Enkele dagen terug mochten we in dit artikel onze trouwe schrijver Coos van der Spek na ruim een jaar van afwezigheid herintroduceren. Hier het vervolg (de eerste dag) in de serie Vier Dagen Trier.
VDT 1 – Rursee.
Ik heb mijn kippenpikkenleren motorpak in het vet gezet. Ik glim als een hondenlulletje in de maneschijn. Maar owo, er rijdt op de motor niks lekkerder dan leer. Geweldig.
We doen ff Vier Dagen Trier. Dat betekent een dagje heen door de Eifel, een dagje Luxemburg, nog een dagje en dan een dag terug door Duitsland en België. Mooi hotel, prima eten en prachtige routes. Lekker clubje van een stuk of TWINTIG ervaren motorrijders.
De Rursee is in het weekend én tijdens feestdagen verboden voor motoren. Maar … het is daar net een circuit en echt niet te versmaden. Tja, ik heb best een flinke groep achter mij rijden. Wat denk je? Durf ik de gok te nemen?
Welja, Ich darf das! We komen er zonder bekeuring doorheen. Geluk.
Het is met circa 20 graden plus een zonnetje, prachtig motorweer om in het leder te rijden, de weg is droog en het tempo ligt lekker. En uiteraard genieten we onderweg van de lunch en de korte stops.
Rond zes uur heffen we met elkaar het glas. En om half acht schuiven wij met elkaar aan tafel.
Onze trouwe lezers kennen Coos van der Spek goed. Hij schreef meer dan 100 motorreis-verhalen op onze site en stopte daar eind 2022 mee. In december dat jaar overleed zijn lieve vrouw Janny. Het jaar 2023 werd een jaar van verdriet verwerken. Coos ruimde zijn huis op. Herpakte zijn leven. Vond een prachtige nieuwe liefde, en knapte samen met haar zijn huis opnieuw op. Ze gingen samen op campervakantie. En, jawel… Coos organiseerde deze maand weer eens eens prachtige motortrip voor zijn motorvrienden. Ze gingen van 9 t/m 13 mei naar Trier. Vandaag publiceren we het eerste deel van 5 verhalen van “Coos op Reis”.
VDT 0 – Voorbereiding Vier Dagen Trier
Daar staat ze. Bloot. Ontdaan van haar koffers. Schoon en gepoetst. Te trappelen van ongeduld. Bijna 140 paardenkrachten, ingebouwd in 270 kilo Duits staal en wat plastic uit een schimmig land.
Morgenochtend vertrekken wij om 09:00 uur vanuit De Meern. Met zo’n twintig andere bromnozems. Dames en heren, vrienden, collega’s, vaders, zoons, vriendinnen, echtgenoten, neven, nichten, buurmannen en leden van de motorclub. Alles ìs vertegenwoordigd. Het is een zooitje.
Laura gaat mee. Dat doet zij al veertien jaar. Achterop. Zij is vandaag al vast vanuit Amsterdam in Linschoten aangekomen. Joke en ik hebben heerlijk voor ons drietjes Indiaas gekookt.
Morgen bijtijds opstaan. Circa 500 kilometer te gaan. We slapen in een mooi hotel in Trier.
“Vijf uur in de ochtend. Ik word wakker in mijn Pod. Het idee is om naar de KTM dealer in Aberdeen te rijden. Die met die receptioniste die het licht nog niet gezien heeft.
Ik check de website. Ze openen om 08:30 uur. Google Maps leert me dat het anderhalf uur rijden is. Dan zou ik om 07:00 uur moeten vertrekken. Verder slapen lukt niet meer dus ik besluit om maar gewoon in te pakken, een ontbijt te doen en dan op pad te gaan. Uiteindelijk rijd ik om 06:20 uur de poort uit. Jazeker, dat is vroeg. Onderweg naar Aberdeen passeer ik Balmoral Castle. Snel even een foto en door. Het is 08:00 uur als ik bij de dealer voor de deur sta. Een kwartier later spreek ik een werkplaatsman. Tuurlijk willen ze me helpen. Dan zie ik de receptioniste. Eén blik is genoeg om me duidelijk te maken: ze snapt er geen ruk van en ze gaat het nooit leren ook. Ze heeft wel prachtige nagels. En mooie ogen. Dat dan weer wel. Ze gaan er een Michelin Road 5 onder leggen. Prima.
De monteur helpt me al mijn bagage naar een veilige plaats te slepen. Ook top. Ik krijg prima koffie. Nog beter. Ik raak in gesprek met een andere klant over Schotland en over whisky. Andere medewerkers geven me tips over plekken waar ik absoluut heen moet. Het wordt reuze gezellig. De receptioniste blijft naar haar scherm staren. Haar wereld is niet groter. Best triest eigenlijk.
Op weg naar de oorspronkelijk geplande camping, iets ten zuiden van Inverness. Eerst even langs mijn favoriete whiskymerk, Glendronach. De distilleerderij is niet enorm groot. Ik word vriendelijk onthaald. De rondleiding is pas over anderhalf uur. Daar ga ik niet op wachten. Maar de behulpzame dame laat me toch even de opslag zien met honderden eikenhouten vaten gevuld met mijn favoriete geestrijk vocht. De vraag is nu, hoe ga ik zo’n vat meekrijgen? De dame weet het niet. Ik ook niet en ik ga mijn topkoffer er niet voor uitruimen. In plaats hiervan neem ik een whiskyglas mee met de merknaam erop. Het wordt zorgvuldig voor me ingepakt. Dan nog een espresso en ik kan verder. Neen, ik ga geen whisky proeven. Ik moet nog rijden.
Ik vraag Garmin een prettige binnendoor route naar de camping. Leuk rijden maar niet bijzonder. Heuvelachtig boerenland. Op een stille landweg gooi ik de drone omhoog en laat het ding me volgen, rijdend op de motor. Fabelachtig dat dit kan! Alleen een uur later, als ik opnieuw aan het dronen ben en de beelden terugkijk ontdek ik dat ik ben vergeten de dronecamera in te schakelen. Dus mijn fenomenale actiebeelden heb ik niet op beeld. Klungel. Waar ik dan weer blij van word is het weer. Blauwe lucht met zon, grotendeels. Ik geniet ervan. Het maakt alles leuker om te zien. Wat ook leuk is zijn de plaatsjes met namen die ik herken van de whiskymerken die ik door de jaren heen geproefd heb. Dufftown, Aberlour, Graichellachie, om er een paar te noemen.
Ik passeer ook de distilleerderij van Glenfiddich en die is serieus groot! Het laatste stuk naar de camping gaat opnieuw door de Cairngorms maar nu heb ik een zonnetje. Schitterend!
Tenslotte bereik ik de geplande camping. Niks gereserveerd. Hoeft allemaal niet. Die camping is een soort van avonturending. Rafting, boomklimmen, dat soort zaken. Maar ook campingplaatsen. Die laatste wil ik. In een boom hangen is aan mij niet meer besteed. De camping ligt tamelijk diep verscholen in het bos. Ik bereik het terrein… geen levende ziel te bekennen. De website geeft geen info over openingstijden. Volgens Google Maps is het spul open. Maar… nobody. Geen info op de deur van de receptie. Ik loop rond, nog drie keer. Niks, nakkes, nada. Ik vind een telefoonnummer. Dat bel ik. Ik mag een boodschap inspreken. Ik leg uit dat ik voor de deur sta en vraag of ze open zijn. Ik word niet teruggebeld. Dan krijg ik een idee.
Die camping ligt prachtig. Ik ga op zoek naar water en ik vind douches en toilettafels. Alles werkt. Ik vind zelfs een werkend stopcontact. Ik besluit: ik zet gewoon dat tentje op! Ik heb alles: water, gas om te koken, een paar instantavonturenmaaltijden en licht uit mijn hoofdlampje. Het mobiele 4G-netwerk gaat als een speer. Hatseflats. Ik vind een werkelijk prachtig plekje tussen de bomen op een pitch met de naam Pheasant. Zelfs de temperatuur is aangenaam. Weersverwachting voor morgen is ook niet onaardig. En daar zit ik. In de middle of nowhere in een bos op een topplek in mijn uppie. Enige minpunt is dat het een heel klein beetje begint te miezeren. Maar volgens internet zou dat niet lang moeten duren.
Poeheeee. Wat een dag! Oh ja: zitten hier beren? Ik heb geen geweer bij me. Dat dan weer niet.”
Ik ben Tjerk de Ruiter. Oorspronkelijk kom ik uit Rotterdam, daar heb ik ook mijn rijbewijs gehaald, maar mij eerste motor had ik in Hengelo (Twente). Daar woon ik nog.
Heb je vroeger eerst brommer gereden? Ik had geen cent te makken. Mijn brommer was dus een derdehandsje van mij broer, een Yamaha FS1. Wekelijks moest dat ding open om te repareren of op te voeren, want ik was de snelste op het traject Mijnsheerenland- Rotterdam dus als ik na een vastloper weer moest inrijden dreigde ik ingehaald te worden, en dat kan natuurlijk niet. Ik heb mijn vastlopers niet geteld. Werd wel erg handig in sleutelen en opvoeren.
Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?
Een Yamaha SRX 600 in 1994. Ik zou een half jaartje gaan werken in Arnhem en had mijn vrouw voorgerekend dat ik op de rit winst zou maken met een motor. De werkplek ging gelukkig niet door, maar ik had mijn motor wel. Ook deze kreeg een vastloper maar dat was waarschijnlijk omdat ik al een kilometer of duizend zonder olie reed. Zelfs een Yamaha kan daar niet tegen. Hij trok mij desondanks uit de Heinenoordtunnel omhoog.
Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?
Het hele jaar door, Woon-Werk, maar als het al te slecht weer is of er is pekel dan pak ik tegenwoordig een auto.
Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?
Ik heb mijn droommotor al (Yamaha MT-01), maar als geld dan echt geen rol meer speelt: een rode Triumph Speed triple RR, Een Ducati Panigale V2 en een Indian FTR en misschien nog een Suzuki GT 750 waterorgel en natuurlijk ook een Ducati 996 voor erbij.
Wat was de mooiste rit die je ooit reed?
Dat moet haast de Ring of Kerry, in Zuidwest Ierland zijn. Elke bocht (en dat zijn er veel), elke helling, elke richting levert weer volledig andere vergezichten op. Indrukwekkend. Maar afgelopen weekend, op mijn tour met de Stichting Mobiliteit voor Gehandicapten: In de Moezelstreek heb je haarspeldbochten waar je de volgende 3 ook al kan zien. Pas na een uurtje was de kramp uit mijn mondhoeken. En dat gold voor elke deelnemer van die tocht. (de “Toertoggt”)
Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?
Nee. Eigenlijk rijdt ik woon-werk al zoveel dat ik niet aan toertochten denk. Maar de Stelvio zou ik eigenlijk wel willen doen om maar wat te noemen, en de Ring of Kerry nogmaals.
Denk je al aan een volgende motorfiets?
Ja. (maar ik zeg het niet hardop, want ik wil niet dat mijn motor het hoort en is er eigenlijk geen adequate vervanger op de markt) Op mijn MT-01 staat nu bijna 250.000 km, de kans is groot dat ik op niet al te lange termijn een Triumph Speed Triple RR koop.
Tjerk de Ruiter op een niet gemotoriseerde tweewieler.
Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?
Op het moment dat ik op de motor stap, mijn scherm dichtklap na een drukke werkdag met complexe problemen: dan ben ik helemaal Zen. Als ik op mijn motor nog steeds aan werkproblemen denk dan weet ik dat ik tegen een burn-out aan zit. Mijn werkgevers hebben waarschijnlijk geen idee hoe veel ze aan het motorrijden te danken hebben. In mijn hele carrière (ruim 30 jaar) heb ik mij maar 1,5 dag ziek gemeld. Maar ook: omdat ik motor rijd, bondsarts van de KNMV en revalidatiearts was, kwam ik bijna als vanzelfsprekend in aanraking met de SMvG en de MMvG en kan ik nu die dingen doen die ik enorm leuk vind en kom ik met de meest fantastische mensen in contact.
Mijn tweede klus voor de SMvG was ook toevallig: Mijn buurman Edwald samen met Jarno Janssen over Assen laten jagen. De eerste keer dat hij weer op een motor zat na zijn ongeluk. Het leven zit vol toevalligheden. De kunst is de juiste te grijpen.
Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt? Een van mijn grote passies uiteraard: motorrijders met een vlekje weer op de motor begeleiden. Er lopen veel mensen rond, of ze zitten verdrietig in een hoekje, met het idee dat motorrijden ver buiten hun mogelijkheden is. Tot het moment dat ze kennis maken met de Stichting Mobiliteit voor Gehandicapten (waar ik adviseur van ben) en de werkgroep MotorMobiliteit voor Gehandicapten waardoor ze zien dat met soms een kleine aanpassing aan mens en machine ze hun grote passie (terug) kunnen krijgen. En dan voor een revalidatiearts zoals ik het mooiste aspect: Eenmaal op de motor is iedereen gelijk, eenmaal op de motor zijn er geen beperkingen of handicaps (behalve misschien niet kunnen zwaaien als je maar 1 functionerende arm hebt). Motorrijden is het toppunt van inclusiviteit.
Mijn naam is Marcus M.J. Kingma, ik ben geboren in 1958 te Kortenhoef. Na 16 keer verhuizen woon ik nu tien hoog in Zeist.
Heb je vroeger eerst brommer gereden?
Jazeker, toen ik 14 jaar was kreeg ik mijn eerste flinke klapper op een Solex in Putten. Jukbeen gebroken en zware hersenschudding. Ik lag 2,5 week in het ziekenhuis. Later heb ik nog een Honda C50 en SS50Z gehad.
Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?
Mijn eerste motor was een Yamaha XT 550. Dat zal ergens eind zeventiger jaren zijn geweest.
Marcus Kingma, in 1999 naast zijn motor, een foto van een foto
Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?
Ik rij al bijna 45 jaar motor en er is heel weinig wat mij tegen zal houden. Een doorrijder dus.
Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?
In eerste instantie een Boss Hoss. Ik heb daar 4 keer op gereden. Dat is echt alles in de overtreffende trap. Als tweede waarschijnlijk een BMW R18 Transcontinental.
Wat was de mooiste rit die je ooit reed?
Dat zijn er meerdere. Tweemaal de winterrit naar de Noordkaap over ijs en sneeuw. Met de Track diesel naar Marokko, ik reed 15 landen in 24 uur.
Mijn recordrit was overigens Zeist-Noordkaap-Tarifa-Zeist, dit was 14.000km in 13 dagen.
Marcus stond met heel wat motorreizen in de motorbladen.
Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?
Jazeker maar die noem ik hier niet want dan brengt dit andere motorrijders op een idee.
Denk je al aan een volgende motorfiets?
Nee, ik ben 100% tevreden met mijn BMW K1300GT. Dit is een snelle sport-tourfiets waar ik enorm veel op kan meenemen. Dat gebeurt ook regelmatig met video- en fotospullen.
De BMW K1300GT
Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?
Hele fijne herinneringen die gelukkig allemaal goed zijn afgelopen.
Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?
De laatste jaren rij ik regelmatig op de motor vanuit Zeist naar mijn oudste dochter in Rotterdam. Het is voor mij volstrekt onbegrijpelijk waarom niet veel meer mensen gebruik maken van de motor. Het is altijd druk, altijd ergens file en dan dat parkeren. Die peperdure parkeerplekken, daar heb je met de motor nauwelijks last van. Als het heel druk is doe ik er 10 minuten langer over, met de auto zou dat meer dan een uur zijn.
En dan hou ik me netjes aan de snelheden, anders dan toen ik als journalist ruim 12 jaar geleden eens met een stevige BMW K1600GTL over het moeilijke parcours van het Knocking Racing Circuit in Schotland mocht rijden. Kijk maar even mee…