden. Of het zijn gewoon cocaïne-runners, net als vroeger in Hawaii 5.0.

Schuin vóór pakt de route elke keer weer een vakantiesurprise voor mij uit: een rotsformatie, een stad in de verte aan zee, dorpjes tegen de bergen, prachtige huizen die door een reuzenhand op willekeurige plekken tegen de steile bergen aan zijn gekwakt of een blik op de verderop liggende en steeds slingerende bergweg. Er is hier geen tien meter recht. En het gaat maar door: links, rechts, links, rechts. De bochten zijn kort en fel. Het asfalt is goed. Ik durf best wat tandjes gas te geven. Maar ik wil ook kijken en genieten. Een duivels dilemma.

Ik heb niet zo op de borden gelet, maar ik zie geen campers en geen caravans. Ze zijn hier vast verboden. Gelukkig maar. Ze zijn te langzaam, te breed en te wit. Ze passen niet in de omgeving. En ze rijden mij maar in de weg…

Het is inmiddels extreem druk op de weg. Alle toeristen zijn op pad. De bussen veroorzaken de meeste ellende. Als twee bussen op een smal weggedeelte elkaar tegenkomen, dan is de narigheid helemaal niet te overzien en ontstaat gegarandeerd een verkeersinfarct. De bussen kunnen geen kant meer op omdat ze direct opgesloten worden door het achteropkomende verkeer. Achteruitrijden is dan bijna geen optie meer.

Ik profiteer ervan. Met de motor stuur ik er soepel langs. Simpelweg omdat er dan weinig tegemoetkomend verkeer is. En na het infarct is het groen licht op het circuit. De bussen houden immers alles tegen. Uiteraard neem ik ook voldoende tijd om te kijken.

In de dorpen doen ze het slimmer. Daar regelen mannen met groen-rode spiegeleitjes het verkeer. Dat lijkt heel toeristvriendelijk, maar het is pure zelfbescherming. Het is er zo smal, dat zelfs gewone auto’s elkaar echt niet kunnen passeren. Het hele dorp zou overdag ontwricht zijn.

Als ik langs een file dender en bij de man met het spiegelei arriveer, dan knikt hij genadig. Ik mag dóór. Haha. Dat komt vast omdat ik er met mijn bleke gezicht zo sneu uitzie op mijn poppenbrommer… Gas op die lolly! Vroemmm…!

Met de auto is de weg op zo’n dag als deze echt niet te doen, hoor. Niet doen. Het is één grote file. Je kunt als automobilist ook bijna nergens stoppen om even te kijken of een foto te maken. En met zo’n bus is het ook niks. Kortom: begin er niet aan. Het is niet leuk. Ga met je motorfiets of huur een lichte scooter. Er gaat ook een boot. Lekker in de zon en in de wind. Dat is veel leuker.

Maar voor mij, op mijn dikke BMW, is deze route prachtig en sensationeel om te zien, mee te maken en absoluut de moeite waard. Bijna 70 kilometer lang het paradijs op aarde.

Maar het wordt warmer en warmer. Ik neem mij voor om boven de 30 graden niet meer te stoppen voor een foto. En helemaal niet als ik net een bus voorbij ben gegaan. Maar ja, ik moet ook aan mijn lezers denken, hè? Ik heb natuurlijk wel mijn verplichtingen en moet productie voor het verslag leveren… Toch is het lastig om echt goed de route in beeld te brengen. Jullie missen op de foto’s de beleving.

De route was top. Ik ben er geweest. Wow. Vinkje op de lijst!

NAAR DE ADRIATISCHE ZEE

Ik verlaat de kust van de Middellandse Zee en ga op weg naar de Adriatische Zee. Ik stijg snel de heuvels in en kijk over het landbouwplastic uit naar zee. Tja, die pomodori moeten ergens vandaan komen. In een haarspeldbocht kom ik eerst een bonte mannetjesfazant tegen. Ik schrik mij de tandjes van hem. En hij van mij natuurlijk. Geen idee of die beesten tandjes hebben. Een stuk verderop sta ik plots tussen de schapen. Bêhbêh… Kijk ze bescherming en veiligheid bij elkaar zoeken. Dichies bij dichies.

Het is heerlijk in de bergen. Het koelt wat af. Er zijn hier helemaal geen scootertjes en auto’s. De wegen zijn leeg en verlaten. Ik snap dat wel. Iedereen gaat hier natuurlijk elke dag over die mooie kustweg heen en weer rijden….

Fluitend volg ik de route en draai ik mijn bochies en … plotseling houdt de weg op. Huh? Ik zit echt met mijn navigatiesysteem op de route. Maar hier stopt de weg. Einde. Klaar. The End. Fini.

In juni volg ik in het oosten van het land de offroad-training bij Bert Duursma.

Maar op mijn eigen motor met al die bepakking ga ik hier echt niet aan beginnen… Zie foto.

Ik verleg de route en denk een slimme omweg gevonden te hebben. Ik stamp door een dorp waarvan de straatjes zo smal zijn dat ik er net met de motor doorheen kan. Een half uur later sta ik weer op precies dezelfde plek.

Ik rijd terug naar het dorp en vraag aan een Italiaan naar de situatie. Hij adviseert mij om rond te rijden. Er is in dat gebied geen doorkomen aan en die weg bestaat niet. Een gigablunder in het kaartmateriaal. Anderhalf uur later sta ik weer in Salerno. Weet je wat ik denk..? Juist, dát denk ik!

Het is inmiddels 16:00 uur en ik heb nog 220 km te gaan. Rechtsvóór ontstaan pikzwarte wolken boven de bergen. Bliksemflitsen schieten door de lucht. Ik hoop de ellende te ontlopen, navigeer naar de tolweg, trek snel een kaartje en geef vol gas. Ik jaag de snelheid op en hou rechts de narigheid in de gaten. We gaan harder en harder en de weg slingert omhoog en omlaag. Maar het is een kansloze missie…!

DE REGEN

Het wordt eerst nog wat donkerder en vervolgens inktzwart. Ik ruik de ozon en voel de luchtdruk veranderen. De wind is plots weg en ik daver voort in een soort vacuüm. In mijn hoofd zet ik mij vast schrap. De temperatuur dondert eerst in een paar minuten van 31 graden naar 11 graden. En dan plotseling, alsof iemand met een grote hand op een felrode knop drukt, komt de regen met bakken naar beneden. Eén dikke grijze sluier. Van uit naar aan. Boem! Het is niet normaal. Zelfs Noach had het hier niet gered. Automobilisten schuilen onder viaducten omdat ze bang zijn voor aquaplaning en hagel. Tja, wie niet? Maar ik heb net 31 graden achter de rug en alle Velux-dakramen in mijn Stadler-motorpak staan op standje doortochten. De regenvoering zit er echt niet in. In een paar seconden ben ik zeik-en-zeiknat. Ik ga hier zeker niet op de vluchtstrook onder een guur viaductje schuilen. Dat is levensgevaarlijk. Maar ik ga door, ik moet! Ik ben heel snel nat en koud. Ik draag mijn doorwaaihandschoenen. Die blijken niet alleen warme lucht door te laten. De regendruppels vallen koud en hard op mijn handen. Ik zet de handvatverwarming op stand twee, maar daar worden alleen de binnenkant van mijn handen warm van.

Het heeft hier al effe niet geregend en het sop van banden- en olieprut staat letterlijk op de weg. Zolang ik echter rechtdoor rijd, maak ik mijn daar niet druk om. En over aquaplaning ook niet. Daar hebben motoren met hun smalle banden nauwelijks last van. Ik snijd het water open. Ik ga als Mozes door de Rode Zee, maar ik voel nondeju wel het water van de weg tegen mijn onderbenen aan slaan. Mooi dat Mozes in de film door het zand banjerde…

Een vrachtauto, aan de andere kant van de vangrail, knippert met zijn lichten en claxonneert langgerekt en luidruchtig. Razendsnel begrijp ik waarom hij dat doet. We passeren elkaar in een soort kuil in de weg. Aan mijn kant staat het water óók centimetershoog op het asfalt. Ik duik achter mijn loketje, zet mij schrap en de vrachtauto, met misschien wel 16 of 20 wielen, slingert een enorme grote golf koud en smerig water over mij heen. Secondenlang zie ik totaal niks. Het water gutst eerst over mijn scherm, dan tegen mijn vizier, vervolgens tegen mijn borst en buik, door mijn onderbroek en langs mijn benen mijn laarzen in. Bij 31 graden wellicht een erotisch moment, maar bij 11 graden vind ik er geen ene klote aan…

Na een kwartier ben ik er onderuit. Dan liggen alle baggerstromen achter mij. De temperatuur stijgt zachtjes weer tot 24 graden. Dat is maar goed ook, maar het is niet genoeg. Ik ben versteend van de kou. Dat komt door de verdamping van het vocht uit mijn pak, leerde ik van mijnheer Ferdinandusse tijdens fysicales op de middelbare school. Verdamping onttrekt warmte. Ik zit te rillen op mijn motor. Ik kan beter tegen de warmte dan tegen de kou. Brrr… Ik moet trouwens ook nog tanken. Voor 1,94 per liter in plaats van 1,54. Ik overweeg om morgen terug te gaan en die petrolhead een hoek voor z’n harses te geven. Ellende komt niet alleen.

MORGEN

Ik kom weer bij de kust, maar dan aan de Adriatische Zee. Er is in deze omgeving overigens geen druppel water gevallen. De regen zat echt alleen maar in de bergen. Ondanks het droge wegdek grijpt tot twee keer toe het ABS in op de spekglad gepolijste stenen in het dorp. Het blijft uitkijken.

Ik vind bij drie campings niks van mijn gading en kies in Manfredonia voor een hotel aan zee. Met zeezicht. Het is een klein kamertje voor 60 euro, inclusief ontbijt. Maar het is het enige dat zij nog hebben. Het is ook hier retedruk. Morgen is het 1 mei en dan vieren alle Italianen dat ze niet hoeven te werken.

Morgen reis ik verder. Dit gebied heeft voor mij geen goede aardstralen. Ik weet niet waarom. Ik vind het niks. Teveel verkeerde gezichten? Geen idee.

Mijn motor slaapt veilig. De politie komt hier 24 uur per dag koffiedrinken. Ik heb nog nooit zoveel pistolen gezien. Trusten!

Wat neem je mee op een alledaagse motorrit?

Praat erover met tien motorvrienden en je krijgt tien verschillende verhalen. De ene kiest voor zijn mobiele telefoon en een flesje water. De ander heeft een speciale tas in zijn koffer waarin je al het mogelijke aantreft wat je kunt bedenken. Natuurlijk is het handig om water bij te hebben. Wat reparatie materiaal is fijn. Ducktape en  tie raps zijn handig. Een Zwitsers zakmes is slim. Een reserve bril en wat medicatie misschien? Wat je meeneemt op je motorfiets hangt natuurlijk sterk af van het gebied waar je rijdt en hoe ver van huis je gaat. Hier in Nederland is een hulpdienst of je eigen motor garage zo gebeld, maar ergens afgelegen in het buitenland is het natuurlijk fijn dat je een aantal problemen zelf op kunt lossen. Voor de mensen die echt op alles voorbereid willen zijn is de volledige tas van deze ervaren motorjournalist misschien een idee? Hij heeft een volledige “motor survival kit” bij zich:

Wat neem jij zoal mee? Mis je nog iets belangrijks? Laat het ons weten in de comments.

 

Wat oude motorfiets reclames uit de USA

Op YouTube kwamen we deze compilatie tegen uit 2016. Gewoon wat vreemde en grappige motorfiets-reclames achter elkaar geplakt. Aan de motoren zie je dat de reclames van jaren terug zijn, die overigens nauwelijks hier in Europa op tv terecht zijn gekomen. Dus, best verassende om naar te kijken.

//youtu.be/jEn6j4PvYfg

Hans Heemskerk: Blijf rijden, val niemand lastig en geniet van alles!

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Mijn naam is Hans Heemskerk, ik woon sinds 1995 in het dorp Biddinghuizen, maar ben geboren (1959) en getogen in hartje Rotterdam, op gehoorafstand van de ‘Grote- of Sint Laurenskerk’.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Vanaf mijn 16e tot en met vier maanden nadat ik 18 werd, heb ik op een Yamaha FS1 brommer (ja Mink Bijlsma -interview 22 mei 2021-, alles naar beneden) gereden. Toen na twee jaar het derde setje snelle onderdelen op vriendelijk doch dringend verzoek van de politie was gedemonteerd en ingeleverd, reed het bromfietsje (net daarvoor!) ruim 100 km/uur. Plat op de tank, achter de teller, met de voeten op de duosteunen … Daarbij scheelde het wel dat ik in de zomermaanden het authentieke Yamaha-crossstuur verving door een set Tomaselli-clipons, gemonteerd onder de bovenste kroonplaat! In augustus 1977 werd ik 18 en begon ik met motorrijlessen; het aanvragen van het A-rijexamen duurde indertijd vier maanden, na een stuk of 8 rijlessen haalde ik op 19 december 1977 mijn rijbewijs, op 21 december stond ik met mijn vader (die moest tekenen, meerderjarig was je toen pas met 21 jaar) bij Motorhuis Safe in Rotterdam …

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets?

Op 21 december 1977 dus. Een prachtige bordeauxrode (je had ze ook in het kanariegeel!) Honda CB750 F1. Daarna kwamen de Comstar-wielen, maar deze had nog gespaakte wielen en één remschijf in het voorwiel. Ik heb er een onvergetelijke vakantie in Spanje mee beleefd, voordat ik hem op 24 september 1978 (buiten mijn schuld) total loss reed tegen de dorpsgek van Etten-Leur. Moderne motorfietsen zijn sterker, sneller en zitten vol veilige elektronica, maar ik vind die Honda zoals ik hem had nog steeds een stijlvolle motor.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik ben mijn motorleven begonnen in de winter en reed de eerste jaren zonder het alternatief van een auto, dus dóór in de winter. Maar zodra er ook een auto voor de deur stond werd motorrijden een hobby en ik een ‘mooi-weerrijder’. Wat overigens niet wil zeggen dat ik allergisch ben voor rijden in de regen: een van mijn meest memorabele circuitervaringen had ik tijdens een circuitdag op het circuit van Zolder, in de stromende regen. Op een circuit ben ik zeker geen lefgozer (daarbuiten ook niet trouwens), meer iemand van de strakke lijnen en ‘blijven nadenken’, maar toen ik na 2 rondjes direct achter de Belgische voorrijder eens omkeek … zag ik niemand meer achter me; ja, zeker in de regen rijdt ‘netjes’ vaak het snelst! Maar van kou ben ik geen liefhebber, en een Supersport met handvatverwarming vind ik niks.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Na enig nadenken: na een paar jaar motorpauze (na een nekhernia-operatie) heb ik vorig jaar weer toegegeven aan het altijd sluimerende motorvirus en heb toen een ‘klassieke’ Yamaha R6 uit 2002 gekocht, een model dat ik in 2001 al eens nieuw had aangeschaft, en waarvan ik nog steeds de achterlichten de mooiste vind die ooit zijn ontworpen. Een R6 heeft alles wat ik nodig heb om van motorrijden te genieten: fantastische wegligging, fenomenale remkracht, mooi design en voldoende vermogen om prettig hard een bocht uit te accelereren. Dus met die prijs uit de loterij zou ik waarschijnlijk geen motor maar een huis in Italië kopen, om als mooi-weerrijder elke dag van mooi weer en mooie bochten te genieten …

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

De allermooiste!? Pfff … Dan moet ik kiezen uit vier onvergetelijke reizen naar de GP van Italia, op het circuit van Mugello, samen met vriend Rob, allebei op een R6, dé tourmotor bij uitstek, en talloze fantastische dagen op de circuits van Zandvoort, Zolder en natuurlijk Assen, een meerdaagse Advanced Riding Course van Yamaha Europe op de Nordschleife, en geweldige weekends strak sturen met motorvrienden in de Duitse Eifel … Een selectie dan: de mooiste lange rit was de derde keer Mugello, omdat het weer toen het mooist was. De meest extreme rit was die keer dat ik met YZF-R Club-vriend Manfred (die plaatselijk zeer goed bekend was) vanaf het hotel in Zilshausen een ander clublid in Cochem ging ophalen en we met voor iedereen zichtbaar glinsterende ogen bij de achterblijvers in het hotel terugkwamen. Ik heb zelden met iemand zo hard en zo strak over een bijna uitsluitend uit bochten bestaand stuk openbare weg gereden! Maar de meeste voldoening gaven denk ik toch de keren dat ik als voorrijder tijdens circuitdagen op het TT-circuit van Assen andere liefhebbers van sportief motorrijden de kunst mocht bijbrengen van hard en safe rijden. Laten zien, maar na afloop van elke sessie ook met woorden uitleggen, dat voor echt hard rijden meer komt kijken dan veel/blind gasgeven. De dankbaarheid van deelnemers die aan het eind van de dag niet alleen zichtbaar sneller, maar ook zekerder, met meer overtuiging en meer plezier hun rondjes reden, is onbetaalbaar.

Originele foto: Ad Kievit

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Nou, volgens mij heb ik nog nooit een echte toertocht gereden, ik ben geloof ik niet zo’n ‘toerder’ … Maar wat ik zeker nog ga doen, en váák hoop ik, is mijn oudste dochter, die sinds 2020 ook motorrijdt, en haar vriend de mooiste bochten van de Duitse Eifel laten zien. Als je ervaring wilt opdoen, is er geen mooier gebied dan dat: je rijdt naar Aachen, gaat bij Aachen-Brand de snelweg af en rijdt dan via de B258 naar hét eldorado voor bochtenfanaten. Natuurlijk wel een beetje op de verkeersregels letten, anderen niet in gevaar brengen en geen overlast veroorzaken, maar dan is het geweldig leuk en bijzonder leerzaam bovendien.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Nee, zie het antwoord op vraag 5. Ik rijd op mijn 10e motor, heb 2 Honda’s, 2 Suzuki’s en 6 Yamaha’s, waaronder 5 keer een R6, gehad en heb heel bewust voor dit 2002 model R6 gekozen. Ik heb tussendoor op heel veel verschillende (Supersport)motoren van vrienden gereden, van R1 tot Fireblade en van GSX-R1000 tot dikke Ducati’s, maar blijf het leuk vinden om op zo’n ‘klein’ 600-je die grote jongens voor te blijven. Als het voldoende bochtig is tenminste …

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Heel veel, deels direct, deels indirect (toeval bestaat niet!): fantastisch mooie (stuur)momenten en unieke, onvergetelijke ervaringen en de kennismaking met veel sympathieke mensen. Zo ben ik door het motorrijden bij de Yamaha YZF-R Club terechtgekomen, een geweldig gezelschap liefhebbers, waar ik onder andere een aantal jaren verantwoordelijk was voor het clubblad. Het versterkte me in de overtuiging dat ik ‘iets’ met tekst moest gaan doen, een professionele stap die ik een paar jaar later daadwerkelijk heb gezet: Heemskerktekstentaal.nl. Bovendien ben ik er lang geleden al door in aanraking gekomen met de wegracesport, wat er indirect weer voor zorgde dat een andere hobby tot professionele proporties uit de hand kon lopen …: Fotohansheemskerk.nl.

Maar eerlijk is eerlijk, het heeft me ook twee dierbare vrienden gekost, die op een motor dodelijk zijn verongelukt. Een in 1980, tijdens een motorrace op een Nederlands stratencircuit. De ander in 2005, op weg naar huis na een sfeervolle ALV van de Yamaha YZF-R Club, waar hij enkele uren daarvoor nog naast mij achter de bestuurstafel had gezeten. Naar de crematie reed een indrukwekkende stoet van zo’n 100 Yamaha R-motoren achter de rouwauto aan. Het was de passie voor motorrijden die hen fataal werd, maar paradoxaal genoeg ook voor een belangrijk deel het leven voor hen de moeite waard maakte.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Iets over een ervaring waar meer motorrijdende ouders denk ik mee te maken hebben: het moment dat je kind zegt dat hij/zij (in mijn geval ‘zij’, ik heb twee dochters) wil gaan motorrijden en hoe je daar dan als liefhebbende ouder op reageert. Ik kreeg toen mijn oudste dochter in 2020 een prachtige Honda CBR600-RR kocht in elk geval nogal wat reacties van andere ouders in de trant van: vind je dat goed, dat is toch hartstikke gevaarlijk, en als er nu iets gebeurt? Sowieso merkte ik dat de reacties werden beïnvloed door het feit dat het om een dochter ging. Meisjes en motoren, voor veel mensen nog steeds iets bijzonders. Mijn reactie was steeds: hoe kan ik iets wat ik al vanaf mijn 18e met zoveel passie en overgave doe, mijn kinderen onthouden of zelfs verbieden? Wat ben je dan voor een ouder? En dan nog, mijn dochter is meerderjarig, ze heeft mijn toestemming niet nodig. Nee, mijn dochter moet niks, en ze hoeft zeker niet te doen wat ik leuk vind, maar ze mag het wel. En daar reageer ik dan enthousiast op. En ik geef tips. Ben geïnteresseerd in haar rijopleiding. Ga (mee) proefrijden als er serieuze interesse voor een motor is. En ik ga natuurlijk, nu ze een motor heeft, mooie ritjes met haar maken. Ik heb heel veel andere rijders geleerd hoe ze met plezier snel en veilig kunnen rijden, zowel op het circuit als op de openbare weg, dus dat doe ik ook bij mijn dochter. Het is een beetje zoals ernaast lopen als ze leren fietsen: als je wilt dat ze goed leren fietsen is het je verantwoordelijkheid als ouder om daar moeite voor te doen. En ik heb tenslotte die motor in de garage staan én een jarenlange ervaring. Dus zie ik inmiddels met een goed gevoel dat mijn dochter een prima rijtechniek heeft ontwikkeld, lekker doorrijdt, maar wel haar hersens gebruikt en volop geniet van haar Honda 600. En ja, motorrijden brengt risico’s met zich mee, net als leven in het algemeen en op een ladder staan in het bijzonder. Maar plezierig leven betekent nu en dan enig (gecontroleerd) risico nemen, en wie gunt zijn kind geen plezierig leven?

Blijf rijden, val niemand lastig en geniet van alles!

Passie voor motoren, in Zeeland

Onze trouwe motorcolumnist Coos van der Spek, bekend van de serie “Coos op Reis” was eind augustus in Zeeland op pad. Hij ging bij MotoPort Goes wat prachtige gerestaureerde BMW’s bekijken (foto’s kun je vinden via Passie voor Motoren op Facebook) en op de terugweg maakte hij dit plaatje. Zonder fotoshop en zonder filter. Kijk, dat is dus #passievoormotoren.

Als je klikt op de foto hieronder dan kun je via onze Facebook groep PASSIE VOOR MOTOREN (even lid worden) meteen de serie foto’s bekijken uit deze afbeelding: