In maart 2021 stelden wij kunstenaar Jan Braber aan jullie voor. Je leest zijn interview hier. Eind 2021 verkocht hij zijn Moto Guzzi caféracer. Over deze verkoop lees je via deze link. Inmiddels begon het weer te kriebelen bij Jan en is hij aan een nieuw project begonnen.
Jan gaat het hele proces exclusief delen met de lezers van Ikzoekeenmotor.nl. Vandaag publiceren we deel 1. Jan schrijft ons:
Project van de bouw van een caféracer op basis van een Yamaha XJ900. De inleiding.
De caféracer is de meest basic motorfiets die je maar kunt bedenken. Ontdaan van alle overbodige onderdelen. Ooit begonnen in Engeland toen in de vijftiger jaren de ”Rockers” op zelf aangepaste motoren van het ene naar het andere café raceten.
Dit type motorfiets heeft mij altijd geïnspireerd. Het idee er zelf één te maken heeft me nooit los gelaten.
Na geproefd te hebben aan een Moto Guzzi caféracer op basis van een Le Mans III begon toch het idee (om zelf een caféracer te bouwen) vastere vormen aan te nemen.
Van idee naar project.
Ideeën genoeg. Eerst moest ik maar een geschikte en vooral betrouwbare beproefde basis zien te vinden.
Toen ik nog in Schoonhoven woonde had ik contact met John, mijn overbuurman en fervent Yamaha XJ900 rijder. Zo is het ook gekomen dat ik een paar toertochtjes met de XJ900 club heb mee gereden.
Tijdens die ritten heb ik een aantal waardevolle contacten met de motorrijders van de Yamaha XJ900 gehad. Veel gesprekken gevoerd en ik ben onder de indruk geraakt van de robuustheid van deze motor. Sommigen lopen 3 ton en er is er zelfs 1 die er 8 ton op de teller heeft staan. De techniek is zo te zeggen oersterk en weinig gecompliceerd.
Het uiterlijk van de originele XJ900 is dat van een toermotor uit de jaren 80/90, echter het frame heeft de eigenschappen om er een old school caféracer van te maken. Dit is slechts een voorbeeld van een XJ900.
Ontwerpen.
De volgende stap is het vinden van een geschikt uitgangspunt voor een eigen ontwerp. En er zijn inderdaad bouwers geweest die zeer geslaagde exemplaren op de weg hebben gezet.Zo is er ook een aantal wetmatigheden die leiden tot het vinden van de juiste balans in eencaféracer. Zoals bijvoorbeeld de horizontale lijn onderkant tank en zadel. Of het einde van het zadel recht boven de as van het achterwiel. En het spel van de lijnen van het frame in relatie tot b.v. de schokbrekers. En alles bepalend is de tank van de motorfiets.
Hieronder zie je er een die wel heel erg geslaagd is.
Oké, mijn besluit staat vast, het wordt een motorfiets op basis van een YamahaXJ900.
De motor.
Nou had ik al meerdere keren contact gehad met Edwin, de toercommissaris van de XJ900 club. In de tussentijd ben ik ook lid geworden van die club nadat ik een Yamaha TRX 850 heb aangeschaft. Weer net niet passend in de structuur van de XJ900 club, maardat is in deze club geen enkel probleem.
Edwin had wel een exemplaar staan waaraan de metamorfose tot caféracer goed besteed zou zijn. En jawel hoor, daar stond ie dan. Al even stil gestaan, zwaar onder het stof, aluminium aangetast en een lege accu. Geen nood bij Edwin. Een accu uit een andere fiets gehaald, benzinekraan open en de choke er op, starten en lopen. We keken elkaar aan, zo van hé. En het blok draaide lekker rond zonder bijgeluiden. Dat wordt em. En Zeeuwen onder elkaar worden het gauw eens, dus het was een deal.
Enkele dagen later heb ik de motor gestript en in de aanhanger naar huis gereden.
Buren komen kijken, mijn vrouw komt naar buiten en allen kijken verbaasd naar de nieuwe aanwinst. Niet op de hoogte van het plan komen er superlatieven als wrak, roestbonk en schroot naar voren.
Maar ik weet dat er na een jaar een heel andere motorfiets staat. Je gaat het lezen de komende tijd.
De schrik van motorrijders is en blijft een lekke band. Nu zijn er tal van middeltjes op de markt, die je in je motorband kunt spuiten en deze moeten voorkomen dat je band leegloopt, ingeval er een scherp voorwerp je band doorboort. Toch kennen de doorgewinterde motorrijders de zogenaamde ‘mudflap’ oftewel ‘spijkervanger’. Een even simpel als doeltreffend middel om lekrijden van de achterband te minimaliseren.
Toen ik (Werner Buurma), puur toevallig, melding maakte (in de Facebookgroep PASSIEVOORMOTOREN) van mijn knutselwerk, verbaasde het me hoeveel motorrijders nog nooit van deze flap/spijkervanger gehoord hadden. Bij politie en KMar motoren, kom je de spijkervanger/mudflap vaak tegen! Die groep weet dat het werkt!
Dus bij deze, voor de lezers van Ikzoekeenmotor.nl toch maar even wat uitleg:
Hoe werkt de spijkervanger en hoe maak je die zelf voor een paar euro?
(Zit je dik in de slappe was, kun je hem ook kant en klaar kopen bij de BMW-dealer………Kun je beter een mooie wijn of whisky voor kopen!)
Ter illustratie: lekker toerend rijd je nietsvermoedend over een scherp voorwerp. Je voorband is het eerste aan de beurt, maar die raakt meestal niet lek! De voorband gooit het voorwerp omhoog en dit wordt, als je pech hebt, richting je achterband gelanceerd, waar het zich in je achterband nestelt. Gevolg: lek en dikke pech.
Maar….als het voorwerp, op zijn reis tussen voor-en achterband, een blokkade tegenkomt, kan het zich niet in je achterband boren. Zo gemakkelijk is het!
Dan komt het volgende:
Hoe maak je zo’n blokkade/mudflap of spijkervanger?
A: check of jouw motor aan de onderzijde van het motorblok, meestal ter hoogte van de middenbok, boutgaten heeft. Heb je een BMW, dan bof je. Deze motoren zijn aan de onderzijde van fabriekswege voorzien van twee 8mm boutgaten vlakbij de middenbok. In elk ander geval moet jezelf wat knutselen, hetgeen voor motorrijders geen probleem is….toch?
B: benodigdheden:
-een stuk aluminium hoekprofiel van circa 15 cm lengte,
-een Bibia Click spatlap (deze is van zichzelf al redelijk stevig en kost circa €4,00)
-3 M6 boutjes + moertjes+ grote onderlegringen. Zie foto.
-2 M8 boutjes RVS circa 20-30mm lengte.
C: bepaal de hartafstand tussen beide boutgaten onder het motorblok en teken deze af op het aluminium hoekprofiel.
D: boor de beide gaten in het aluminium hoekprofiel wat groter, dan heb je ietwat speling om te schuiven als het net niet past…
E: knip bij de Bibia Click spatlap de beide clips eraf. Met moeders schaar uit de naaidoos gaat dat prima! Waarschijnlijk moet je de bovenzijde van de spatlap ook iets recht knippen, maar dat merk je vanzelf.
F: bepaal waar er drie bevestigingspunten voor de spatlap moeten komen, zonder dat je daarbij straks de 8mm boutjes in de weg zit.
G: boor de 6mm gaten in het hoekprofiel en prik 3 gaten in de spatlap voor de bevestiging.
H: nu simpel aan het hoekprofiel bevestigen.
I: beetje kopervet op de 8mm boutjes en onder het motorblok bevestigen.
Klaar!!!!!
Ik ben benieuwd of er meer motorrijders dit zelf gaan maken zo. In elk geval maak ik er nu eentje voor onder de BMW f650gs van mijn vrouw.
Succes. Werner Buurma. (Hier op de foto op de BMW R1200RT.)
(voor hele specifieke vragen kun je e-mailen met info@ikzoekeenmotor.nl, ze weten mij wel te vinden).
Ton Eppenhof schreef al eerder wat artikelen op op onze site over zijn zoektocht naar accessoires voor zijn Royal Enfield Interceptor.
Na een korte pauze ontvingen we hier het vervolg:
“Inmiddels heb ik toch nog wat meer dingen weer verder verbeterd. Ik begon met een paar Hagon schokbrekers die ik bij Gebroeders van Doorn Motoren besteld heb. Bij Hagon Nederland zijn er de juiste veren opgezet (passend bij mijn gewicht) en het gewicht van de overige accessoires is daarbij opgeteld.
Beide banden zijn bij Van Doorn Motoren vervangen door de Bridgestone BT46. Deze banden geven meer grip in de regen en minder problemen met lengtegroeven in het wegdek.
Ik bestelde tevens een kettingscherm van Enfield Precision en een zijstandaardvergroter van hitchcocksmotorcycles.com/
Dat kettingscherm is van RVS en het zag er gewoon mooi uit.
De zijstandaardvergroter is handig omdat de motor nu iets minder overhelt. Hij zakt ook niet meer weg in zachte grond door het grotere oppervlak. Ideaal als je wat vaker in het buitengebied rijdt en je niet te lang wilt zoeken om je motorfiets te parkeren.
Daarna heb ik iets besteld wat eigenlijk “not like me at all” is. Ik kocht een free flow airfilter van DNA omdat het schijnbaar iets meer koppel geeft in het middengebied. Uiteindelijk moet je wat kosten besparen omdat het nooit vervangen hoeft te worden. Af en toe reinigen en weer een nieuwe laag olie aanbrengen is alles wat nodig is volgens de leverancier. En last but not least kocht ik ook een paar mooie dempers bij hitchcocksmotorcycles.com/.
De Enfield Precision dempers. Voorlopig kijk ik dus geen video’s meer van Stuart Fillingham. De DB killers zijn wel gemonteerd, dus rij ik niet met een aso geluid. Een lagere roffel is eigenlijk het juiste woord. Meer kan je niet vervangen aan de uitlaat (is mij verteld) of je moet de ECU gaan aanpassen.
Volgend jaar misschien nog een USB aansluiting/of een stroompunt maar ik heb daar geen haast mee. Wordt vervolgd.
Op het moment dat ik dit artikel voor de serie “Coos op Reis” schrijf is het zondag 16 juni. Hoera! Het lammetje is weg.
Het dashboard van mijn lichaams-managementsysteem staat weer op ‘groen’. Alle organen en systemen zijn weer ‘normaal’ in bedrijf. En ik heb als een marmot geslapen. Joepie.
De zon schijnt, het is prachtig weer en al 25 graden. Mooi weer om een stukkie motor te rijden. Alle accu’s van de e-reader, helm, telefoon en reserve-accu zijn ook weer opgeladen. Wij kunnen onze wereldreis van 150 km vandaag makkelijk aan.
Voor mij begint vandaag de VBT: De VrijheidBlijheidToer. Dat moet ik even uitleggen. Deze traditie begon in 2006 als De TentenToer 2006. Met z’n vieren, op vier motoren en met vier tentjes naar Zwitserland. Zwitserland is een fantastisch motorland. Ik kwam er al op de motor met Janny in 1971. Met de Honda 250cc over de Furka, de Grimsel en de Süsten. Ik droom er wel eens van en zou daar dolgraag nog eens rijden.
Enfin, de TentenToer. Maar toen we eens met de motorclub in het Zwarte Woud uit onze tentjes wegspoelden van de regen, doopten we de toer om naar de TeringTentenToer. Man, man, wat een nattigheid toen.
De tententoer is inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijks evenement met circa 20 deelnemers. We worden wat ouder en zijn wat meer op luxe en comfort gesteld. En nu zitten de meeste leden liever in een hotel. Maar je mág gerust met je tentje. Wat jij wilt. Kortom, de jaarlijkse toer heet nu de VrijheidBlijheidToer!
Kortom, de nieuwe dag is begonnen! Ik trek mijn motor uit de garage en ga op weg. Heerlijk om weer te rijden. Al is het vandaag maar een stukkie. Ik zit weer te zingen in mijn potje. De temperatuur loopt snel op naar 29 graden.
Op de pas zakt de temperatuur naar 22 graden. Ik weet bijna niet meer hoe dat aanvoelt.
Rond enen ben ik in het hotel. De kamers zijn nog niet schoon. Ik zet mijn bagage vast buiten mijn kamer en stal mijn motor in de garage.
En dan eet ik een heeeeerlijke salade. Ich darf das!
Nog een paar uurtjes en dan denderen de vrienden en vriendinnen hier het grote plein van het hotel op. Ik sta dan als welkomstcomité klaar. Ik kan niet wachten…
BEI FRAGEN BITTE KLOPFEN
Aanstaande woensdag houdt de motorclub een rustdag. Dan gaan we met de trein naar Villach.
Als OberMotorradSturmGruppenLeiter heb ik extra taken en omdat ik vanmiddag toch wat tijd over heb, zoek ik vast de wandelweg naar het treinstation, de vertrektijden van het openbaar vervoer en de prijzen uit.
Het is buiten dertig graden. Onderweg zie ik dat er dit weekend hier een feestje is geweest…..
Ik wandel het totaal verlaten treinstation in. Er heerst een doodse stilte. Dit is hier duidelijk géén Rotterdam CS…
Ik zie een kaartjesautomaat hangen en daarnaast is een loket. De zilvergrijze lamellen van het loket zijn potdicht. Ach, heb ik weer, flitst het door mijn hoofd: het is zondag en alles is weer eens gesloten.
‘Bei Fragen bitte klopfen’, hangt, geheel overbodig, tegen het glas geplakt. Uit balorigheid klop ik hard tegen het glas en roep: ‘Weer gesloten, hè! En de koelére, hoor!’
Ik spring van schrik een meter achteruit als iemand de lamellen opentrekt en vraagt wat hij voor mij kan doen…..
Coronawinters geven een mens veel tijd om thuis na te denken, of om die gedachten op schrift te stellen. Al een paar maanden werkt Gijs van Hesteren aan zijn boek met motoravonturen. We mochten alvast een stukje meelezen. Gijs schrijft ons:
“Och, niks bijzonders, die avonturen. Iedereen zou ze kunnen beleven. Maar ja, nadat ik ze heb opgeschreven ben ik er vanaf. Ik hoop het na de zomer uit te kunnen geven.”
Speciaal voor Passie voor motoren – Ik zoek een motor hierbij een voorpublicatie.
We gaan terug naar de zomer van 1980. Inge en ik beladen de motor. We zouden op vakantie gaan. Een besluit dat we nog maar nét hadden genomen. Het zou voorlopig onze laatste kans zijn op een lange afwezigheid. Als student sociale wetenschappen had ik weliswaar een lange zomervakantie, maar Inge zou in september beginnen met haar opleiding tot timmervrouw aan het Centrum Vakopleidingen voor Volwassenen, het CVV. En we wisten sinds heel kort dat ze zwanger is, van ons eerste kind. Als dat eenmaal geboren zou zijn, zou het voorlopig niet meer komen van wekenlange tochten met de motor.
Kind mee We hadden bedacht dat het kind gewoon mee mocht, in Inges buik. Zo zou de foetus stevig aan de baarmoederwand vast vibreren. We hadden een paar veel grotere problemen. Geld was er één van, maar het zou nét moeten kunnen. Belangrijker: hoe zouden we op pad gaan? De besteleend was defect. Ons enige vervoermiddel was een 350 cc Matchless G3 uit 1957 met een Steib 500 zijspan. Ook in 1980 al een hoogbejaard vehikel. De motor had ik gekocht van een gepensioneerde oud-militair, voor 350 gulden. In huidige valuta is dat ongeveer 165 euro.
De fiets lag legergroen verspreid over een aantal houten kistjes bij hem op zolder. Het was een ex-legermodel voor officieren. Hij had hem een paar jaar daarvoor helemaal uit elkaar gehaald, met de bedoeling al het plaatwerk te laten overspuiten. Zoals zo vaak was het daar niet van gekomen.Vaak ontbreken er heel veel onderdelen in zo’n kisten- en dozenproject. Ik had geluk; alles was er nog. Het motorblok verkeerde in prima staat. De spullen bracht ik alsnog naar een lokale moffelinrichting en daarna was het een kwestie van afmonteren op de slaapkamer. Er valt weinig over te vertellen, behalve dat het naar beneden transporteren van het gevaarte heel wat voeten in de aarde had. Een negentiende-eeuws rijtjeshuis met draaitrap is er niet helemaal op ingericht, laat ik het daar maar op houden.
Ed Pols Motortoer Eenmaal buiten hing ik het Steib-zijspan eraan. Ook dit is snel verteld, maar het zou me nooit gelukt zijn als Ed Pols van Motortoer me niet geholpen had. Ed had een klein motorzaakje in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Hij legde me alles uit over vlucht, toespoor en voorloop. Die dingen ben ik intussen weer vergeten. Ed leeft al lang niet meer, maar zijn bedrijf bestaat nog altijd, tegenwoordig onder leiding van Natascha Wiersma en mijn motorracevriend Ted Haanappel, onder de naam Ducati Amsterdam.
Het was een tamelijk zware combinatie gebleken. Veel sneller dan 85 kilometer per uur haalden we er niet mee. Een kleiner voorkettingwiel op de krukas zorgde dat er toch wat trekkracht beschikbaar was. We hadden niet meer dan 18 pk, maar ach, alle tijd.
(1980 Marokko) Daar staan we dan, gebroken krukas in Zuid-Spanje.
Peter Weeink, archivaris van de AJS en Matchless Vereniging stuurde me onlangs een kopietje van het toen nog gestencilde clubblad ‘Satisfaction Guaranteed’. In die tijd was ik daarvan de redacteur. Kort voor de tocht schreef ik in een redactioneeltje:
“Het wordt tijd dat we weer eens een forse tocht maken. We gaan naar het ZUIDEN. Deze week reden Inge en ik een proefrit van Utrecht naar Groningen en terug. O jee, bijna terug thuis een mankement. Hm, beter daar dan ergens in Frankrijk. Hevige rook kwam uit de primaire kettingkast. Dat leek niet best. Ondanks vloeken en zoeken kwam ik pas achter de oorzaak toen ik de cilinder lichtte: één zuigerveer in drie stukjes gebroken en één muurvast in de groef. Een wonder dat de motor nog zo goed liep. Morgen gaan er nieuwe zuigerveren in en dan vertrekken we toch echt. Na de herfst komen we met het verhaal.”
Dat verhaal is er nooit gekomen. Wat ik hier noteer is dus een primeur. De kleppen en de contactpuntjes had ik gesteld, verse olie in de tank, de primaire en secundaire kettingen op spanning gezet. We laadden een metalen kist achterop, gooiden er gereedschap in, vijf liter SAE 50 single grade smeerolie, een tentje, luchtbed en slaapzakken, een gasstelletje en wat kleding. Klaar om te gaan.
De eerste stop was mijn ouderlijk huis in Breda Liesbos. Mijn vader en moeder keken nadenkend toe. Ze hadden niet veel vertrouwen in onze plannen. Zelf voorzagen wij geen enkel probleem. Zesentwintig jaar oud waren we. De wereld lag voor ons open.
Binnendoor Het fietsje plofte tevreden. We reden langs zoveel mogelijk ‘gele en witte weggetjes’, zoals die door Michelin op de wegenkaart waren ingetekend. Per uur legden we netto gemiddeld hooguit 45 kilometer af. Met de pitstops meegerekend kregen we per dag op zijn best 250 kilometer achter de wielen. Helemaal niet erg.
De tocht begon langs de oude rijksweg via Rijsbergen, Zundert, dwars door Antwerpen naar Gent. We passeerden Compiègne en stortten ons op de Parijse Route Périférique, toen ook druk. Langs Route Nationale 20 verder naar Orléans, Vierzon (Camping Municipale), Châteauroux, Argenton, Limoges, Brive en Cahors – wéér een Camping Municipale.
(1980 Marokko) Gebroken stoterstang, in een werkplaatsje in Fez keurig hersteld.
Dwars door Toulouse en omhoog de Pyreneeën in. Ik herinner me de steile hellingen, waar we uiteindelijk in de eerste versnelling tegenop ploften, met achter ons een lange file Fransozen. Het motortje liep er erg heet, zodanig zelfs, dat op zeker moment damp en gesis een al bijna doormidden gesmolten plastic brandstofslangetje aankondigden. De kist zat vol met gereedschap en reservedelen, en dat bewees zijn nut.
Niet alle pannes wisten we daarmee op te lossen. Ergens in Midden-Spanje liep ineens het spatbord van het zijspan tegen de band aan. Het plaatstaal rondom de bevestiging was doorgescheurd. Een taller, een autowerkplaatsje zoals je die in dat land destijds overal rond de doorgaande wegen aantrof, liet ons zien hoe een goede plaatwerker zoiets in een ommezien kon verhelpen.
Ongerief Tussenstops maakten we bijvoorbeeld in Madrid en Toledo. Een langere op de camping van Cadiz. Al een paar dagen had ik me niet lekker gevoeld. Die dag kwam het tot een dieptepunt. Uit alle openingen liep ik leeg, koorts veertig graden, en dat bij een zomerse buitentemperatuur van over de dertig graden. Dagenlang lag ik zwetend in ons tentje. Liefdevol en geduldig diende Inge mij aspirientjes en glaasjes water toe. Langzaamaan werd duidelijk dat ik een zonnesteek had opgelopen. In die dagen was er geen helmplicht in Spanje. De EU was er nog niet uitgevonden. Maar een mooie kans om het eens zonder valpet te proberen. Ja okee, maar dan moet je wel iets anders op je hoofd zetten, want anders ben je aan de beurt!
Aan alles komt een eind, ook aan ongerief. Na ruim twee weken en 2.300 kilometer meldden we ons bij de veerdienst in Algeciras. Een grote meute mensen die we destijds gastarbeiders noemden had zich daar al verzameld. Ze waren met volgepakte busjes, Opels Rekord, Mercedessen en Peugeots 504 aan komen rijden vanuit de industriegebieden in Noordwest-Europa – het Ruhrgebied, de Randstad. Het mooiste vonden we de omkleedpartij die er plaatsvond: vlak voor het inschepen verwisselde men westerse kledij voor djellaba en fez.
(1980 Marokkoreis) We staan hier in Algeciras te wachten op de veerboot over de Straat van Gibraltar, tussen een heleboel mensen die we toen nog gastarbeiders noemden. Het schoot niet zo hard op, maar ach, we hadden er mooi weer bij.
We staken de Straat van Gibraltar over. De opdracht voor de overkant: de douane. Het leek de bedoeling dat wij bij verscheidene minuscule hutjes de diverse benodigde stempels zouden inzamelen. Dat werd enigszins bemoeilijkt door de grote horde lotgenoten die zich zonder enig systeem voor het piepkleine loketje verdrongen. Gelukkig was er nog geen corona. Het zwetend duwen en trekken leverde succes op: onze paspoorten schoven we door dat raampje en een hele tijd later kregen we die na zweten, hijgen en duwen bij een volgend hutje terug.
Hobbelige wegen De Marokkaanse wegen leken op die van de Spaanse hoogvlakte, de Meseta. Droog, heet, stoffig en hier en daar nogal hobbelig. Wij vonden dat prachtig. Het spatbord van de Steib zat weer goed vast; daar maakten we ons geen zorgen meer over. De plaatselijke jeugd lachte zich gek om onze zijspancombinatie. In die tijd zag je zoiets misschien niet vaak. Nu ook niet eigenlijk. Als Sinterklaas en Piet reden we zwaaiend naar links en rechts door de dorpen en stadjes. Eén enkele baldadig toegeworpen meloen wist onze goede stemming niet te verpesten.
Marokko was een cultuurschok voor on. We waren beschermd opgevoede babyboomers. Niet alleen een schok omdat er geen bier verkrijgbaar was op de terrasjes, ook omdat de verschillen tussen arm en rijk indringender waren dan in Noordwest-Europa. Een Nederlands sprekende Marokkaan, die wij op de markt waren tegenkomen liet zich door de verschillen niet tegenhouden. We moesten mee, theedrinken met de hele familie. Geweldig.
In Fez hield de Matchless er ineens mee op. Eén van de stoterstangen was gebroken. Voor wie geen verstand heeft van oude motoren: daarmee bedient de onderliggende nokkenas de kleppen in de cilinderkop. Een jong Brits stel dat de tent naast de onze had opgesteld hielp ons uit de brand. Zij reden met ons in hun Engelse misbakselautootje naar een werkplaatsje en net zoals in Spanje wist men er daar wel raad mee. Hardsolderen met koper. Het was in een ommezien hersteld.
(1980 Marokkoreis) Net zo makkelijk even de cilinderkop eraf, om de koppakking uit te gloeien op het gasstelletje. No worries.
Motor echt stuk Het toch al in bescheiden mate voorradige studentengeld begon op te raken. We gingen naar huis. Alweer terug in Spanje, na 4.500 kilometer, waren we door onze voorraad ongedoopte, singlegrade SAE50 heen. Ergens voorbij Almeria, zo’n honderd kilometer na het bijvullen met 20W-50 multigrade klonken er ineens onheilspellende geluiden vanonder de tank. Het big-endlager was gebroken, het meest belangrijke onderdeel van een motor. Gebrek aan smering. De oliedoorvoer was verstopt geraakt door losgeweekt vuil uit de dirt trap in de krukas.
Op slechts enkele honderden meters duwen bevond zich een autowerkplaatsje. Hier mochten wij ons object opstellen in de schaduw, opdat we zonder oververhitting de diagnose definitief konden maken. De man van de taller was bereidwillig, al bleef communicatie beperkt tot gebarentaal. De ANWB zorgde dat de fiets terug naar Utrecht kwam en wij gingen liftend verder. De Matchless was er eerder dan wij.
(1980 Marokkoreis) Liften in de buurt van Barcelona.
Van Almeria tot Barcelona reden we mee in de Morris Mini van een Spanjaard met liefdesverdriet. Hij was op weg naar zijn geliefde. Misschien kon hij haar nog tot bezinning brengen. Hoe dichter we bij Barça kwamen, des te harder ging hij rijden, totdat hij het niet meer uithield en ons bij een benzinestation eruit gooide. Begrijpelijk, maar wat ons betreft niet zo’n goed idee. In the middle of nowhere hebben we daar een twintigtal uren doorgebracht. Inge in de wegberm en ik met de bagage verdekt opgesteld achter de vangrail. Spanjaarden bleken toch niet zo van het lifters meenemen te zijn. Zelfs niet als het ging om Noord-Europese jongedames.
Dankzij de Reis- en Kredietbrief van de ANWB waren we in staat om een taxi te bellen en vooral te betalen. De chauffeur bracht ons naar het Centraal Station in Barcelona. Treinen en bussen vervoerden ons vervolgens naar de Provence. Daar bewoonden mijn ouders destijds een pensionado-huisje. Hoofdschuddend over onze onverantwoordelijke avonturen trakteerden zij ons op copieuze maaltijden. Na een week verwennerij gaven zij ons een lift naar het station in Nice. We namen de internationale trein naar het noorden en betaalden ons nog maanden nadien blauw aan aflossing van onze reis- en kredietschulden.