Categorie archieven: Stories from abroad

Bas Laarberg op de motor vanuit Brazilië

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Geboren in Groenlo (De Achterhoek) maar woon inmiddels al 20 jaar in Ponta Grossa in het zuiden van Brazilië.

Heb je vroeger eerst brommer gereden?

Ik heb diverse brommers gehad, naast de vele crossbrommers had ik een Honda SS 50 waar ik mee naar school ging.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

Mijn eerste motorfiets was een Honda CB 350 four uit 1976, die ik heb geruild tegen een crossmotor in 1986.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Mooi weer rijder, het is hier bij ons in Brazilië bijna altijd mooi weer.
Hier een voorbeeld van een motorrit die ik enkele dagen terug maakte. Van Ponta Grossa naar Carambei.

//youtu.be/DY3O-kCEReo

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Een BMW R 1250 GS.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Door de achterhoek heb ik mooie ritten gemaakt, maar tegenwoordig maak ik mooie ritten hier door de natuur in Brazilië op mijn Royal Enfield Continental GT

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Ja, ik wil een rit maken van 380 km naar mijn schoonouders in Assis in de stad São Paulo.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Nee, ik heb de mijne net een halfjaar. Deze heb ik nieuw gekocht dus die moet nog wel een aantal jaren mee.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Vrijheid en rust. In het weekend heerlijk ontspannen na een drukke werkweek.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Dat mensen eens een Royal Enfield moeten proberen, het oudste motormerk wat bij veel mensen niet bekend is. Heerlijke motoren om te toeren en voor een zéér concurrerende prijs.

Coos op Reis: SPARERIBS À LA GREPPEL

(We publiceren hier bij redactie@ikzoekeenmotor.nl maar 2 a 3 verhalen per week van Coos van der Spek, dus onze lezersreis gaat een stuk langer duren dan de 3 maanden die Coos er over deed.

Dus, het is april als hij schrijft… )

Het is vandaag 10 april.  Ik ben op een eenvoudige driesterren camping met de elitaire naam Parc de Palétès bij Saint-Girons in de Midi-Pyrenees in Frankrijk. Het is prachtig weer en de zon schijnt. Er zijn weliswaar wat wolken in de verte, maar ik zie veel blauwe luchten. Superdag! Zeker voor “Coos op Reis”.


Het heeft vannacht flink geregend, maar toen lag ik lekker warm en droog in mijn bedje.
Owja, jullie hebben mijn hutje voor deze twee dagen nog niet gezien.

Komt voor de bakker!

Het is rond 09:30 uur nog maar 11°, maar de zon brandt al enorm. Dus factor 50 op en sexy afritsbroek en stoere wandelschoenen aan. Het maakt de oude campinghond allemaal niks uit. Hij zegt er niks van. En ik zeg hem niet dat hij allemaal modder op zijn neus heeft.

Ze doen het ontbijt op de camping erg goed. De restauranthouder bakt speciaal voor mij met liefde een warm stokbroodje en als ik om kaas vraag, dan komt hij met een paar verschillende stukken geiten- en schapenbergkaas vanuit de omgeving aanzetten. Ik mag kiezen en neem ze allemaal natuurlijk. Samen met de gekookte én de rauwe ham, een vers sjuutje en een sterke koffie, geniet ik op 500 meter hoogte in het zonnetje van het begin van de dag. Ik mag nog een appel en een mandarijn meenemen en voor zeven euro mag ik ook nog vertrekken. Ik ga morgen weer. Weet ik nu al. Kwaliteit is onbetaalbaar.

Dat soort Franse kaasjes kopen Janny en ik trouwens ook als we met de caravan op vakantie zijn. We stoppen ze dan heel goed in papier, dan verpakken we ze nog een keer stevig in plastic en gaat alles in een afgesloten lade in de koelkast, maar toch, als we de caravandeur ‘s avonds opentrekken…. wát een putlucht…

Precies vandaag ben ik maar liefst zes weken op reis. Best al een tijd. En het vliegt voorbij. Ik heb het overigens nog steeds uitstekend naar mijn zin. Maar daar maakte jij, als lezer, je al niet druk om, toch?

Ik bel tijdens mijn trip regelmatig met mijn oude moedertje. Ik merk dat ze steeds ouder wordt. Ma wordt op 11 mei 88 jaar. Ik heb dan ook besloten om op haar verjaardag aanwezig te zijn. Nu kan het nog. Mijn plan is om dan een paar dagen later eindelijk eens op vakantie te gaan. Met Janny en de (nieuwe) auto naar Zuid-Frankrijk! Ik vind het een goed plan.

Ik wandel naar het dorp Saint-Girons, hier wat kilometers verderop. Ik heb verder geen strak omlijnd plan voor deze dag. Ook wel eens lekker. Een expreszootje in de zon zou een eerste doel kunnen zijn. En het proeven van een croustade, de heerlijke lokale taart gemaakt met bladerdeeg en fruit, een tweede. Om maar eens wat grootste ideeën te opperen.

Het centrum van het stadje is wat groter dan verwacht. Ik kijk naar een paar winkels en tref verder wat mooie bloemen, gebouwen en een kathedraal aan. Een bord geeft aan dat er wandelroutes zijn en ik pik er eentje van 15 kilometer uit. Dan kom ik ruim boven de 20 vandaag. Kan makkelijk.

Samen met Google Maps volg ik stroomopwaarts de woeste rivier La Quinta de natuur in. Ergens in het bos loop ik tegen het oude Canal de la Papeterie aan. Dit kanaal werd gebruikt voor de fabricage van sigarettenpapier. Het is wel een grappig gezicht, highspeed water dat dwars door het grillige bos tussen twee hoge kademuren bijna perfect recht naar beneden suist. Een soort bobslee van water.

Ergens maait men het gras. Tussen dat hoge gras zit waarschijnlijk één of ander kruid. De bedwelmde geuren van het kruid waaiert over de velden naar mij toe. Mmmm … héérlijk én exotisch.

Gaat hier alles verder goed dan? Nou nee, niet alles… Vanaf Noord-Spanje heb ik last van de pollen. Dat betekent een grieperig gevoel, brandende ogen, een loopneus, gezwollen klieren in mijn hals en verlies van energie. Ik heb weliswaar druppels, snufjes en pilletjes tegen hooikoorts, maar die helpen op dit moment maar matig.

Morgen vertrek ik naar Sète, aan de Middellandse Zee. Ik hoop dan op wind van zee. En op zee staan weinig van die KUT-bomen…!

SPARERIBS À LA GREPPEL

Tijdens mijn wandeling ruik ik plots een onaangename geur. In de greppel ontdek ik een half vergaan everzwijn.

Mink Bijlsma. Beroep: MotorReiziger

Wie ben jij? 

Ik ben Mink Bijlsma, 60 jaar (ongelofelijk maar volgens de burgerlijke stand toch echt waar). 

Waar kom je vandaan?

Ik had graag willen zeggen: “Nét uit Spanje‘. Maar dat lukt mij al een jaar lang niet. Dus houden we het maar bij het Buitenste Buitenbos van Zuidlaren.

Heb je vroeger eerst brommer gereden?

Dat is wel grappig. Ik wilde eerst geen brommer want het geld wat ik daarvoor kwijt zou zijn kon ik beter aan een motor besteden als ik 18 zou worden. Maar toen besefte ik mij dat het wel handig was om ervaring op te doen, zodat ik minder hoefde te lessen. Dat kwam uit: half lesje, 3 maanden een oefenvergunning en voor nog geen 200 Pietermannen had ik het toen nog roze papiertje! 

Wat voor bromfiets was dat toen? 

Het werd uiteindelijk een Yamaha FS1, zo eentje met een ‘alles naar boven’ versnellingsbak. Of was het nou net andersom? In ieder geval zat de vrij-stand niet tussen de 1 en 2. 

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit? 

Dat was 14 dagen voordat ik 18 werd. Een Suzuki GT 550. Zo’n tweetakt driecilinder met RAM –air cooling. Ik zou en moest rijden vanaf de dag dat ik jarig zou zijn. Dat was op 15 februari 1979, twee dagen nadat het gigántisch gesneeuwd had (in het noorden) en alles plat lag. Metershoge sneeuwduinen. Had ik 8 jaar naar deze dag uitgekeken, moest ik nóg twee weken wachten. Maar mijn wraak komt nog wel: ik ben van plan nog twee weken door te rijden als ik ooit stop met motorrijden!

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”? 

Beide. Op mijn Speed Triple T509 (‘natuurlijk’ Roulette Green) met carbon dingetjes en gepolijste velgen rijd ik alleen met mooi weer. Dat is mijn hart. Die moet mooi en schoon blijven. Mijn trots. De Tiger 1050 Sport is mijn verstand: comfort, windbescherming, handvatverwarming, bagagemogelijkheden, die mag vies worden en een tijdje blijven. Nu ik over de vraag na denk: eigenlijk ben ik op beide een doorrijder: ik kan er geen genoeg van krijgen, kan úren achter elkaar door rijden.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen? 

Weet je, hoe gek ik op motoren ben (misschien wel bezeten) maar eigenlijk moet een motor niet meer dan 10.000 euro kosten. Voor dat bedrag “happy al zoveel plezier”. Voor twee keer zoveel geld heb je hooguit 1,1 keer meer plezier. Maar ik heb nog nooit de pot gewonnen, dus vooruit: 2 MV Agusta Tourismo Veloce RC SCS. Niet één voor mooi weer en één voor slecht weer, maar één als reserve zodat ik kan blijven rijden als één van de twee kapot is… 

Wat was de mooiste rit die je ooit reed? 

Waarom nou weer één? Waarom niet honderd? Laat ik het bij een moment houden. In Amerika, onderweg naar Monument Valley. Rijdend op een kaarsrechte weg, kwam ik over de heuvel en toen ineens: baf! Daar stonden ze, die drie, tja: wat zijn het eigenlijk. Toen vooral bekend uit de Marlboro reclame en ineens oog in oog. 

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list? 

Verdorie: alweer één, hahaha. Nou vooruit deel 2: als ik pensioengerechtigd ben een jaar lang door de Verenigde Staten. Dat is één toch?

Denk je al aan een volgende motorfiets? 

Nee, alleen aan het winnen van de loterij. Nou toch wel: Ik denk aan een Ducati Multistrada 950. (Maar dan wel een parelmoer witte, met rood frame, rode wielen, enkelzijdige achtervork en 17 ipv 19 inch voorwiel: de Minks Peak dus.) Fantastisch inlaat/aanzuiggeluid, heerlijk stille uitlaat, klaar met dat (overigens wel begrijpelijke) gezeur over lawaai.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven? 

Geluk. Héél veel geluk! (zie daar: hij kán wel kort zijn)



Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Ja, ja, ja, jaaaaah: wat doe je voor werk? Als je dát gevraagd zou hebben, had ik gezegd: ik organiseer groepsreizen voor //www.spanjemotortours.nl/


Op Facebook kun je deze pagina vinden.

Daarnaast ben ik bezig met het opstarten van EuropaMotorTours. Dat laatste is een ‘platvorm’ voor mensen die zelf graag een motorreis willen organiseren omdat ze helemaal verliefd zijn op een bepaald land, gebied of streek en dat dan via EMT kwijt kunnen. Voor deze laatste heb ik nog geen website, maar alvast wel op Facebook. Zo jammer dat je die vraag niet gesteld hebt, want ik heb zulke leuke reisjes 🙂

Coos op Reis: EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR

De zon schijnt en … het is warm! Jôh, daar heb ik helemaal niet op gerekend. Ik verwachtte de eerder voorspelde regen. Fijn!
(We vervolgen onze serie “Coos op Reis” met een verslag van Coos van der Spek uit de Pyreneeën. Verhaal nummer 42… )

Ik bepak mijn paard en rijd met haar naar het dorp. Er is markt, dus mogen we het dorp niet in. Op mijn lijstje staat ontbijt, lunch, fruit, water, geld en … piment d’espelette, uit het Frans-Baskenland…

Piment d’Espelette is de Franse benaming voor peper uit Espelette, een plaatsje in het Zuid-Westen van Frankrijk, vlakbij de Atlantische oceaan. De peper is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, maar omdat het daar niet goed kon gedijen, zou het door Columbus zijn meegenomen naar Frankrijk.

Op advies van de eigenaresse van het restaurant, mikte ik daar gisteravond een klein schepje van in de soep. Het is een soort scharfes Öl, maar dan in poedervorm. Gemaakt van speciale rode pepers. Lekker, jôh. En ik moet en zal het hebben. Nu. Vandaag. Gelukt!  Gewoon in de supermarkt. Whoeii!

Ik pak de route verder op en heb het reuze naar mijn zin. Het zonnetje schijnt, de weg is droog, het asfalt is super en het landschap is prachtig. Mijn bestemming voor vandaag is Saint Girons. Dat ligt op 500 meter hoogte, tussen Toulouse en Andorra.

Ik rijd een uurtje de route af en drink koffie in de zon in een gezellig dorpje.

Het is heerlijk motorweer.

Maar ook heerlijk hondenweer!

Rechts zie ik dikke wolken aan de toppen van de Pyreneeën plakken. Mmmm, daar is het vast geen lekker weer. Goede keus, jochie! Goed gedaan.

Het zonlicht is keihard en de schaduwen diepzwart. Ik moet de Franse weg-ingenieurs weer gaan begrijpen. Die gingen naar een andere school dan de Spanjaarden en de Portugezen. Het ritme van de weg is anders. Ik raak tot twee keer, bij het wegrijden van een rotonde, een raar hoog stoepje van een meter lang. Gewoon, op een gekke en gevaarlijke plaats. Idioterie. Ik geef bij de tweede keer het stuur echt een zwieper om het stoepje te ontwijken. Het scheelt een haartje. Zo’n zwieper gaat in alle gevallen goed. Maar als je zwaar beladen bent, dan komen je zijkoffers je bijna voorbij…

Ik rijd het Nationaal park van de Pyreneeën in en kom gelijk tussen een kudde schapen terecht. En later een kudde koeien. Mooi, jôh. We kijken verbaasd en nieuwsgierig naar elkaar. Ik heb 27 jaar bij Melkunie gewerkt, dus ik ben altijd gelijk stapelverliefd op koeien. Heerlijk, die natte, glimmende neuzen en die lodderige ogen.

En dan nader ik Lourdes. Ooit voor de echte diepgelovigen, die toen slechts een glimp van ‘de’ verschijning hoopten te zien. Nu is het één grote commerciële kermis. Je kunt hier nog steeds een plastieken Jezus kopen, gevuld met het ‘geneeskrachtig water’ van Lourdes.

Geloof doet veel met een mens. Water om je zonden weg te wassen! Ik mijmer voor wie ik een plastieken Jezus mee naar huis zal nemen. Ik kom tot tientallen vrienden die zo’n ding eigenlijk nodig zouden hebben. Maar voor hén zit daar echt veel te weinig geneeskrachtig water in. Een litertje is niks. Hun zonden zijn te groot!

Ik besluit om een stuk Pyreneeën te pakken. Ik vind het toch wel leuk. Ik stijg wederom tot sneeuwhoogte. Er zijn hier in het verleden heel wat wielertours gefietst. De namen van alle grote klimmers staan met grote letters op het wegdek geschilderd. Tevergeefs zoek ik naar mijn eigen naam….

Vlak voor het einde van de route krijg ik een enorme onweersbui over mij heen. De wolken zijn inktzwart en onweer en bliksem razen over mijn hoofd. Ik rijd hoog in de bergen en ik kan nergens schuilen. Ik kan alleen maar doorrijden. De wegen veranderen in bergbeekjes, het water gutst naar beneden. Een half uur later is het droog en schijnt de zon weer. Ik …. uh …. vond het best wel spannend….

Ik vind een eenvoudige caravan op een eenvoudige camping voor een schandalige prijs: € 85,-. Als ik twee nachten blijf, dan zakt de prijs naar € 60,-. Maar jôh, ik doe het. Ik vind het niet erg om veel te betalen voor veel comfort. En ook niet om weinig te betalen voor weinig comfort. Maar de verhouding moet goed zijn. Deze keer dan ff niet.

Nou ja, avontuur betekent ook gebrek aan comfort, pap, zei mijn dochter, voordat ik vertrok. Ze heeft gelijk.

ZIJ HEEFT EEN GOEDE BOS HOUT VOOR DE DEUR….

Jazeker. Dat klopt!