BMW bouwde in de vorige eeuw, van 1985 tot 1996 een soepele krachtige motorfiets, waarvan het unieke 3 cilinder motorblok letterlijk op zijn zij ligt. Toch stopten ze in de 90-er jaren met de productie van deze BMW K75. Een motor die volgens de legendes 1 miljoen kilometers kon rijden. We hebben gezocht naar de reden waarom de K75 niet meer werd gebouwd en konden niet meer vinden dan dat het alles te maken heeft met de veranderende vraag van de motorrijders in de 90-er jaren. Toch bijzonder, als je kijkt hoeveel van deze machines er nu nog in zeer goede staat rondrijden.
Categorie archieven: Uit de oude doos!
In the end, this is why we ride
Met dank aan trouwe lezer Sjoerd van Dijk van Sjoerd Fotografie. Hij attendeerde ons enkele jaren terug al op deze prachtige remix van een nummer van Linkin Park! Deze laten we graag nog eens langsrijden hier:
De Wegenwacht op de motor met zijspan
Via de sociale media kwamen we een foto tegen van deze Wegenwacht motor met zijspan. Toen we deze plaatste op onze besloten Facebookgroep Passie voor Motoren, kwam er een leuke reactie van onze trouwe lezer Ludo Koop.
Ludo stuurde ons de kleurenfoto hieronder met deze tekst erbij:
Toen Bart nog brommer reed.
Vandaag publiceren we motorverhaal 6 van Bart Meijer (Facebook). Bart geeft ons als gastblogger een kijkje in zijn jongere motor-jaren. Bart Meijer (LinkedIn) woont op een boerderij in Kroatië, heeft passie voor motoren, weet veel over vergeten groenten en luistert naar zijn hart.
Onderstaande tekst schreef Bart over de goeie oude tijd, van ronkende brommers en de rook van 2-takt.
Van Solex naar Sparta
“Mijn eerste stiekeme ritjes waren op een Solex, waar je het motortje van op het voorwiel kantelde. Het was een zuinig ding en had een zeer mysterieus brandstofsyteem. Daarna kwam mijn eerste “echte” brommer dit was een rokende Sparta. Daar viel weinig aan op te voeren, na 3 maanden op en neer naar school brak die in 2-en. Daarna kreeg ik van mijn ouders een oude Stokvis, met een geforceerd luchtgekoeld Puch blokje er in, schattig, maar als stoere knul van 16 was ik maar wat blij dat het blokje vastliep.
Neem een Kreidler of Zundapp
“Neem een Kreidler of Zündapp en mix zelf je benzine” was de raad van de fietsenmaker aan mij en mijn ouders “Dan kun je jaren rijden met veel plezier, want die rommel van het tankstation kan je niet vertrouwen.” Zo kreeg ik een Kreidler met 3 versnellingen en geforceerde luchtkoeling, en maakte ik mijn eerste eigen mix. Was die mix het geheim om snel te gaan? Nee. Ik zat in de eerste klas van de Middelbare Tuinbouwschool en kreeg ook motorentechniek. Daar kreeg ik alle antwoorden en weetjes na het vragen, in voorbereiding op opvoeren!
De eerste service na een paar weekjes, mocht ik in Alblasserdam bij een 2-takt tovenaar laten doen, en ik mocht er bij zijn. De man vond het prachtig dat ik interesse had, en al veel had geleerd. Cilinder en zuiger werden goed nagekeken, zuigerveren vervangen, dunne koppakking er in voor meer compressie, een groter voortandwiel voor meer top snelheid en een verstelbare sproeier. “Optimaliseren, niet opvoeren, alles moet in evenwicht” en hij vertelde me van de geheimen van tegendruk van de uitlaat, spoeling en werveling en het beste ontstekingspunt. Ik kreeg een fles Bel-Ray MC 7+ mee, die moest ik dan eerst 1 op 50 mengen en als die weer ingereden is dan naar 1:70, want dan zit er meer power in de benzine, Geweldig, ik kon zonder lawaai bijna 60 km per uur, reed zuiniger, zonder een rookpluim achter me te laten.
Sleutelen aan kettingzagen
Een half jaar sparen later, ging er een 14 mm carburateur op, en een nieuwe zuiger in voor hoge compressie met speciale zuigerveren. Ik reed weer bijna net zo zuinig, maar kwam makkelijk aan de 65 km per uur, en de politie hield me niet tegen. Zo’n oude 3-bak kon toch niet hard. Welnu, ik had in het 2de jaar van school, praktijk kettingzagen, geweldig. We mochten ze uit elkaar slopen, moesten ze dan ook weer opbouwen, afstellen en testen. Daar leerde ik de geheimen van membraam carburateurs (zoals in de Solex zitten) en hoe je het beste uit een kettingzaag haalde.
Op een dag, was ik tijdens stage met een baas mee, die met zijn kettingzaag dikke balken moest zagen voor een tuin. Ik had de man al verteld het ding eens af te stellen, en echte benzine te kopen, maar ja. Dat kwam er maar niet van. Tot die dag dat hij wat van mij leerde. Hij had geen benzine bij zich, dus, de benzine van mijn Kreidler ging in de kettingzaag toen de tank leeg was. Het roken werd steeds minder, en de minder vette smering maakte dat die beter klonk en steeds hoger in de toeren klom. Jullie hadden de ogen van die man moeten zien.
Mijn laatste opvoerklus, was de brommer van mijn pa, dat is voor een volgende keer. Ik hou nog steeds van 2-takt, maar heb alleen 2 kettingzagen, die ik af en toe eens uitlaat in mijn bos.
Moet ik, omdat ik in Kroatië woon, dan toch maar eens op zoek naar een Jawa of een MZ? …. Wordt vervolgd.
Prutsen in de schure
Via een volger op Facebook (Roel) kwamen wij in onze besloten groep PASSIE VOOR MOTOREN deze tekst tegen. De bron van de tekst is ons onbekend. Aan het dialect te zien moet dit verhaal uit het oosten van ons land komen.
𝙿𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎.
𝙴é𝚗 𝚟𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚖𝚎𝚎𝚜𝚝 𝚟𝚎𝚞𝚛𝚔𝚘𝚖𝚖𝚎𝚗𝚍𝚎 𝚑𝚘𝚋𝚋𝚢‘𝚜 𝚑𝚒𝚎𝚛 𝚒𝚗 𝚑𝚎𝚝 𝚘𝚘𝚜𝚝𝚎𝚗 𝚒𝚜 ‘𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗‘. 𝙴𝚎𝚗 ‘𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗‘ 𝚒𝚗 𝚍𝚎𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎. 𝙴𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚝𝚞𝚒𝚗, 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚌𝚛𝚘𝚜𝚜𝚖𝚘𝚝𝚘𝚛, 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚌𝚛𝚘𝚜𝚜𝚊𝚞𝚝𝚘, 𝚎𝚗𝚣𝚘𝚟𝚘𝚘𝚛𝚝. 𝙾𝚙 𝚍𝚎 𝚖𝚒𝚍𝚍𝚎𝚕𝚋𝚊𝚛𝚎 𝚕𝚊𝚗𝚍𝚋𝚘𝚞𝚠𝚜𝚌𝚑𝚘𝚘𝚕 𝚟𝚛𝚘𝚎𝚐 𝚍𝚎 𝚖𝚎𝚒𝚜𝚝𝚎𝚛 𝚊𝚗 𝚘𝚗𝚜 𝚠𝚊𝚝 𝚍𝚎 𝚑𝚘𝚋𝚋𝚢‘𝚜 𝚣𝚘𝚊𝚕 𝚠𝚊𝚊𝚛𝚗. 𝟿𝟿% 𝚟𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚊𝚗𝚝𝚠𝚘𝚘𝚛𝚍𝚎𝚗 𝚠𝚊𝚜: “𝙰𝚌𝚑… 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎“. 𝙳𝚞𝚜 ‘𝚝 𝚔𝚕𝚘𝚙𝚝.
𝙴𝚎𝚗 𝚋𝚛𝚘𝚖𝚏𝚒𝚎𝚝𝚜 𝚕𝚒𝚎𝚙 𝚗𝚘𝚊 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎 𝟷𝟸𝟶 𝚔𝚖/𝚞. 𝙴𝚎𝚗 𝚝𝚛𝚎𝚔𝚔𝚎𝚛 𝚑𝚊𝚍 𝚗𝚘𝚊 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎 𝟷𝟻𝟶 𝚙𝚔 𝚒𝚗 𝚙𝚕𝚊𝚊𝚝𝚜 𝚟𝚊𝚗 𝚍𝚎 𝚘𝚘𝚛𝚜𝚙𝚛𝚘𝚗𝚔𝚎𝚕𝚒𝚓𝚔𝚎 𝟼𝟻 𝚙𝚔. 𝙽𝚘𝚊 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚝𝚓𝚎𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚠𝚎𝚛𝚔 𝚠𝚊𝚜‘𝚝 𝚌𝚊𝚛𝚋𝚒𝚍 𝚟𝚎𝚛𝚟𝚊𝚗𝚐𝚎𝚗 𝚍𝚎𝚞𝚛 𝚐𝚊𝚜 𝚎𝚗 𝚣𝚞𝚞𝚛𝚜𝚝𝚘𝚏, 𝚘𝚏 𝚠𝚎𝚛𝚍 𝚎𝚛 𝚎𝚎𝚗 𝚟𝚕𝚊𝚖𝚖𝚎𝚗𝚠𝚎𝚛𝚙𝚎𝚛 𝚞𝚞𝚝𝚐𝚎𝚟𝚘𝚗𝚍𝚎𝚗 𝚞𝚖 𝚛𝚎𝚍𝚎𝚕𝚒𝚓𝚔𝚟𝚎𝚒𝚕𝚒𝚐 𝚠𝚎𝚜𝚙𝚎𝚗𝚗𝚎𝚜𝚝𝚎𝚗 𝚞𝚞𝚝 𝚝𝚎 𝚛𝚘𝚎𝚒𝚎𝚗.
𝚅𝚛𝚘𝚐𝚐𝚎𝚛 𝚣𝚊𝚝𝚎𝚗 𝚠𝚒𝚎𝚓 𝚋𝚎𝚜𝚝 𝚟𝚊𝚔𝚎 𝚋𝚒𝚎 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚞𝚖 𝚖𝚎𝚝 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚎𝚛𝚐𝚎𝚗𝚜 𝚒𝚗 𝚎𝚎𝚗 𝚘𝚕𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎 𝚝𝚎 ‘𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗‘. 𝙴𝚛𝚒𝚜 𝚟𝚊𝚗 𝚊𝚕𝚕𝚎𝚜 𝚊𝚗 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚐𝚎𝚋𝚛𝚘𝚊𝚓𝚎𝚗, 𝚞𝚞𝚝 𝚖𝚎𝚔𝚊𝚛𝚎 𝚐𝚎𝚜𝚕𝚎𝚙𝚙𝚎𝚗, 𝚐𝚎𝚝𝚒𝚖𝚖𝚎𝚛𝚍 𝚎𝚗 𝚐𝚎𝚜𝚌𝚑𝚛𝚘𝚎𝚏𝚍, 𝚞𝚞𝚝𝚐𝚎𝚟𝚘𝚗𝚍𝚎𝚗, 𝚊𝚏𝚐𝚎𝚋𝚛𝚘𝚊𝚔𝚎𝚗 𝚎𝚗 𝚠𝚎𝚎𝚛 𝚘𝚙𝚐𝚎𝚋𝚘𝚞𝚠𝚍. 𝙶𝚘𝚍 𝚖𝚊𝚐 ‘𝚝 𝚠𝚎𝚎𝚝’𝚗 𝚠𝚊𝚝. 𝚆𝚒𝚎𝚓 𝚋𝚞𝚗𝚝 𝚍𝚎𝚛 𝚗𝚎𝚎𝚝 𝚍𝚘𝚖𝚖𝚎𝚛 𝚟𝚊𝚗 𝚐𝚎𝚠𝚘𝚛𝚍𝚎𝚗. 𝙷𝚒𝚎𝚛𝚎𝚗 𝚍𝚘𝚊𝚛 ‘𝚗 𝚕𝚒𝚝𝚝𝚎𝚔𝚎𝚗, ‘𝚗 𝚑𝚊𝚕𝚟𝚎 𝚙𝚘𝚘𝚝 𝚘𝚏 𝚟𝚒𝚗𝚐𝚎𝚛 𝚍𝚎𝚛 ‘𝚋𝚒𝚎𝚗𝚘𝚊‘ 𝚊𝚏. 𝙰𝚕𝚕𝚎𝚜 𝚑𝚎𝚏 𝚎𝚎𝚗 𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚊𝚕. 𝙳𝚒𝚎 𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚕𝚎𝚗𝚠𝚘𝚛𝚍’𝚗 𝚘𝚘𝚔 𝚟𝚊𝚊𝚔 𝚟𝚎𝚛𝚝𝚎𝚕𝚍. 𝚄𝚖𝚍𝚊𝚒 ‘𝚝 𝚜𝚊𝚖𝚎𝚗 𝚋𝚎𝚕𝚎𝚊𝚟𝚎𝚗, 𝚖𝚎𝚝 𝚣𝚒𝚎𝚗 𝚊𝚕𝚕𝚎𝚗. 𝙴𝚕𝚔 𝚕𝚒𝚝𝚝𝚎𝚔𝚎𝚗 𝚑𝚎𝚏 𝚣𝚒𝚎𝚗 𝚎𝚒𝚐𝚎𝚗𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚊𝚕 𝚎𝚗 𝚖𝚎𝚝 𝚎𝚎𝚗 𝚋𝚘𝚛𝚛𝚎𝚕𝚝𝚓𝚎 𝚍𝚎𝚛 𝚋𝚒𝚎𝚓 𝚠𝚘𝚛𝚍𝚎 𝚟𝚎𝚛𝚑𝚊𝚕𝚎𝚗 𝚜𝚝𝚎𝚎𝚍 𝚖𝚘𝚘𝚒𝚎𝚛.
𝙿𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚜𝚌𝚑𝚞𝚛𝚎… 𝚠𝚊𝚝 𝚠𝚊𝚜 ‘𝚝 𝚖𝚘𝚘𝚒. 𝙴𝚗 𝚗𝚘𝚐 𝚜𝚝𝚎𝚎𝚍𝚜! 𝙳𝚞𝚜, 𝚘𝚗𝚍𝚎𝚛𝚜𝚌𝚑𝚊𝚝 ‘𝚝 𝚗𝚒𝚎𝚝, 𝚍𝚎 𝚖𝚎𝚎𝚜𝚝𝚎 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚛𝚜𝚋𝚞𝚗𝚝 𝚜𝚕𝚒𝚖𝚖𝚎𝚛 𝚍𝚊𝚗 𝚒𝚎 𝚍𝚎𝚗𝚔𝚝. 𝙿𝚛𝚞𝚝𝚜 𝚖𝚘𝚊𝚛 𝚖𝚘𝚘𝚒 𝚟𝚎𝚍𝚊𝚗. 𝚆𝚒𝚎 𝚔𝚛𝚒𝚎𝚐𝚝 𝚐𝚎𝚋𝚛𝚎𝚔 𝚊𝚗 𝚙𝚛𝚞𝚝𝚜𝚎𝚛𝚜.
(bron onbekend)
Met dank aan Dolf Peeters voor de sfeerfoto’s hieronder, bij dit thema!








