Tag archieven: motorverhalen

Deel drie: Braber Bouwt

Eind augustus publiceerden wij het tweede deel van Braber Bouwt.

Vandaag publiceren we deel 3 waarin Jan Braber ons meeneemt in het hele proces van de bouw van zijn ‘scrambler Yamaha XJ900.

Project van de bouw van een scrambler op basis van een Yamaha XJ900.

De tank is alles bepalend voor de uitstraling van het totaalconcept. De zoektocht naar een geschikte tank valt dan ook niet mee. Meerdere zijn er op marktplaats voorbij gekomen. Van sommige kan echt gezegd wordt dat die qua vormgeving en uitstraling past. Maar dan begint het. De onderkant moet passend zijn op het frame, dat is een vast gegeven. De tank zou je eigenlijk ook het liefst niet willen verbouwen. Maar zo heb ik de volgende reactie gehad van een niet nader te noemen garage: “Wij leggen dan de tank ondersteboven op een kussen en dan slaan we er met een blok hout en een moker er paar deuken in net zolang tot die past”. Maar dat vond ik zo’n Peppie en Kokkie oplossing. Dus na veel informeren en proberen is er maar één conclusie en dat is maatwerk.

Jan bij zijn caféracer in wording, naast zijn schilderijen

Nou gaat mijn voorkeur uit naar een aluminium tank. Die is licht en je kunt er qua uitstraling alle kanten mee op. Wil je een gepolijste tank, een licht geschuurde doffe tank of zelfs een gespoten tank, alles kan.

In deel 2 schreef ik al over een aluminium tank via een particulier. Die tank, die qua maatvoering leek te passen, heb ik daadwerkelijk op het frame gehad maar helaas het frame is toch te eigenzinnig voor die tank. Daarnaast paste de vorm en omvang van de tank toch niet bij het ontwerp dat ik in gedachten heb.

Volgende stap was de zoektocht naar een bedrijf die maatwerk kan leveren. Een tweetal gevonden in de kop van Noord Holland. Niet echt handig als ook de motorfiets vanuit Zeeland daar naartoe moet, maar het doel heiligt de middelen dus vooruit. Mogelijkheden onderzocht en offertes opgevraagd, maar die prijzen zouden een groot deel van het budget opslokken en dat is echt niet grappig meer.

Toen kwam de dag dat ik in het kader van Beleef Zonnemaire aan een open atelier ronde kon deelnemen. Dus atelier open en dat is één grote speelplaats van schilderijen, beelden,  ontwerpen, los slingerende attributen en een motorfiets in aanbouw. Kijk maar even rond op Janbraber.nl

Dus mensen ontvangen die geïnteresseerd zijn in schilderijen en beelden, wijntje er bij. Hartstikke leuk.

En daar stapt Marcel Goudswaard binnen die direct op de motorfiets duikt en daarna nog eens mijn achterbuurman Paul Mulder, ook een motorrijder. Natuurlijk kwam het over de moeilijkheid om een geschikte tank te vinden, maar beiden hadden een oplossing. Er is maar één man die dat kan en dat is Jeroen Braat wisten ze mij te vertellen. Jeroen woont en werkt in Burgh Haamstede. Na het uitwisselen van telefoonnummers heb ik contact gezocht met Jeroen en we hebben een afspraak gemaakt om het een en ander is door te spreken.

Nou had ik al bedacht dat het voor de bouwer van de tank handig zou zijn dat hij een zo exact mogelijk model zou hebben. Daartoe heb ik een paar blokken EPS (piepschuim) uit de modelbouwwereld aangeschaft. Uit één blok is een tank te maken.

Het begin van de tunnel in de tank.
Tussenstadium.

Eindstadium, maar twijfelachtig model. Dus opnieuw.

Tweede model is goed en past beter op het frame.

Aluminium verfje gegeven voor het juiste beeld en op naar de afspraak met Jeroen. Het model, zo vindt ook Jeroen, is een handig hulpmiddel en hij gaat daarmee in de komende wintermaanden naast zijn vele andere projecten, werken aan de tank.

Intussen ga ik verder met het aanpakken van de andere delen van de motor. Het is niet de ideale volgorde van werken, want je wil eerst de gehele opbouw met al het slijpwerk en lassen klaar hebben en daarna polijsten schilderen etc. Maar mijn credo is altijd: “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”.

Ik ga van het achterwiel, via het hulpframe, de achterbrug zo naar voren werken. Het achterwiel als eerste dus. Het wiel is ernstig vuil, de motor heeft altijd buiten onder een afdakje gestaan en dat heeft in de loop van de jaren natuurlijk z’n uitwerking gehad op het aluminium. Schoonmaken en met afbijtmiddel de verflagen er af schrappen. Eindeloos schuren op de aluminium delen. Beginnend met schuurpapier korrel 100, daarna met 120 droog. Daarna met waterproof schuurpapier van korrel 180 naar 400 naar 1000, naar 2000 om tenslotte met 3000 te eindigen. Als laatste komt het polijsten met Belgom.

Misschien op de foto niet helemaal te zien, maar als nieuw.

De conditie van de lagers is niet echt goed te bepalen. De kilometerstand is rond de 70.000,  maar omdat de motor altijd buiten heeft gestaan monteer ik overal nieuwe lagers en rubber dichtingen. Inmiddels staat het wiel in een aluminium primer en komt er later een zwarte laklaag op.

Nu is de remklauw achter aan de beurt. Inmiddels heb ik nieuwe RVS remleidingen besteld. Op aanraden van Edwin laat ik het T-stuk aan de voorkant vervallen. De twee leidingen van 83 cm lengte worden direct aan de rempot op het stuur bevestigd. Uiteraard worden de remklauwen van een revisiesetje voorzien.

De remzuigers zijn er met de kracht van de voetrem uit gedrukt, het is zaak geen beschadigingen aan te brengen.

In de grondverf, klaar voor montage. Nog even van belang, de remzuiger bij de helft te houden waar hij uit gekomen is. Daarnaast een merkteken in de zuiger zetten, zodat die weer op dezelfde plaats terug gemonteerd wordt

De volgende stap is het afzagen van de achterkant en het monteren van het subframe. In deel 1 is een foto van de motor opgenomen die model staat voor mijn project. Voor het bepalen van de lengte van het frame en van het spatbord neem ik als referentiepunten de as van het achterwiel en de onderste moer van de schokbreker.

De achterkant van het subframe zit recht boven de moer van de schokbreker en het spatbord eindigt boven de as. Omdat het zadel enigszins hol wordt moet het subframe onder den lichte hoek aan het frame gelast worden.

Oké, de slijptol er in.

Van het subframe is niet veel meer over dan een bocht. Met de vijl en het Black en Deckertje, smalle schuurband, wordt de zaak pas gemaakt.

Intussen rollen de eerste foto’s binnen van het proces van het bouwen van de tank. Jeroen heeft de linkerkant van de tank met behulp van het z.g. Engelse wiel vorm gegeven. Ziet er goed uit.

Beste lezers, dit was deel 3, wordt vervolgd. Hartelijke groet, Jan Braber

Wees Bamboe en 7 andere levenslessen uit de zijderoute

Een paar weken terug luisterden we weer eens naar een prachtige podcast aflevering van De Motor Podcast. Daarin maakte we kennis met Hans Go, die in 65 dagen naar China reed. Op de motor, 17.000 kilometer. Hij schreef er dit inspirerende boek over: Wees Bamboe.

Wees bamboe

‘Wees bamboe en 7 andere lessen van de zijderoute’ is een avontuurlijke boek in drie delen. Het gaat over een tocht langs de zijderoute van Utrecht naar Xian (China). Hans en zijn zus reden op motoren en zijn twee broers in een busje.

Alsof je met Hans meereist

Het eerste deel is een levendig verhaal over bijzondere plekken en momenten, alsof je met Hans meereist. Om je heen verandert alles als je door 16 landen trekt: cultuur, religie, bankbiljetten, taal, het verkeer, de geuren en geluiden, het landschap. Het gaat van besneeuwde bergpassen tot hete woestijnwegen. En de mensen onderweg maken het helemaal bijzonder.

De zijderoute

Het is ook een actueel boek, omdat de harde praktijk van het Chinese zijderoute-initiatief in de landen van Klein Azië duidelijk zichtbaar wordt. Daarnaast loopt de route door de provincie XinJiang waar de situatie met de Oeigoeren uit eerste hand wordt meegemaakt.

In het tweede deel presenteert Hans Go (de auteur) acht levenslessen aan de hand van situaties die zich onderweg voordeden. Het is een kruising tussen mindfulness en harde managementpraktijklessen. De lessen zijn universeel toepasbaar, op een zeiltocht rond de wereld, een bergexpeditie of gewoon in het dagelijkse leven.

Praktische tips voor mensen met avontuurlijke plannen staan in het derde deel.

Ach, had ik toen maar….

Het boek inspireert en maakt je bewuster van je dagelijkse leven. Misschien zet je nu die eerste stap voordat het moment komt waarop je moet zeggen: ” Ach had ik toen maar . . . ”

Dit prachtige boek, geschreven door Hans Go, kun je bestellen via Het Boekenschap door op deze groene regel te klikken.

Wil je de Motor Poscast over dit boek  terugluisteren via YouTube? Ga naar:

Op de motor naar China

Trouwe lezers weten dat we graag items publiceren over motorreizen. Daarbij maken we veel gebruik van YouTube video’s. Als je van luisteren houdt dan is het natuurlijk ook fijn om naar podcasts te luisteren. Zo volgen we al een tijdje ‘De Motor Podcast’ via Spotify. In de maand juli kwamen we deze aflevering tegen. Volgend stukje tekst hebben we geleend van ‘De Motor Podcast’.

Hans Go ontdekte op zijn motortocht van 65 dagen en 17.000 km naar China dat hij meer ‘bamboe’ is gaan leven: meebuigen zonder te breken. Word een betere versie van jezelf door motor te rijden. Klinkt zweverig, maar zijn motortocht is alles behalve zweverig. De reis naar zijn roots in China ondernam hij met een aantal familieleden, die ook een paar maanden vrij konden krijgen. Want voordat je in Beijing bent, zit je wel een poosje op de motor (BMW 650).

Wil je via YouTube luisteren? Ga naar:

Jan Braber bouwt verder aan zijn Yamaha XJ900

Eind mei schreef kunstenaar Jan Braber ons over zijn nieuwe project.

Je leest dit vorige eerste deel in deze link.

Vandaag publiceren we het vervolg.
Jan schrijft ons zijn Deel 2:

Project van de bouw van een caféracer op basis van een Yamaha XJ900.

Het plan is een caféracer of scrambler te bouwen en uiteraard heb ik een paar voorbeelden op mijn computer staan. De motor loopt, het schakelwerk is in orde en de remmerij werkt en het cardan klinkt gezond en er zijn geen lekkages of ”zwetend blok”.

Het eerst wat moet gebeuren is alle noodzakelijke aanpassingen uitvoeren en de motor volledig opbouwen. Daarna moet alles weer uit elkaar, het frame gepoedercoat, andere onderdelen gespoten en sommige delen zullen worden verchroomd. Tevens begint dan de revisie daar waar nodig. In ieder geval moet de voorvork van nieuwe sterkere veren worden voorzien en nieuwe keringen. Zo zal dat ook bij andere delen het geval zijn, maar dat zien we al werkende weg.

Het blok ga ik grondig schoonmaken, de deksels polijsten, de cilinders worden zwart en het kleppendeksel wordt aluminium gepolijst of verchroomd. Het stuur wordt ofwel ‘clip ons’ of een superbike stuur of zelfs een drag bar. Kortom veel werk en ik trek er globaal genomen een jaar voor uit. Ik werk er op aan om de motor maart/april 2023 op de weg te hebben.

Aan het werk

Eerst veel denkwerk, welke tank, de lengte van de spatborden, de vorm van het zitje. Tegelijkertijd wat schoonmaakwerk gedaan. De zoektocht naar geschikte spullen op het net neemt veel tijd in beslag. Er is een afspraak gemaakt voor een aluminium tank, we gaan kijken of ie past. Intussen wat modellen gemaakt van karton.

Dan ook maar is een stukje aluminium opknappen om te kijken hoe het werkt en of het werkt. Daar heb ik een schetsplaat voor gebruikt. Ik weet zeker dat ik die niet meer ga gebruiken. Dus eerst opschuren met schuurpapier, te beginnen met korrel 180, dan 280 en vervolgens waterproof 1000 en daarna 2000 en 3000. Vervolgens polijsten met Belgom en ziedaar het resultaat.

Perfect is het nog niet, maar de richting is helder en bruikbaar voor de deksels. Het is nog niet helemaal duidelijk of ik de deksels zal laten verchromen. Dat hangt af van het totaalbeeld en is pas later goed te zien.

Intussen zijn de nieuwe uitlaten binnen gekomen. Die zijn van RVS en kunnen met een verloopstuk direct op de collector worden aangesloten. Er zitten dempers in, maar op het oog weet ik al dat de XJ harder zal gaan praten. Hoe hard en of dat acceptabel is dat laat nog even op zich wachten. Desnoods moet er een aanpassing aan de dempers plaatsvinden. Aan de andere kant moeten we ook tegenwicht bieden aan die scheerapparaten als de Zero’s die op de weg dreigen te komen.

Ik heb een aluminium tank op het oog van een particulier. De moeilijkheid voor het vinden van een passende tank is het vaste gegeven van het frame en die van de ”vreemde” tank. Inmiddels al vele tanken voorbij zien komen en her en der wat maten opgevraagd om vervolgens tot de conclusie te komen dat het niet past. Wat ik wil voorkomen is dat ik de tank moet (laten) verbouwen. De verkoper van het aluminium exemplaar woont 160 km bij mij vandaan. Dus of motor gaat naar verkoper tank of verkoper tank komt naar motor. Dat laatste is hij bereid te doen en te combineren met een dagje strand met het gezin. Wat een geluk toch te wonen in een vakantieland als Zeeland.

In afwachting van de tank eerst maar het uitlaatsysteem aanpakken.

Het loshalen gaat met enige moeite. De moertjes op de tapeindjes van de cilinders eerst verschillende keren in de kruipolie gezet en daarna voorzichtig kracht erop gezet. En het geluk is aan mijn zijde, allemaal zonder problemen losgekregen.

De bochten uit de collector gingen ook met moeite los door weer kruipolie te gebruiken. De collector ziet er beroerd uit, maar bij nadere inspectie zijn de metaaldelen toch nog “gezond”. Na het verwijderen van de sierplaten aan de zijkanten kan het schoonmaken en schuren beginnen.

Inmiddels hittebestendige verf besteld voor de collector. Zowel de 4 bochten als de buitenste buizen van de collector worden met uitlaatwrap omwonden. Met de aanschaf van de wrap wacht ik nog even om de juiste kleur te kunnen bepalen.

Na behoorlijk wat schuurwerk is de collector behoorlijk schoon en klaar om gespoten te worden.

De vier genummerde bochten krijgen een zelfde behandeling. Ze zijn te veel aangetast om als prachtig gepolijste bochten verder door het leven te gaan, maar met wrap eromheen gaan ze het goed doen. Wat volgt is het pas maken van het aansluitstuk van de uitlaat op de collector. Er moet een paar millimeter van het passtuk af. Het mooie van de collector is dat het laatste stuk al wat omhoog gebogen staat, zodat de uitlaat in een fraaie sprekende positie op de motor komt te zitten.

Dan komt de zoektocht naar de bevestiging van de uitlaten. Eerder schreef ik dat ik de schetsplaten niet meer zou gebruiken. Daar moet ik op terugkomen, want ik het er aan weerkanten 2 bruikbare delen uit kunnen halen om de uitlaten te bevestigen.

Na veel schuur en poetswerk volstaan ze voorlopig en vormen ze een stevige bevestiging.

Wordt vervolgd in deel 3.
Met hartelijke groetJan Braber

Leestip: het eerste interview met Jan op onze site, lees je via: //ikzoekeenmotor.nl/jan-braber-zijn-motorfiets-moet-een-kunstwerk-zijn/

Coos op Reis: de ondeugende koe

Als ik dit schrijf is het 18 juni en al wéér mooi motorweer. Joepie!
Voor jullie lezers is dit het 97e verhaal in de serie Coos op Reis. De foto hiernaast die we al een tijdje als logo bij deze motorverhalen gebruiken komt uit dit reisverslag.

We gaan vandaag één van de hoogtepunten van onze trip rijden. We rijden naar het oosten en bezoeken Slovenië en Italië. Het wordt een lange dag. Wellicht moeten we maar voor één keer (!) een uurtje eerder vertrekken. Maar 09:30 uur is ook goed, hoor. We hebben immers vakantie. Het is geen strafkamp.

We rijden vanaf het hotel direct omhoog en pakken de eerste tien haarspeldbochten om daarmee koers te zetten naar het plaatsje Kötschach-Mauthen. Het dorp is met haar 3500 inwoners net zo groot als Linschoten. Een wereldstad dus.

Na een kilometer of zeventig buigen we af naar het zuiden, richting Kranjska-Gora. Het is het eerste stadje van Slovenië en de toegangspoort naar het Triglav Nationaal Park, het enige Nationale Park van Slovenië. In Kranjska-Gora maken we een stoppie voor de koffie.

Na de koffie rijden we verder Slovenië in. We stoppen bij de Bleski Vintgar: een indrukwekkende kloof van tien kilometer lang met duizelingwekkende hoogtes en sprankelende watervallen. De rivier Radovna stroomt tussen de steile hellingen van de Hom en de Bort en heeft een kloof uitgesleten. De Vintgarkloof is sinds 26 augustus 1893 toegankelijk. Langs de kloof is een houten voetpad langs de rotswand. Als je tijd hebt, wandel er dan een stukje doorheen. De waterval heet Slap Šum.

Verder naar het zuiden rijden we af en toe op smalle weggetjes die niet altijd goed geasfalteerd zijn. Het is soms best spannend… Terwijl ik dit schrijf denk ik aan Gerda. Ik weet niet waarom… We vervolgen onze weg en rijden 20 km door het Triglavski Nationaal Park. In dit park zijn vorig jaar jonge beren gespot. Maar das al een jaar geleden, hè! Inmiddels zijn ze vast volwassen geworden…

Na ongeveer 140 km vinden we een mooi plekkie voor de lunch.

We rijden langzaam weer richting Tolmezzo. Dan zitten we alweer in Italië. Vervolgens omhoog naar de bekende Plöckenpass (1357 meter). De pas is een mooie uitdaging. In de Eerste Wereldoorlog was de Plöckenpas deel van het Oostenrijks-Italiaanse front. Resten van de toenmalige verdedigingswerken en bunkers kunnen vandaag de dag nog bezichtigd worden.

In Kötschach kunnen we nog even goedkoop tanken en vervolgens rijden we via de Gailberghöhe met z’n tien hairpins weer terug naar ons hotel. We hebben een koel glas bier verdiend!

DE ONDEUGENDE KOE

We stoppen onderweg even voor een korte pauze. Aan de overkant van de weg arriveert iemand op een brommertje bij een woonhuis. De man kijkt even in het rond en vindt een mooi parkeerplekje op het gras. Tevreden wandelt hij achterom en verdwijnt in het huis.

De man heeft echter geen aandacht besteed aan de drie loslopende koeien. Eén koe wordt een beetje chagrijnig van het roestige brommertje dat plots op háár sappige grasveldje staat te stinken. De koe wandelt naar de tweewieler en zonder er maar even aan te snuffelen geeft mevrouw het plastic ding een enorme hengst. Beng, daar ligt de brommer! De koe draait zich om en gaat rustig verder met grazen…..

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day:

Wil jij die bijna 100 andere motorverhalen lezen van Coos?
Ga naar deze link
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/  
… even scrollen en dan kun je ze onderaan allemaal doorbladeren….