Categorie archieven: Stories from abroad

Coos op Reis: SPEECH TO TEXT

(Aflevering 40 in onze serie Coos op Reis.)

Het is zwaar bewolkt en het heeft vannacht ‘alvast’ wat geregend. Er komt vandaag nog meer en de weermannen voorzien heel veel regen de komende periode. Whoeiii!

Ik wandel vandaag, ondanks de dreigende wolken, naar het volgende kustplaatsje Bermeo, een kleine 10 kilometer verderop.

Parapluutje bij mij natuurlijk.

Elke motorrijder heeft immers…

Maar voor ik vertrek, moet ik eerst even aan het werk. Op mijn iPhone heb ik een app van de ACSI. Erg handig om onderweg op de iPhone te zien waar de campings-met-caravans-en-voorzieningen zitten. Omdat ik morgen hier weer vertrek en Frankrijk in ga, koop en download ik het kaartmateriaal van Frankrijk. Ik koop en download gelijk ook maar alle andere landen. Voor € 13 heb je alles, inclusief de testrapporten, openingstijden, adresgegevens, coördinaten etc. Aanrader voor zwervend campingvolk. Tip van Coos!

Ik ontbijt in Mundaka. Dat lijkt op Amsterdam: ook hier hebben de bewoners geen parkeerplaats voor hun auto. Er is gewoon geen ruimte. Veel families hebben dan ook geen auto. Grappig voor zo’n dorpje aan zee, met nog geen 2000 inwoners.

Tijdens het ontbijt aan de haven in het dorp, lees ik een artikel van Paul van Hooff. Ik las zijn boek ‘Man in het zadel’. Het artikel gaat over de schrijver en zijn trouwe Laverda 750.

Een paar geweldige herinneringen borrelden in mijn oude brein omhoog. Want die helse Laverda was voor mij óóit de moeder aller motoren. Die vette tweecilinder herinnert mij aan Peter van Duin. Peter woonde samen met zijn vrouw in een oud arbeiderswoninkje dat tegen de Lindtsedijk in Heerjansdam, gezellig onder de rook van Rotterdam, was aangezakt.

Peter van Duin en ik werkten in 1970 (!) samen als computer-operator bij Alpha Computer Diensten in de Spaanse Polder in Rotterdam. Aan een enorm mainframe, de GE 415 van General Electric. En toen al met een verbinding en Time Sharing naar Engeland. Knappe koppen in dienst van een fabrikant van veevoeder gebruikten o.a. computercapaciteit om op basis van de temperatuur, kracht van de zon, de kleur en de vochtigheid van het gras, wat weersvoorspellingen en wat geluk, de juiste en meest economische samenstelling van het veevoeder te berekenen. Jôh, ik was net 18 jaar. Mán, wát een mooie tijd. En wát een avontuur!

We werkten met zijn drietjes in een 24-uurs ploegendienst. De andere collega was een Fries en heette Peet de Jong. We waren alle drie ruim boven de 1.90 meter en daarom noemden ze ons de DeLangeDweilenPloeg.

Als we in de nachtdienst werkten, dan zeiden we altijd tegen elkaar: de nacht is voor dieven, hoeren, taxichauffeurs EN voor computer-operators….

Enfin. Terug naar die motor. Mijn collega Peter van Duin reed in 1970 zo’n Laverda 750. In het oranje. Toen ik hem voor het eerst zag, was ik direct smoorverliefd. Als door de bliksem getroffen bleef ik op het smalle stoepie aan de Industrieweg 130 staan. Wát een enorme machtige machine. En dan die twee vette cilinders! Als gigantische schuingeplaatste heipalen onder die fraai gevormde tank. Wat een vreselijk oerding. Ik kon er alleen maar overdag van kwijlen en ‘s nachts met mijn handen boven de dekens van dromen.

Door Peter van Duin ben ik gaan motorrijden.  En dát kwam zo:

Als het werk ‘s nachts eerder klaar was, dan mochten we naar huis. We deden een keer rond 03:00 uur het systeem uit en Peter zou mij op zijn motor wel even thuis brengen. Het was augustus en de nacht was zwoel. Ik stapte in een colbert en zónder helm bij hem achterop. Dat mocht nog in die tijd (1970).

Wôw! En zo raasden we om 03:15 uur met 150 km per uur door een verlaten Maastunnel in Rotterdam. Peter in zijn lederen jas, met zijn oranje potje en zo’n klassieke motorbril. En ik zonder enige bescherming. Whoeiii…

De witte middenstrepen op het zwarte asfalt veroorzaakten eerst een stroboscopisch effect maar vormden al snel door de toenemende snelheid één doorgetrokken streep. De gele tegeltjes tegen de muur vervaagden tot een grote gele, wollige waas. Het was zo’n enorme sensatie en demonstratie van brute kracht en snelheid. En dat kolossale geronk van die dubbele uitlaten, het geluid van die twee rauwe cilinders dat tegen de keramische tegeltjes aanroffelde.  We gingen op topsnelheid héééélemaal plat door de flauwe bocht die daar halverwege in de tunnel zit… Ik was in een poep en een zucht thuis in Lombardijen.

Peter, wat gebeurt er nu als er in die flauwe bocht een auto met panne staat?, vroeg ik hem de andere dag. Uh … tja, dán …. worden we helaas gelanceerd, zei Peter nuchter. Dát moet je kunnen accepteren, anders kan je beter geen motor gaan rijden, voegde hij er glimlachend aan toe.

De week daarop vond ik ergens in het Oude Westen van Rotterdam een motorrijschool. De instructeur zat met dubbele bediening bij mij achterop. Voor negen gulden per uur behaalde ik met vijf rijlessen mijn motorrijbewijs, het werkelijk allerbelangrijkste diploma dat ik ooit in mijn leven haalde…

Ik denk nog regelmatig aan Peter van Duin en aan zijn enorme Laverda, Zou hij nog leven? Nog motor rijden?  En wáár zou zijn MOEDER ALLER MOTOREN dan zijn?

Ik zit al een kwartier gedachteloos in mijn koffie te roeren. Ik ben helemaal terug in de tijd. Joh, ik moet nodig gaan wandelen. Ik wil naar Bermeo, het volgende dorp. Ik ga gauw op weg!

Baskenland (Euskal Herria) is tweetalig. De Baskische taal is erg afwijkend, nauwelijks verwant aan andere talen en zeker heel anders dan Spaans. Het is voor de Spanjaarden onverstaanbaar. Ik zie op veel borden dan ook twee talen staan. Sommige theorieën gaan zelfs zo ver dat ze de Basken als directe afstammelingen van de cro-magnonmensen classificeren, op basis van fysieke kenmerken en skeletbouw.

De Basken zelf beweren in elk geval dat zij de eerste en tevens oorspronkelijke bewoners van Spanje zijn. Zij voelen zich duidelijk superieur aan de Spanjaarden.

Nou, tweetalig dus. Kijk maar op de verkeersborden. Maakt voor mij trouwens niks uit, want ik snap allebei de talen niet.

De letter X wordt hier opvallend veel gebruikt. En de tilde.

Maarruh….ze nemen mij niet in de maling hoor, als ze een bank slecht vinden, dan noemen ze hem hier ook gewoon een….

Dorpen in de omgeving strijden hier jaarlijks wie het hardst kan roeien. Ze oefenen flink in Bermeo. Aan de haven tref ik een prachtig standbeeld van een vader en zoon, dat symboliseert dat vader zijn zoon al vroeg leert roeien. Prachtig en ontroerend.

Even na 13:00 uur begint het zachtjes te regenen en rond 14:00 uur gaat het los. Een mooie tijd om onder een luifeltje te lunchen. Je moet het geluk een klein beetje blijven helpen.

Later ontdek ik onderweg nog een reuze handige paraplu-installatie bóven de was. Super.

SPEECH TO TEXT / TIP VAN COOS

Het elke dag handmatig intypen van mijn reisverslag is best veel werk en kost een hoop tijd.

Daar heb ik wat op gevonden. En wellicht gebruik jij het al járen en ben ik de enige op de hele wereld die nog typt. Maar toch…..het is reuzehandig en wellicht heb jij er ook iets aan.

Naast de spatiebalk op het toetsenbord van je iPhone, zie je een klein microfoontje. Wellicht druk je er wel eens per ongeluk op en krijg je dan de vraag of je wilt dicteren. En meestal zeg je nee en ga je verder met typen.

Als je nu op het microfoontje drukt en je activeert het dicteren eenmalig, dan kun je voortaan het microfoontje gebruiken en je teksten dicteren. Je kunt het dicteren ook in INSTELLINGEN aanzetten.

Je kunt het microfoontje voortaan gebruiken als je mail typt, als je notities maakt, in WhatsApp, in Facebook etc. Probeer het maar eens. Het is reuzehandig en het werkt razendsnel.

De zinnen sluit je af door aan het einde van de zin gewoon ‘punt’ te zeggen. Je zult zien dat het programma dan netjes een punt achter de zin plaatst. Tussenzinnen kun je maken door gewoon komma te zeggen. Of je zegt haakje open, blablablabla en haakje sluiten. Of je kunt een vraagteken toevoegen door vraagteken te zeggen. Uiteraard werkt uitroepteken ook. Je gaat weer terug naar het toetsenbord door even op het kleine toetsenbordje te tikken, rechts onder in het scherm. Je kunt trouwens gelijk zien of je goed articuleert. Als je mompelt, dan mompelt hij ook onverstaanbare woorden op je scherm. Koekel maar even op ‘dicteerfunctie iPhone’ en lees daar de rest.

Morgen reis ik weer verder. In de regen. Mijn favoriete muzikant Steven Wilson maakte er met Porcupine Tree in 1992 al een waanzinnig nummer over: It Will Rain For a Million Years. Prachtig nummer over kut-regen. Ik haat regen!

THE CATCH OF THE DAY

De meeste foto’s maak ik in landscapeformat. Dat vind ik mooier. Ik benut thuis zo mijn 29” monitor in de volle breedte. Alle echte oude fotografen maken hun foto’s in landschapeformat. Let maar eens op.

De jongelui willen de foto’s op portraitformat. Ze kijken er alleen maar op hun iPhone naar. De meesten hebben thuis niet eens een computer meer. Grappige ontwikkeling, vind ik.

De weg naar de hel, op de motor

Terwijl wij hier ons afvragen wanneer we in Europa weer mogen reizen op de motorfiets, neemt Itchy Boots in Zuid-Afrika de “Road to Hell”. We zien prachtige beelden als ze door de Swartberg Pass rijdt. Ze filmt meerkatten in de vroege ochtend. Het is weer een aflevering waar we ademloos van kunnen genieten. Voor de liefhebbers: haar kanaal vind je ook in de rechterkolom onder onze ‘favoriete YouTube kanalen’.

Coos op Reis: VERS MAALTJE VIS

VERS MAALTJE VIS

Vandaag publiceren we het 39e verhaal van onze motorreiziger en verhalenmaker Coos van der Spek. Coos reisde  na zijn pensioen (voor Corona tijd) een 3-tal maanden door Zuid-Europa. Wij zijn op 9 februari begonnen met publiceren dus het “uitzenden” van de verhalen in onze serie “Coos op Reis” zal bij ons wellicht tot ergens in juli duren. We genieten wat langer door dus. Coos rijdt niet alleen wat rond. Coos luistert naar mensen, maakt overal en altijd vrienden, deelt zijn passie en verzamelt verhalen…  Enfin, laten we naar Coos luisteren: 

Het is 6 april. Ik ben in Mundaka, aan de noordkust van Spanje.

Ik heb sinds gisteren spiksplinternieuwe Spaanse banden, maar toch ga ik lekker naar het strand wandelen. Het is strakblauw en de weervrienden beloven 23 graden. Dat ga ik meemaken! Ik neem mijn draagbare Helinox stoeltje en e-book mee.

Voor mijn ontbijt moet ik werken: éérst de berg naar het dorp op wandelen voor de supermarkt. Dat jullie niet denken dat ik hier een luizenleventje heb, hè? Het valt soms echt niet mee. Soms dan, hè…. soms…. nou ja, heel soms dan….

Ik heb de laatste weken zoveel gelopen, dat mijn wandelsokken versleten zijn.

De gaten zitten er in. Natuurlijk heb ik nog een paar extra wandelsokken bij mij. Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je …..

Het strandje van Mundaka valt mij tegen. Ik vind het niks. De provinciale weg gaat bijna over mijn hoofd, de kleur van het zand staat mij niet aan, er liggen hondendrollen, ik vind het water een beetje laf en er staat een vals windje. Nou, veel meer commentaar heb ik niet op dat KUT-strandje, geloof ik.

Ik wandel nog een stuk door de omgeving en verzamel vast wat materiaal voor The Catch of the Day. Anders durf ik niet naar bed vanavond.

Verderop in het dorp vind ik een trap naar zee, met een extra stukje beton. Voor mij, denk ik. En helemaal prima voor mijn opvouwbare stoel. Uit de wind, zicht op het water en een lekker rustig plekkie om een boekje te lezen. De koning te rijk.

Ik zit er de hele middag. Ik moet er nu nog van gapen: A Lazy Friday Afternoon.

Ik sluit de vrijdagmiddag in het dorp af met een biertje en een schoteltje olijven, lekker tussen de vreselijk lawaaiige locals met hun ontiegelijk drukke blèrende koters, op een heerlijk intiem pleintje met oude, schaduwrijke bomen, aan de haven bij de zee. Een heel apart en aangenaam sfeertje. Hier ontmoeten de dorpsgenoten elkaar aan het einde van de werkweek. In Mundaka is geen reet te doen en dat is precies
haar charme.

Het restaurant bij de camping heeft in de wijde omtrek een meer dan uitstekende naam. Ik besluit om daar te gaan eten. Het is zo’n restaurant waar ze tussendoor de kruimeltjes brood van je tafellaken komen vegen. Ik voel mij altijd snel overal thuis, maar helemaal in dit soort restaurants… Lekker jôh. Ik geniet altijd erg van luxe.

Een groot bord houdt haar gasten bij de ingang tegen: het restaurant gaat pas om 21:30 uur open. Als je sjiek bent, dan moet je je ook sjiek gedragen, nietwaar? Alleen werkvolk heeft eerder honger. Die hebben immers hard gewerkt. Zoiets…

Ik ben te vroeg, dus ik bestel een kopje koffie en ga aan een tafel in de bar vast aan mijn reisverslag knutselen. Anders krijg ik van mijn vrienden op mijn kop.

Even vóór 21.30 uur verwijdert de manager met een theatrale zwaai het bord en gaat vol verwachting bij de trap staan wachten. Ik heb nog genoeg aan mijn verslag te knutselen, dus ik blijf nog even aan mijn tafel zitten. En ik vind het wel grappig om hem te jennen natuurlijk.

De manager draalt eerst wat in het rond, maar komt dan toch naar mij toe en nodigt mij uit om naar het restaurant te komen. Met een theatraal gebaar toon ik hem de klok van mijn iPhone. Het is 21:29 uur. Dat is mij nog te vroeg…. Whoehaaa…! Echt gebeurd.

We schieten allebei in de lach en zijn gelijk vrienden. Binnen praten wij geruime tijd over het Baskenland en de Basken. Hij vergelijkt het met Ierland en ik vergelijk het met Friesland. Dat zijn ook van die deugnieten… Het bommengooiensmijttijdperk in Baskenland is al lang voorbij, beweert hij. Maar echte vrienden worden ze echter nooit.

Als ik vraag hoe het komt dat de Basken een lichtere huidskleur hebben dan de Spanjaarden in het zuiden, dan vertelt hij mij lachend dat het komt omdat de Basken altijd aan het werk zijn en de Spanjaarden tijd hebben om in de zon te zitten. Ik moet zoooo lachen. Het is ook overal hetzelfde.

We praten over motorfietsen. Hij knalt met zijn crossmotor al tien jaar daar in de buurt door de natuur. De politie laat dat oogluikend aan de bewoners toe. Vaak hebben ze met elkaar op school gezeten of komen ze uit hetzelfde dorp. De manager is bezig om van een BMW K100 een soort caféracer te maken. Een erg bijzondere combinatie in mijn ogen.

Ik hoef de door mij bestelde tien jaar oude port niet te betalen. Invitación, staat er op de rekening. Krijg ik kado van hem. Dat is leuk. Een goeie Bask!

Mooie dag. Geen reet gedaan. Schaamteloos geleefd. Ledigheid is des duivels oorkussen. Nou en?

VERS MAALTJE VIS

Ik zit dus op mijn stukje beton in de zon mijn e-boekje te lezen. Blijkt het helemaal niet mijn stukje beton te zijn!

Ik hoor iemand achter mij zingen en er stapt geroutineerd een gebronsde Spanjaard in een zwembroek voorbij. In zijn ene hand heeft hij een duikbril en zwarte zwemvliezen en in zijn andere hand een lange stok met twee ijzers aan het einde en een groot mes. Hij trekt zijn zwemvliezen aan, schuift de duikbril voor zijn ogen en zonder een halve seconde te aarzelen duikt hij het steenkoude water van de oceaan in.

Tien minuten later stapt hij weer op de kant met twee grote vissen. Zo, lekkere verse en gratis vis voor vanavond, zingt hij in het Spaans….

Teringjantje, wat een mooi leven heb je dán…!

Coos op Reis: DRIE NUL TWEE

DRIE NUL TWEE (het 38e verhaal in onze serie Coos op Reis)

We vertrekken hier weer vandaag. Ik beloofde mijn motor immers spiksplinternieuwe bandjes. Ik zadel mijn paard. Zij hinnikt van de gedachte aan nieuwe hoeven.

Het lijkt erop dat het een mooie dag gaat worden. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is al vroeg prima.

Op de camping praat ik met een Nederlands stel uit Amsterdam. We hebben gelijk iets gemeenschappelijks: ook zíj hebben teveel spullen meegenomen… Ze zijn op de fiets. Ze kwamen met de trein tot aan Biarritz. Daarna op de pendalen en trappen. Zij hebben vannacht hier in hun tentje geslapen. Dat was wat fris. Het valt hen erg tegen dat de bergen zover tot aan de kust doorlopen. Daardoor moeten ze vaak klimmen. Het valt hen zwaar. Iets te zwaar. Ze zijn er eigenlijk wat somber van.

Zij betalen € 17 per nacht om in hun piepkleine tentje te mogen slapen en ze vallen van verbazing om als ik hen vertel dat ik voor € 39 per nacht in een heel huisje met alles erop en eraan slaap. Dat lijkt hen ook wel wat… En ze zijn gelijk weer vrolijk. Oh schat, en dan kan ik gelijk mijn haar wassen, zegt zij verleidelijk tegen hem….

Na het ontbijt betaal ik de rekening bij receptie, trek de deur achter mij dicht en start de route naar de BMW-dealer bij Bilbao. Het is een kleine 200 kilometer. Ik kies de mooiste stukken binnendoor om daar lekker te gaan sturen. Steeds als de route mij onderweg niet zo bevalt, stuur ik naar de kustweg of pas de route snel aan. Elke keer doemt de zee links op. Een mooie ervaring om zo langs de kust te rijden. En handig om op deze manier met de slimheid van het navigatietoestel om te gaan.

Terwijl de monteurs de nieuwe Metzelers Tourance Next voor € 359,- (er was geen keus, meer smaken hadden zij niet..) monteren, kom ik in de winkel in gesprek met een jongeman. Hij vraagt aan mij of ik degene ben die met de motor door Zuid-Europa aan het rijden is. De monteur heeft hem dat verteld.

Enthousiast vertelt hij dat hij in september met zijn nieuwe GSA naar Turkije gaat varen en rijden. Hij heeft een helblauwe GSA gekocht en die mag hij morgen ophalen. Het toeval wil dat ik een uur daarvoor heb staan kijken hoe hij uit de krat werd uitgepakt. We staan samen een poosje te kletsen over motorreizen in het algemeen. Hij geeft mij een hand en vertrekt.

Als mijn motor klaar is betaal ik de rekening, zeg het vriendelijke personeel gedag en ga op zoek naar een mooie caravan.

En die vind ik. Een erg luxe model en groter en hoger dan normaal. Deze is ruim voorzien van linnen, handdoeken en zeep. En een aantal kachels. Kost € 74,- per nacht. Whoei! Maar er zit een toprestaurant op deze camping. Das ook wat waard. En mijn motor, mét nieuwe pantoffels, staat op het terras. Ik ben helemaal tevreden.

DRIE-NUL-TWEE

Ik graai en grabbel in mijn heuptas. Dan komt plots een sleutel met een kaartje tevoorschijn waarop staat 302….

Nu pieker ik mij al dagen suf wanneer ik in kamer 302 of caravan 302 was. Ik heb werkelijk géén idee!

Ik heb weinig foto’s gemaakt vandaag. Deze dag stond meer in het teken van ‘nieuwe banden scoren’. Maar toch nog wat Catches of The Day:

Japanse motoragent

Dit filmpje staat al een paar jaar op YouTube. Toch delen we het nog maar eens een keer. Om aan te geven wat er aan motortechniek mogelijk is, zelfs bij nat weer. Heerlijk om te zien hoe deze Japanse motoragent het maximale uit zijn machine haalt op dit kleine stuk nat asfalt. Er zitten wel wat uurtjes training in hoor.