Categorie archieven: Ikzoekeenmotor.nl

Een oude BMW tussen windvangers

Wat een bijzonder land leven we toch. Afgelopen weekend was het prachtig lenteweer. De thermometers tikten de 18 graden aan. Terwijl we het weekend ervoor nog konden schaatsen. Zaterdag was het nog wat frisjes, maar de zondag was het geniaal motorweer. Het had de dagen ervoor flink geregend, dus alle motorrijders die geen zin in pekel hebben, en hun stalen rossen willen sparen, tja, die hadden geen enkele reden om thuis te blijven. Je zag ze dan ook werkelijk ineens weer overal rijden.

De zondag maakte ik een fijne rit, even naar Bruinisse op en neer. In de afbeelding een oude route afdruk via Rever, uit 2019. Eenmaal thuis, na wat omwegen nog, had ik een 120 kilometer gereden. Ik heb de gewoonte, om, vanuit het motto “vlot over de weg en vriendelijk tegen de mensen” elke motorrijder te groeten. Naar schatting heb ik dit toch wel een tweehonderd keer gedaan. Ongelooflijk. En dan heb ik nog het voordeel dat je een clubje van zes motorrijders in één zwaai groet, dus dat scheelt.

Fotografie; Jeroen van de Ven, www.foto-lab.nl

Bruinisse is een ritje wat me altijd trekt. Vanuit Roosendaal gezien begint Zeeland meteen voorbij Steenbergen. De windmolens lonken in de verte, en zodra je langs Tholen rijdt, ruik je de zilte lucht. “Waar Brabant Zeeland kust”, zouden ze in Bergen op Zoom zeggen. De bedoeling was tweeledig. Ik wilde even een lekker kroketje eten bij de frietkar op de Grevelingendam, net voor Bruinisse. Dat viel dus tegen. Februari, hij zal zijn vergunning nog niet hebben, want hij stond er niet. Of zou het ook die lockdown zijn? Dat hij nu buiten ook niks mocht verkopen? Het leek me stug, dat hoor ik nog wel.

Verder kwam ik al rijdend op een idee. Vorig jaar november maakte ik op een zonnige dag een foto van de Televisietoren in Roosendaal. Daarna kreeg ik het maffe idee om er even een tekstje op te monteren. Een beetje reclame, het moet kunnen, roep ik altijd. Enfin, ik vroeg me af hoe de windmolens eruit zouden zien met deze tekst. Ik wilde stoppen om er eentje met de iPhone vast te leggen. Daar zag ik iemand met een prachtige, echte camera. Dus ik stopte, en heb aan hem (Jeroen van de Ven) gevraagd of hij mijn oude BMW R80R wilde vastleggen op de gevoelige plaat. En dat deed deze fotograaf. Mijn visite-kaartje gegeven, en de volgende dag ontving ik deze twee beelden (met de windmolens).

Fotografie; Jeroen van de Ven, www.foto-lab.nl

Mijn dertig jaar oude machine, vereeuwigd, tussen deze gigantische indrukwekkende waaipilaren, die energie verschaffen voor een volgende generatie motorrijders. Motorrijders die de wereld minder gaan vervuilen dan wij. Die geruisloos, zonder rook, langs zoeven. Vaak hoor ik mensen praten over “landschapsvervuiling” maar ik moet je zeggen, dat ik er graag naar kijk. Ik heb iets met die windmolens. De vlaggen van de ruimte.

En Jeroen, ik (redactie, John) wil jou, enorm bedanken voor het maken van deze twee prachtige platen. Ik heb besloten er niets, maar dan ook niets aan te veranderen. Het voelde ongepast. In de ruimte die jij had vastgelegd, paste gewoon geen reclameletters.

Wil je meer fotografie van Jeroen bekijken, ga dan naar Foto-Lab.nl. Of volg hem op instagram. Hij legt vast, zonder pretenties, dat wat hij ziet. Vlijmscherp. Vakmanschap.

Wil Stevens, trots op zijn motorrijdende kinderen

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Mijn naam is Wil Stevens en ik kom uit Zuid- Limburg.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Mijn eerste bromfiets was een Zundapp.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Op mijn 18e jaar heb ik gelijk een motor gekocht. Dat was een Honda XL600R.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik ben een doorrijder.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Dan zou ik een Panhead en een Shovel kopen.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Mijn mooiste rit was binnendoor naar Zuid Frankrijk, daar de boot op en naar Corsica. Na een week weer de boot op om naar Toscane (via Umbria) en Frankrijk weer terug naar huis te rijden. Dat was een rit van 3 weken, waarin we 4500 kilometers reden.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Met de kinderen een maand naar Amerika, en daar te gaan rijden op een Harley.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Nee, de motoren die ik nu heb, wil ik nooit meer weg doen.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Vrijheid! Ik heb mensen mogen ontmoeten en mooie plaatsen gezien in Europa.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Twintig jaar geleden hadden we speciaal voor de kinderen een zijspan gekocht. Iedere vakantie en alle weekenden gingen we samen met hen op pad. Nu na zo veel jaar hebben ze alle twee zelf het motorrijbewijs gehaald, en maken wij samen met de kinderen weer mooie tochten en vakantie-ritten met de motorfiets. Mijn vrouw en ik zijn heel trots.

De laatste tien dagen in Canada


De afgelopen maanden hebben we kunnen genieten van de reisverhalen van Hans en Dia. We hebben genoten van al hun routes door Noord-Amerika (Canada en Alaska). Namens de redactie@ikzoekeenmotor.nl willen we Hans en Dia enorm bedanken voor al hun verhalen! Hier het 15e verslag:

“Aan alles komt een eind, zo ook aan deze reis. Dia en ik reden in totaal 26.000 kilometer in een krappe drie maanden. Het was een fantastische reis, we hebben er dubbel en dwars van genoten. Ik zou het zo weer doen.

Na deze reis zijn we een maand thuis geweest en toen naar Nepal vertrokken. Het volgende grote reisplan is om de motoren naar Valparaiso te verschepen en dan eerst naar het zuiden te rijden tot Tierra del Fuego en dan naar het noorden door Zuid-Amerika, Midden-Amerika en dan naar de USA en Canada. Dat hadden we gepland voor het najaar van 2020, maar nu hopen we in het najaar van 2021 te kunnen vertrekken.

Maar nu eerst het verslag van de laatste tien dagen in Canada.

Op 4 september reden we weg uit Lytton richting de Rocky Mountains. We wilden nog een rondje over die prachtige wegen rijden en naar het prachtige Lake Louise.

De kilometerteller stond inmiddels op ongeveer 23.000 km. We wilden gaan kamperen in het plaatsje Golden. Wachtend op een ferry, die hier allemaal gratis zijn, spraken we een aantal andere motorrijders. Een er van was een ex-leraar, geboren in Nicholson.

Hij vroeg waar we heen gingen en hij adviseerde ons om door te rijden naar Nicholson, omdat de camping in Golden vlak naast een spoorcomplex lag en daar zou het erg lawaaiig zijn door de diesellocomotieven.  De camping stelde inderdaad niet teleur. We waren er vrijwel alleen.

Eveneens op zijn advies reden we de volgende dag naar het Bugaboo National Park. De weg daarheen is een Forest Service Road. De eerste 15 km waren prima, maar daar het de nacht er voor flink geregend had, was de weg een enorme modderpoel. Er kwam nog bij dat het landschap  minder spectaculair was dan er was voorgesteld. Daar hadden we geen trek in, het moet tenslotte niet op werken gaan lijken.

We keerden terug richting Highway 95 en reden langs de Kootenai River. In de namiddag bleek dat het bij Lake Louise nog drukker was dan in juni. We hadden geen zin om in de file te staan voor het parkeerterrein, dus wederom hebben we het gelaten voor wat het was. Ook in Banff was het vreselijk druk met zeer veel toeristen.

Over de Highway 93 reden we richting het Jasper Park. We wilden het rustig aan doen en stopten al om 11:30 uur bij de “Mosquito Campground”. Er waren gelukkig niet veel muggen. We waren precies op tijd om het laatste plekje op de camping te bemachtigen.

Tijdens een wandeling in de middag ontmoeten we een ouder Duits echtpaar met een camper, ze konden de camping niet vinden. De bewegwijzering was ook niet erg duidelijk. We zeiden tegen hen hoe ze moesten rijden, maar dat de camping waarschijnlijk vol was en dat ze desgewenst bij ons op de plaats konden komen staan. Bij toeval wist ik het nummer nog uit mijn hoofd. De plaats was zo groot, dat er makkelijk drie tenten op konden staan, zonder dat je mekaar in de weg stond. Het is opvallend hoe groot de plaatsen zijn op de campings, maar het aantal plaatsen is beperkt. Toen we later terugkwamen bleken ze er inderdaad te staan. We werden beloond met een paar koude biertjes en het aanbod dat zij de plek zouden betalen. Het bier hebben we aanvaard, maar de plaats was niet duur en toch al betaald.

Op 6 september reden we weer naar Jasper. Het eind van de tocht begon te naderen, hierna zouden we weer richting Vancouver gaan. Het was erg koud ’s nachts en mijn slaapzak begon wat oud te worden. Dan is een temperatuur rond het vriespunt toch wel wat frisjes. Ik heb die slaapzak al weer een jaar of 15. Met een Cordurahoes om de slaapzak, een muts op en een extra laag motorondergoed aan, kroop ik al vroeg onder de wol.

Dia ontmoette de volgende morgen een groep “elk” dames (elanden) die de ingang naar het toiletgebouw blokkeerden. De parkwachters kwamen ze wegjagen, zelfs van de camping af. De kudde was hiervan duidelijk niet onder de indruk, want een half uur later waren ze weer terug, maar nu bij onze tent. Ik kon ze mooi fotograferen. Ondanks dat ik afstand hield vond de heer van de kudde dat niet voldoende.

Met zijn imposante gewei kwam hij in gestrekte draf op me af. Ik voelde een stevige adrenaline stoot en rende een stukje voor hem uit, tot ik achter een boom kon schuilen. Hij bleef staan en liet zich fraai fotograferen. Ik moet zeggen dat ik meer onder de indruk was van het optreden van deze eland, dan van de beren en bisons die we onderweg waren tegengekomen.

We verlieten de camping om richting Sorento te rijden waar neef Norman met zijn vrouw Pauline woont aan het meer (Lake Shushwap). Ze hebben er een prachtig plekje, pal aan het meer. We zouden met hen, de volgende dag de omgeving gaan verkennen en het meer in de rondte rijden. Maar het weer zat tegen, dus lieten we dat achterwege. De Triumph van Norman kon op stal blijven. Wel hadden we een gezellig diner, ook neef Doug met zijn vrouw Ruth waren aanwezig. De volgende dag vertrokken we alsnog in de regen, gelukkig klaarde het al vrij snel op. Verder hebben we geen regen meer gehad.

We namen de prachtige Highway 99 richting Lillooet, langs de Fraser River. Onderweg stopten we om foto’s te maken en we spraken met een jong Frans stel. Ze waren op hun motoren vanuit Frankrijk naar Zuid-Korea gereden en daarna hadden ze de motoren verscheept naar Japan. Vandaar uit waren ze met het vliegtuig naar Vancouver gevlogen en nu waren ze drie dagen in British Colombia. Wat een reis! We begonnen meteen ook te filosoferen over onze volgende reizen want het reisvirus zit inmiddels diep in ons geworteld.

Vancouver kom je aan de noordkant de stad binnen en daar bleek dat het stadsverkeer erg druk te zijn. Op elke straathoek staan er verkeerslichten en we deden er drie kwartier over om het Richmond te bereiken waar het vliegveld vlak naast ligt. We hadden daar een B&B geboekt zodat we de volgende dag gemakkelijk de motoren konden inleveren,

De B&B bleek midden in “China Town” te liggen en de dame van de B&B was ook Chinees en sprak geen Engels. Google Translate bracht uitkomst. De kamer was zeer ruim en kostte nog geen €40.-

De thuisreis verliep verder ongecompliceerd. Vanaf Vancouver duurt de vliegreis naar Nederland 9 uur en er is een tijdsverschil van eveneens 9 uur. Alles bijeen is dat tamelijk vermoeiend. Het inklaren van de motoren in Nederland verliep redelijk vlot en de laatste 80 km naar huis, waren na de 26.000 km aan de overkant eigenlijk zo voorbij.

Zes weken later zaten we in het vliegtuig naar India om vandaar naar Nepal te rijden op Royal Enfields.”

Wordt vervolgd…

Wil je alle verhalen van Hans en Dia lezen, klik dan op deze link.

De Bosozoku, geschiedenis uit Japan

Door een trouwe lezer werden we geattendeerd op de Bosozoku uit Japan. Een bijzondere motortrend (met motorclubs en bendes) die opkwam in de 70-er jaren. Het was een subcultuur die vrij discutabel in het nieuws kwam in die jaren. Zoals dat soms gaat met motorclubs, helaas. Er waren bijeenkomsten die niet altijd vredelievend verliepen. Op Wikipedia zochten we de term even op:

BOSOZOKU: (暴走族, “gewelddadige rennende stam”) is een Japanse subcultuur die geassocieerd wordt met motorclubs en bendes. Bōsōzoku kwamen voor het eerst voor in de jaren vijftig.[1] De naam bōsōzoku werd pas in 1972 door de media aan deze subcultuur gegeven.[2] Deze bendes waren gecentreerd in grote metropolen, zoals Osaka en Tokio. De eerste bōsōzoku stonden bekend als Kaminari-Zoku (雷族 “Lightning Tribes”). Bij de Japanse politie worden ze Maru-So (マル走) genoemd. De meeste leden zijn jongeren onder de twintig jaar (de leeftijd waarop je volwassen bent in Japan). Tegenwoordig zijn er ook steeds meer vrouwelijke leden en zelfs volledig vrouwelijke bendes die evenveel respect krijgen van de andere bendes. Dit is voor het patriarchale Japan zeer merkwaardig.

We kwamen op Youtube dit filmpje erover tegen. Waarin de leden van toen  terugkijken op de vergane glorie. Het heeft een bijzondere motordesign-stijl opgeleverd. Die soms nog steeds bepaalde smaken voor design uit Japan verklaren. Alles heeft zijn tijd.

 

Jacqueline Vermeulen gaf de motorliefde door aan haar kinderen

Wie ben je waar kom je vandaan?

Ik ben Jacqueline Vermeulen – Hopmans  (64)  uit Dinteloord en heb geen motor rijbewijs, maar geniet van het meerijden met mijn man  Will (67) uit  Klundert. Onze beide vaders reden motor, in- en net na de oorlog, AJS en Jawa.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat?

Ik reed op en neer naar school met mijn Puch. Will had toen een Zundapp.

Wanneer kocht jullie de eerste motorfiets en wat voor motor was dit?

In 1974 kochten wij samen (alleen kon hij het niet betalen ) de Honda CB 450. Dit was een snelle motor met torsie staaf klepvering, een unieke constructie.

Ben jij een mooiweer-rijder of een door-rijder?

Vroeger reden we door weer en wind (schooltijd en militaire dienst) maar nu vooral met mooi weer.

Stel je wint een prijs in de loterij ? Wat voor motorfiets zouden jullie dan kopen?

Een BMW  F900 XR.

Wat was de mooiste rit die jullie ooit reden?

In 1976 naar Oostenrijk. We gingen met de Honda CB 350F naar de Grossglockner. In 1980 naar Italië , Venetië, San Marino, Rimini en Florence.

Staat er nog een bijzondere toertocht op jullie bucket-list?

Niet echt,  toertochtjes samen kunnen maken in de Benelux. En we willen nog een gezin toertocht plannen.

Denk jullie al aan een volgende motorfiets?

Ja, die BMW F900 XR dus, zie een paar regels terug.

Wat heeft motorrijden jullie gebracht in je leven?

Het geeft een heerlijk gevoel zo echt in de buitenlucht te rijden. Het achterop zitten kan ik uren volhouden. Het is dan ook leuk er samen op deze manier van te kunnen genieten.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

We zijn samen begonnen met motor rijden. Ik zit altijd achterop en ook dat moet je leren. Het jezelf durven overgeven aan de bestuurder, lekker mee hangen in de bochten en relaxed kunnen rondkijken.

We gingen naar motor sprint in Den Helder en de vliegstrip in Drachten samen met Jan en Willy Vos ( CB750 ) en de Van Veen Wankel, verder naar de TT Assen, en naar diverse motorbeurzen.

Op vakantie bleef de auto altijd thuis en gingen we met de motor op weg. Van Honda CB450 (1972) naar Honda CB 350 F, Kawasaki Z750 Twin  (de schuimklopper) tot  1980 . Toen kwamen de kinderen en later pakten we het weer op. Vanaf 1999 een Suzuki VX 800 .

Leuk is om te vermelden dat wij de motorliefde hebben door gegeven. De oudste zoon rijd een Ducati 848 Evo (neemt deel aan circuit dagen), onze dochter een Suzuki Bandit 600 en de jongste zoon een Harley Davidson Sportster 48. Hij crost ook graag op zijn KTM 450 Factory edition.

Verder hebben we nog wat “collector items” : Een CB 400F (1979) een Harley Davidson SX 250  (1974) en een Harley Davidson SS250  (1976).

Genoeg om van te genieten zowel in de winter als in de zomer.