Tag archieven: Motorroutes

Coos op Reis: DRIE NUL TWEE

DRIE NUL TWEE (het 38e verhaal in onze serie Coos op Reis)

We vertrekken hier weer vandaag. Ik beloofde mijn motor immers spiksplinternieuwe bandjes. Ik zadel mijn paard. Zij hinnikt van de gedachte aan nieuwe hoeven.

Het lijkt erop dat het een mooie dag gaat worden. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is al vroeg prima.

Op de camping praat ik met een Nederlands stel uit Amsterdam. We hebben gelijk iets gemeenschappelijks: ook zíj hebben teveel spullen meegenomen… Ze zijn op de fiets. Ze kwamen met de trein tot aan Biarritz. Daarna op de pendalen en trappen. Zij hebben vannacht hier in hun tentje geslapen. Dat was wat fris. Het valt hen erg tegen dat de bergen zover tot aan de kust doorlopen. Daardoor moeten ze vaak klimmen. Het valt hen zwaar. Iets te zwaar. Ze zijn er eigenlijk wat somber van.

Zij betalen € 17 per nacht om in hun piepkleine tentje te mogen slapen en ze vallen van verbazing om als ik hen vertel dat ik voor € 39 per nacht in een heel huisje met alles erop en eraan slaap. Dat lijkt hen ook wel wat… En ze zijn gelijk weer vrolijk. Oh schat, en dan kan ik gelijk mijn haar wassen, zegt zij verleidelijk tegen hem….

Na het ontbijt betaal ik de rekening bij receptie, trek de deur achter mij dicht en start de route naar de BMW-dealer bij Bilbao. Het is een kleine 200 kilometer. Ik kies de mooiste stukken binnendoor om daar lekker te gaan sturen. Steeds als de route mij onderweg niet zo bevalt, stuur ik naar de kustweg of pas de route snel aan. Elke keer doemt de zee links op. Een mooie ervaring om zo langs de kust te rijden. En handig om op deze manier met de slimheid van het navigatietoestel om te gaan.

Terwijl de monteurs de nieuwe Metzelers Tourance Next voor € 359,- (er was geen keus, meer smaken hadden zij niet..) monteren, kom ik in de winkel in gesprek met een jongeman. Hij vraagt aan mij of ik degene ben die met de motor door Zuid-Europa aan het rijden is. De monteur heeft hem dat verteld.

Enthousiast vertelt hij dat hij in september met zijn nieuwe GSA naar Turkije gaat varen en rijden. Hij heeft een helblauwe GSA gekocht en die mag hij morgen ophalen. Het toeval wil dat ik een uur daarvoor heb staan kijken hoe hij uit de krat werd uitgepakt. We staan samen een poosje te kletsen over motorreizen in het algemeen. Hij geeft mij een hand en vertrekt.

Als mijn motor klaar is betaal ik de rekening, zeg het vriendelijke personeel gedag en ga op zoek naar een mooie caravan.

En die vind ik. Een erg luxe model en groter en hoger dan normaal. Deze is ruim voorzien van linnen, handdoeken en zeep. En een aantal kachels. Kost € 74,- per nacht. Whoei! Maar er zit een toprestaurant op deze camping. Das ook wat waard. En mijn motor, mét nieuwe pantoffels, staat op het terras. Ik ben helemaal tevreden.

DRIE-NUL-TWEE

Ik graai en grabbel in mijn heuptas. Dan komt plots een sleutel met een kaartje tevoorschijn waarop staat 302….

Nu pieker ik mij al dagen suf wanneer ik in kamer 302 of caravan 302 was. Ik heb werkelijk géén idee!

Ik heb weinig foto’s gemaakt vandaag. Deze dag stond meer in het teken van ‘nieuwe banden scoren’. Maar toch nog wat Catches of The Day:

Op de motor naar de Pyreneeën?

IN JUNI GAAN DE GRENZEN VAN FRANKRIJK WEER OPEN!

Fotograaf: //commons.wikimedia.org/wiki/User:Jean-Christophe_BENOISTGisteren stond in de krant dat vanaf 9 juni de grenzen waarschijnlijk weer open gaan in Frankrijk. Dat betekent dat motorrijders die van plan waren naar (hun droombestemming) de Pyreneeën te toeren, weer op pad kunnen. Daar gaan wij ze bij helpen. Onze trouwe schrijver Coos van der Spek praat ons bij.

We kennen hem van onze serie COOS OP REIS, hier even een artikel van hem tussendoor, vol met TIPS EN TRICKS!

Lees mee hoe Coos van der Spek voor zijn motorclub MC Zegveld een compleet draaiboek in elkaar zette en talloze fraaie routes en scenario’s bedacht. Je kunt zélfs je motor met een lijndienst per vrachtauto vanaf Klundert door Nord Cargo naar de Pyreneeën laten vervoeren. Daarna stap je met je meisje op het vliegtuig naar Barcelona. Dat is uiteraard de méést luxe manier om een weekje Pyreneeën te doen. Zelf rijden is avontuurlijker en stoerder maar kost meer tijd. Je kunt dan wél onderweg op een sappig veldje in je tentje overnachten, een stacaravan huren of je kiest onderweg voor een mooi hotel. Plan en reserveer niks. Je vindt overal altijd wel een kamer. Dat is en blijft het leukst en het avontuurlijkst en het geeft je maximale vrijheid. Dus snelwegvreters, toertuffers, vrije reizigers met een eigen programma, aanhanger-huurders en -bezitters met een er aan vast geknoopte romantisch-erotische vakantie, snelle solorijders, vliegtuighoppers, strandliefhebbers: pak je kans en creëer je eigen vakantie! In Spanje heeft Coos een prima hotel voor je gevonden, een mooie uitvalbasis voor fraaie dagtochten. En alles lekker op eigen gelegenheid. Vrijheid-blijheid!

Uniek voor de lezers van IKZOEKEENMOTOR:

  • Lees het gratis uitgebreide draaiboek Pyreneeën 2021 van 31 pagina’s dik. Coos neemt je in zijn draaiboek mee in een verhaal hoe je naar de Pyreneeën gaat, verblijft, rondtoert, wandelt en weer vertrekt. Er zijn talloze scenario’s. Het wordt in elk geval altijd een machtige, stoere tocht met een hele berg bochten!
    De link naar dit draaiboek in PDF staat ook nog onderaan dit artikel.
  • Download vanaf maandagavond a.s. via onze besloten Facebook-groep PASSIE VOOR MOTOREN (via bestanden) alle ROUTE BESTANDEN IN GPX.

Wil je alvast even een hele snelle en korte blik op het plan werpen?

Alle heen-routes beginnen en eindigen bij Hendrik Ido Ambacht aan de A16. Als je met elkaar wilt afspreken, dan zou dat dáár kunnen. Of spreek af aan de grens bij Hazeldonk. Deze waypoints zitten in de routes.

In Nederland en in België maak ik gebruik van de snelwegen. Het échte mooie leven begint immers in Frankrijk. Trek tussen de één en zeven dagen uit voor de heenreis naar de Pyreneeën. Mik op vier dagen. Er zijn verschillende scenario’s om straks bij het hotel in de Pyreneeën te komen. Het kan heel snel, maar ook erg toeristisch.

Vanaf de éérste zondag na je aankomst ga je je tourritjes in de Pyreneeën rijden. Woensdag is een rustdag. Voor de Diehards is er voor die dag óók een route. Maar die missen een heerlijke Spaanse lunch met een koel glas bier of een roseetje… Jaca is leuk om rond te wandelen en je kunt natuurlijk ook een dagje van de spa in het hotel genieten.

Ook voor de terugweg zijn er verschillende scenario’s: je kunt in één dag naar huis, maar je kunt er ook twee weken over doen. Mik gemiddeld maar op vier dagen.

Veel plezier met het mijmeren, de voorbereidingen en het leesvoer!

HET DRAAIBOEK kun je hier al downloaden:
VBT21 – Draaiboek en kaarten trip Pyreneeën v2021-06-05d
Voor de ROUTES in GPX kun je vanaf MAANDAGAVOND 3 MEI terecht op facebook, via onze besloten groep
PASSIE VOOR MOTOREN.

Wordt vervolgd!!

Coos op Reis: N221 DOURO PORTUGAL

Wolken én zon. Een mooie combinatie. Het is 6 graden. En, geheel boven verwachting, droog. Het is super motorweer!

(We reizen verder in onze serie “Coos op Reis”, met verslag nummer 34.)

Mijn helm en iPhone zijn inmiddels opgeladen. Op mijn zeer ruime kamer van dit echt geweldige viersterren hotel zit helaas maar één leeg stopcontact. Maar dat is voor een ervaren reiziger geen probleem. Want natuurlijk heb ik een stekkerdoos bij mij… Echte motorrijders hebben dat. Anders ben je een Sissie.

Het hotel is uitstekend. Het is een heerlijke luxe en rustig plek. Hier geen televisie in het restaurant en schreeuwt er niemand aan tafel. Pfff… Ik geniet dan ook volop van het ontbijtbuffet met de geklutste eitjes en de gebakken spek en alle andere lekkere dingen. En de jus d’orange uit een pak. Grrr! Ik ga er voortaan niets meer over zeggen.

Water en benzine zijn straks nummer één, bedenk ik mij. Ik realiseer mij dat ik straks een dunbevolkt gebied in zal rijden. Better safe than sorry.

En ik neem mij voor om zo meteen extra warme kleding aan te trekken.

Die kou van gisteren was helemaal niks.

De dampen hangen nog in mijn laarzen.

 

De dienstdoende mevrouw helpt mij om mijn bepakking van mijn kamer naar de garage te zeulen. Hijgend en puffend staat ze naast mij. Zou ze nou plots zo opgewonden zijn van míj of gewoon een slechte conditie hebben, vraag ik mij af?

Mijn BMW gromt als ik haar uit haar warme overdekte stal haal. Zij heeft zo lekker, warm en veilig geslapen, fluistert ze. Niemand kan het horen, zoals je inmiddels weet. Alleen ik.

De zijtassen bind ik vandaag nog wat verder naar voren op de zijkoffers in een poging om het pakgewicht nog wat meer in het midden van de motorfiets te krijgen. Elke centimeter helpt. Gewoon, even proberen. Ik denk wel dat het werkt.

Ik loop een rondje om mijn motor, check de olie, de banden op beschadigingen en controleer de bandenspanning op het dashboard. Dat is eigenlijk wel mijn standaard procedure ’s morgens. Veiligheid voor alles. Alles ziet er goed uit. En verder geloof ik het wel. Mijn motor controleert alles zelf en vertelt mij met oranje en rode lampjes als er iets aan de hand is. Vrienden doen dat!

140 euro armer verlaten we het hotel. Zij vindt het bedrag niet erg en ach, Janny heeft toch geen Feestboek, vergoeilijken we elkaar onze keus. Jôh, we hebben lekker geslapen, gisteravond lekker gegeten, lekkere Douro-huiswijn gedronken en vanmorgen van een heerlijk ontbijt genoten. Brullend van de lach gaan we op weg.

Ik douw de BMW eerst maar eens vol met de extra dure Top95 benzine. Zij kirt helemaal. Het schijnt geen reet uit te maken, maar ach, laat haar nou ook gewoon even in die waan. Zij belooft mij voor vandaag extra pk’s.

We rijden snel het natuurgebied ‘Parque Natural do Douro Internaciocal’ in. Een groot deel van het gebied ligt aan de Douro, een prachtig gebied waar de werkelijk bijzondere wijn vandaan komt. Het gebied lijkt op het gebied van de Moezel. Maar dan met cactussen en andere exotische planten.

We komen op de N221. Ik herken onmiddellijk het zogenaamde zwart fonkelende sterretjesasfalt. De weg slingert, ligt er zo strak als een biljartlaken bij en ziet er zo betrouwbaar uit als die gereformeerde ouderling die samen met zijn vrouw elke zondag op het eerste bankje voor in de kerk zit. Deze weg is ontworpen en gemaakt om sportief te rijden. Deze weg is voor motorrijders. Deze weg is voor mij! De vangrail is aan de onderzijde gesloten. Dit is gewoon een motorcircuit, maar dan zonder racelicenties, toegangskaarten en toeschouwers.

Het motormanagement staat nog op ‘rain’. Ik zet het snel terug op ‘dynamic’ en stel de vering op ‘hard’. Dat betekent weinig comfort maar snaarstrak sturen.

En dan gaan we! Volle bak. Alles open. Héérlijk samen dansen op de N221. Niet die uitdagende Tango, niet die slepende Bolero, nee, snoeiharde Rock & Roll. Snel, hard en ruig. Zij met haar Top95 benzine, ik met al mijn overbodige teringzooi die ik elke dag op haar rug zet. We hebben het elkaar al lang vergeven.

De N221 gaat verder. We komen uit het zuiden en gaan naar het noorden. De zon in de rug. Maximale controle op de kwaliteit van het asfalt. Het is niet nodig. Het is superieure circuitkwaliteit.

De route is fantastisch. En lang! Zoooo lang! En slingert maar door en door. Deze weg is abnormaal geweldig. Deze weg is een beest! Ik kan niet meer superlatieven verzinnen. Ik ben met de keuze van deze weg boven mijzelf uitgestegen. Haha. Gewoon stom geluk, hoor…

We zakken een stukje naar beneden en komen langs de rivier Douro te rijden. En de weg wordt gekker en gekker. Wat een prachtig circuit. Draaien van 180 graden, maar dan open, zodat je er met flink gas doorheen kunt. Geen krappe hairpins. Ik duw voor de linkerbochten met mijn linkerhand het stuur weg en roep GAS GAS GAS in mijn helm. De motor is topzwaar, maar komt gewoon mee. Puur door de snelheid. Het is helemaal super. Ik overweeg om alle bepakking en de drie zilveren koffers in de bossies te verstoppen en noges, maar dan vederlicht, het circuit bulderend en nog sneller over te doen. Beter van niet, hé. Dombo! Je bent geen 20 meer, je bent inmiddels gewoon een ouwe vent…

Koekel maar: N221 Douro Portugal. Of zoek hem in Basecamp op. Zet hem op je bucketlist. Doe de N221 voordat je ‘hier’ vertrekt. En als je dan daar toch in de buurt bent, pik dan de N216 en N217 ook maar mee. Kwalitatief niet altijd super, maar zeker de moeite waard.

Miranda is hier ook trouwens. Ze ligt een stukje verderop. Ik heb haar nog niet gevonden, maar ben onderweg!

Bij de dam sterft de wilde Douro en wordt gereguleerd tot een piswatertje. Ook de Portugezen willen alles onder controle hebben.

Als ik weer in de bewoonde wereld kom, is het al na 14:00 uur. En zijn de supermarkts dicht. Ik stap bij een café naar binnen voor iets eetbaars. De baas heeft er geen zin meer in, maar samen met een Frans sprekende Portugees lukt het om een fantasielunch te ritselen. Heerlijk! Buiten vergapen de locals zich aan mijn motor. Mijn BMW glimt van trots…

Ik vervolg mijn weg en krijg een lesje dat je nooit op je navigatiesysteem moet vertrouwen. Het waterpeil van de Rio Sabor is zo erg verhoogd, dat de oude weg onder water is komen te staan. Ik moet wel 30 km omrijden.

Ik zie en ruik nog steeds de gevolgen van oude bosbranden en kom hier en daar nog wat zooi tegen op de N216 en N217. Het is nog steeds een frisse dag. In de verte zie ik besneeuwde bergtoppen en langs de weg zie ik de laatste sneeuw liggen.

Ik dender Spanje weer in en na een kwartier signaleert mijn navigatiesysteem via de satellieten een andere tijdzone. Het maakt mij een tijdreiziger. Het is plotseling 19:30 uur! Tijd voor een slaapplek. Ik stop eerst bij een camping. Maar de man vraagt 85 euro voor een nacht. Hij wil niets van de prijs af doen. Dus ik vertrek daar rap. Ik vind een hotel in La Bañeza voor een mooi prijssie: 40 euro. De motor mag in hun garage, vijf minuten wandelen weg. De zoon brengt mij met de auto. Op zijn advies eet ik het speciale Paasgerecht van de streek: kabeljauw in spicy tomatensaus. Lekker!

Super dag. Ik heb waanzinnig heerlijk gereden!

Note: voor degenen die de draad ondertussen een beetje zijn kwijtgeraakt maakte ik even een overzichtje op de kaart. De vette rode streep geeft aan welke afstanden ik inmiddels heb afgelegd en de pijl geeft aan waar ik nu ongeveer ben.

Nog wat gevangen voor The Catch of the Day!

Rondje IJSSELMEER met de ZERO SRS

“Elektrische motorfietsen zijn alleen geschikt voor een rondje om de kerk of een tripje in het weekend”,  is een vaak gehoorde uitspraak.

Opvallend is dat veruit de meeste motorrijders hun motorfiets meestal juist op die manier gebruiken. Wij nemen de proef op de som en rijden een rondje IJsselmeer met een Zero Motorcycles SRS met 12 kW semi snellader. Een rit van zo’n 500 km.

In eerste instantie is de bedoeling alleen maar secundaire wegen te rijden, dat blijkt met name in het Westland veel te veel tijd te kosten vanwege de vele dorpjes en steden waar je om en doorheen moet. Daarom wordt voor die regio de snelweg gekozen. Laadpunten zijn er inmiddels voldoende in Nederland. Anders dan tankstations zijn laadpunten niet herkenbaar vanuit de verte.

Route maken.

Via Google Maps wordt de route gemaakt. Het handige van google maps is dat je daarop kunt selecteren op laadpunten. Anders zijn er verschillende apps waarvan je gebruik kunt maken. Het snelst laadt deze SRS aan een 22 kW AC lader of laders met een nog hoger vermogen. Denk hierbij aan de meeste snelladers langs de snelweg van Allego of Fastned . De laadmomenten worden tussen de 100 -120 km gekozen wat neerkomt op één tot anderhalf uur rijden per keer. Mooi om even de benen te strekken.

De weersverwachtingen zijn droog maar fris. Goed aankleden en de handvatverwarming op de SRS maken de rit aangenaam. Via het rivierengebied gaat de rit naar de eerste laadstop aan de A2. Laden vraagt uiteraard wat meer tijd dan het volgooien van en tank. Leuke bijkomstigheid is dat je tijdens het laden altijd aanspraak hebt met mensen die bijna zonder uitzondering verbaasd reageren op een elektrische motorfiets. Elektrische auto’s kennen mensen intussen wel. Betalen doe je met een laadpas of een app. De weg vervolgt via de snelweg richting West-Friesland, een straffe noorderwind op de neus neemt wel wat range weg, maar dat wordt beperkt door de maximum geldende snelheid van 100 km/u. Even voor de afsluitdijk is de volgende stop. Het is inmiddels etenstijd.

Laden en rijden.

De laatste 10% laden van de batterij duren het langst. Vergelijk het met het volgooien van een tank benzine. Het laatste beetje moet je ook rustig tanken om niet te knoeien. Als je wat minder tijd hebt of wilt besteden laad je de batterij tot 85- 90 % wat zo’n 25 minuten duurt. Die laatste paar procenten zijn slechts 10-15 km extra range. In dit geval was de batterij behoorlijk leeg door tegenwind. Omdat dit de middagpauze met lunch was werd de batterij volledig geladen. Dit kost je aan tijd ongeveer 45 minuten.

De weg vervolgt zich over de afsluitdijk, daar wordt momenteel flink gewerkt aan versteviging en verhoging van de afsluitdijk ter voorbereiding op de stijgende zeespiegel. Natuurlijk wordt er ook een stop gemaakt bij het monument op de afsluitdijk en het
windmolenpark wat gebouwd wordt in het IJsselmeer. Na de afsluitdijk gaat het zuidwaarts met de wind in de rug via binnenwegen door Provincie Fryslân. Een landschap wat zich kenmerkt door een uitgestrektheid met mooie Stolpboerderijen en heel veel windturbines. De weg vervolgd zich via de Noordoostpolder waar nog wordt bijgeladen bij een nieuw Fastned station met AC lader. Opvallend is dat er door auto’s flink gebruik gemaakt wordt van deze snelwegsnellaadstations. Veelal korte stops om net wat range bij te laden.
De reis gaat verder via Provincie Flevoland waar een afslag gemist wordt en een omweg van een km of 15 gemaakt wordt. Flevoland is vlak, met moderne bedrijfsterreinen en monumenten die herinneren aan de Zuiderzee …. en veel windturbines. Bij Apeldoorn wordt de batterij weer bijgeladen voor de laatste etappe. Dit Fastned station zou ook een AC lader moeten hebben. Daar aangekomen bleken alle laders te zijn vervangen door nieuwe ultra snelladers maar zonder AC type 2 plug. Gelukkig stond er op de nabijgelegen parkeerplaats een Allego snellader met wel een 43 kW AC lader. De laatste 90 km werd weer snelweg gereden.

Resumé

De totaal afgelegde afstand van deze rit is uiteindelijk 519 km. De 4 laad / pauze / toerist momenten varieerde van 25 tot 45 minuten, de rit duurt in totaal 11 uur. We kunnen zeggen dat
het rijden van een grote toerrit met een elektrische motorfiets heel goed mogelijk is. Je moet jezelf wel iets meer tijd gunnen voor een laad cq stopmoment of deze combineren met een functionele stop. Denk aan een eet- / drinkmoment of bezichtiging. Je kunt dit ook zien als een onthaast moment. Handig is de laadpunt optie van Google Maps. Steeds meer navigatiesystemen worden hier overigens ook mee uitgerust. Er is bij deze rit gebruik gemaakt van snelwegladers, deze zijn veelal uitgerust met 1 AC lader, dat kan als je alleen rijdt. Als je met meerdere elektrische motorrijders zou rijden is een laadpaal buiten de snelweg een betere optie. Dit zijn over het algemeen AC laadpalen met 2 of meer laadpunten.

De laadkosten aan de snelwegladers kwamen per laadbeurt gemiddeld uit op €5,50 volgens de laders. Echter met de gebruikte laadpas moet dit bedrag wat lager uitvallen. Hoeveel is pas te zien bij de digitale afrekening. Door de uitgebreide laadinfrastructuur in Nederland is het rijden van een grotere afstand geen bezwaar meer. Ook de beschikbare apps voor het zoeken en navigeren naar laadstations en de steeds meer op elektrisch rijden voorbereide navigatie maakt het steeds eenvoudiger om elektrisch motor te rijden.

Wil je weten hoe een Zero SRS rijdt?

Neem dan contact op met ElectricMotorbikes.nl

Namens de redactie@ikzoekeenmotor.nl danken we Andrew Thijsen voor dit artikel. 

COOS OP REIS: IK TREK Z’N KOP VAN Z’N ROMP

Het vorige verhaal van “Coos op Reis” eindigde met een kwizvraag, over dat batterijtje… 

We gaan lezen of ze het hadden. En we volgen Coos en zijn avonturen  op zijn reis door Europa.

“Je hebt motorroutes én je hebt motorroutes. Maar jongûh, dít was een súperroute. Wát zat ik te genieten op deze fraaie dag….  Maar hooo, éérst even een stappie terug.

Ik heb gisteravond laat nog gezellig een biertje met de eigenaar gedronken, daarna lekker geslapen en vanmorgen uitstekend ontbeten. Ik neem vervolgens afscheid van het uiterst vriendelijke Zwitserse echtpaar van de B&B in Peñiscola.

Ik laad de route van deze dag en kom vervolgens in hun ondergrondse garage in gevecht met mijn Garmin-navigatie: ik probeer een track te converteren naar een route zónder GPS-signaal. Het is een kansloze missie. Vijftig jaar ICT-ervaring en steeds weer pakt dat verrekte zwarte kassie mij bij mijn…uh… oorlelletjes… Maar buiten ben ik ‘m strakkies snel de baas, let maar op.

Bij de benzinepomp (1,25 euro, dus het kán best, stelletje dieven in Den Haag…) haal ik de Garmin van mijn motor en reboot het apparaat. Ein neuer boot macht alles gut, zeggen onze Duitse ICT-vrienden. Na tien minuten is de route gegenereerd en ga ik op weg. Stand : Garmin 0 – Coos 1 punt.

Het belooft een mooie dag te worden. Het is strakblauw en nu al warm. Ik zal vandaag 20 graden gaan zien. Niks schaatsen, sneeuw en natte neuzen. Want dit is Spanje. Olé!
Ik laat de toeristen met hun fraaie witte plastic campers achter mij en storm met mijn zwaarbepakte muilezel de bergen in. Kale rotsen, roodgekleurde gronden, dorre struiken maar óók práchtig gekleurde bomen, wisselen elkaar in een moordend tempo af. Ik kijk mijn ogen uit. Wát een prachtig land, wat een fraaie streek en wát een mooi seizoen. Ik voel mij een gelukkig en bevoorrecht mens.

Mijn grijns van oor tot oor moet ook in mijn gesloten Schubert-helm zichtbaar zijn, want tanig gekleurde oude mannetjes in dorpen lachen hun tandeloze monden bloot en zwaaien met hun stramme armen naar mij, terwijl ik als een kasteelheer bovenop mijn zwaarbeladen kasteel hun dorp bestorm. Ik zie ze in mijn spiegels instemmend naar elkaar knikken als ik met een extra toefje gas hun kasseien teister en het eeuwenoude stof onder de zwartgeblakerde dakpannen van hun huizen uit roffel. Whoehaaa, I am the King of the Road. Ik bedoel…Ivanhoeeee…..!

Via Sant Mateu dender ik langs Albocasser en vlak voor L’Arcorla draai ik nogmaals verder de heuvels in. Pas in de buurt van Pedralvilla is het bergfestijn afgelopen. Wát is dit een vreselijk mooie route. Heb ik trouwens zelf gemaakt. Afgelopen winter. Met Basecamp en lekker warm achter mijn peeceetje. Eigen roem stinkt, zeggen ze toch? Jammer dan. Dan maar minder lekker ruiken. Het is gewoon net als met eten dat je zelf maakt, das ook véél lekkerder! Toch?

En wat een prachtige dag vandaag in de bergen. Ik heb er bijna niemand gezien. Strak en zwart asfalt, als een privé-loper naar mijn eindbestemming van deze dag. Runter vom gas? Gelul. Volle bak! Ik heb inmiddels weliswaar nog wat minimale schaamrandjes op mijn achterband, maar het is niet veel meer. OK, ik weet het, ik ben een mietje, maar veel verder durf ik écht niet… Teringjantje, wát is die motor zwaar! Ik moet ècht werken met dat ding. Ik voel het zelfs als mijn tandpasta van links naar rechts in mijn tas klotst… Whoeeiii!

Maar dan…! Dán enter ik met bolgesneden driehoekzeilen op mijn galei de stad Valencia. Ik ben er! De dag is omgevlogen.

Voordat ik naar mijn hotel pruttel, rijd ik echter eerst met mijn motor een rondje Valencia. Even de stad voelen, even aantrekken. Kennen jullie dat gevoel ook? Of ben ik nu te hyper? Tja, een vleugje ADHD heb ik wel, denk ik, soms…

Valencia, das een beregrote stad, weet ik nu. Een soort Parijs, maar dan met hele brede wegen en dertig miljoen stoplichten. Nee, véértig miljoen! En drúk! Ik heb twaalf ogen nodig om te overleven als ik een rotonde neem. Voetgangers en fietsen krijgen heel vaak groen, maar tóch stappen veel mensen in de auto. Ik snap er niks van. Het is een hele mooie stad, met práchtige gebouwen. Ik kom er vast noges…

Er zijn veel toeristen in Valencia vanwege de voorbereidingen van Las Fallas Valencia.

Tip van Coos: Las Fallas is het grootste straatfestival van Spanje. Het is een overweldigende, wondere wereld van gigantische, geknutselde beelden, fallas genoemd. De elegante falleras hebben zich op hun allermooist gekleed en lijken wel prinsessen in hun schitterende jurken. Voeg hier een enorme dosis vuurwerk aan toe en het feest is compleet.

De route van vandaag eindigt bij mijn hotel. Wat een toeval. Het is retedruk in het hotel. Ik sta in de rij bij de receptie. Het is warm in de lobby. Veel te warm voor mij in mijn Stadler-motorpak. Ik zweet mij de tandjes.

Omdat ik niemand vertrouw, sleep ik al mijn tassen en zakken van mijn motor naar mijn kamer. Ze zullen je onderbroekies maar stelen. Dan is je motor plots heel licht en heb je niks om de hele dag te sjouwen. En op te schelden. Ik sta straks met mijn motor in de parkeergarage van het hotel. Op min twee. En mijn kamer is op de vijfde verdieping… Pfff…

Ik ben moe van een hele dag sturen en ik heb het warm. Het water loopt van mijn rug. Ik wil onder de douche. En ik verlang naar zo’n heel groot glas koel Spaans bier waarvan het glas beslaat en de condensdruppels als parels aan de buitenkant hangen én ik wil het blonder schuim tegen mijn bezwete bovenlip voelen… Dus ik ben een beetje aan het haasten. Dat snap je best…

Kom ik weer buiten, heeft iemand een sinaasappel op mijn motor gelegd!

Nondeju! Nu werkelijk tot het uiterste getergd, kijk ik om mij heen. Deze Hollandse kaasboer heeft plotseling heel veel zin om van een Spaanse Valenciaan de kop van zijn romp af te trekken. Gaan we dan hier de tachtigjarige oorlog opnieuw beginnen? WIE neemt deze kasteelheer in de zeik? Sodemieters!

Maar kijk! Midden in Valencia. Op slechts een paar meter van de voordeur van mijn hotel en recht boven mijn koffers? Whoehaa!

Vanavond ga ik door Valencia dwalen, een lekker bordje eten scoren en van de stad genieten. Ik hoef van mijn moeder niet vroeg naar bed en van mijn vrouw morgenochtend niet vroeg op. Heerlijk joh, in je eentje op reis. Alweer zo’n goeie tip van Coos.

Owja, kut. De kwis! Over dat batterijtje van mijn afstandsbediening en die Chinese toko. Bijna vergeten. Nou, probleemloos, hoor. Hij verzette geen stap, graaide zonder te kijken onder de toonbank en had ‘m zo te pakken. Voor twee euro of zo.”