Categorie archieven: Gastcolumns & blogs

Martin van Uden over zijn motorleven

Martin van Uden is fan van Indian Motoren.  Hij rijdt momenteel met een Indian Roadmaster 116, deze neemt hij in een aanhanger achter de camper mee door heel Europa. Martin schreef ons dit verhaal wat eerder gepubliceerd stond in een club-blad van de IMCN. Deze afkorting staat voor De Indian Motorcycle Club Nederland.

🏍🏍🏍

Hallo motor vrienden en vriendinnen. Mag ik mij even voorstellen, voor diegene die mij nog niet kennen of mij nog beter willen leren kennen. Mijn naam is Martin van Uden.

Zelf ben ik de jongste niet meer (bijna 70) maar binnen de IMCN club heb ik wel de jongste Indian motorfiets.

Het begon op de brommer

Mijn liefde voor motoren begon al op twaalf jarige leeftijd, mijn ouders reden allebei op een Sparta bromfiets. Mijn moeder op een automaat en mijn vader had  een bromfiets met 3 versnellingen.
Ik kon het niet laten en toerde op jonge leeftijd al af en toe op de brommer van mijn moeder en later ook op de brommer van mijn vader.

De liefde

Maar mijn hart en liefde voor de Indian motoren is ontstaan door mijn buurman Piet. Hij woonde een paar huizen verderop bij ons in de straat en was altijd druk doende met zijn Indian Scout. Het fascineerde mij om te zien hoe hij zijn meisje met liefde en zorg behandelde. Een keertje bood hij mij aan mee te rijden. Mijn hart ging open en is tot vandaag open gebleven. De liefde voor de (Indian) motor was een feit.

Toen ik weer thuis was en mijn vader over mijn belevenis vertelde zei ik: “Als ik klaar ben met mijn machinebankwerker opleiding dan wil ik de autoherstel opleiding er gelijk achteraan doen”.

Op mijn zeventien jarige leeftijd kocht ik van mijn spaarcentjes mijn eerste motor. Een Honda CB 72.  (250cc). Achter onze woningen lagen veel landerijen en dijkjes waar ik af en toe stiekem een stukje ging rijden.

De politie

Maar ja de eerste confrontatie met de politie was een feit. Gelukkig kende ik de omgeving op mijn duimpje en reedt de politie van mij weg. Met knikkende knieën zette ik mijn motor vlug weer in de schuur en liep ik naar de keuken voor een drankje om mijn adrenaline weer op pijl te krijgen.

Ik zat nog niet koud in de stoel of ding-dong daar ging de bel. Ik opende de deur en zag daar tot mijn stomme verbazing mijn buurman Piet in politieuniform staan. Ik moest drie keer slikken. Hij sprak mij aan met een opgeheven vinger en met luide stem:

“Als ik jou nog een keer zonder rijbewijs op die motor zie rijden, dan zal ik er voor zorgen dat je nooit meer rijdt”!

Toen ik achttien jaar werd heb ik gelijk mijn motorrijbewijs gehaald (een les en geslaagd) en ja als afgestudeerd automonteur moet je wel op van alles en nog wat kunnen en mogen rijden dus  heb ik gelijk er achteraan mijn auto-, bus- en vrachtwagenrijbewijs en vorkheftruck certificaat gehaald. Op  negentien jarige leeftijd ging ik als vrijwilliger de militaire dienst in en werd daar opgeleid tot straalvliegtuigmonteur. Daar kon ik al mijn behaalde rijbewijzen nog eens dunnetjes over doen.

De motorvoertuigen hobbyclub 

In de avonduren had ik de leiding over een motorvoertuigen hobbyclub. Omdat ik ook motor reed, werd ik al vrij snel met de reparaties geconfronteerd van Amerikaanse militairen die op een Harley Davidson reden.  Een Amerikaanse militair was zelfs zo blij met zijn reparatie dat hij mij een nieuwe HD Electra Clide aanbood tegen inkoopsprijs, in krat te willen bestellen voor maar 16.000,00 gulden. Ik wilde dat wel maar wat mij opbrak was elk jaar de verzekeringspremie van ruim 2.000,00 gulden, daarbij zag mijn vriendinnetje haar trouwfeestje als sneeuw voor de zon verdwijnen en laten we eerlijk zijn mijn droom was toch wel echt een Indian, dus heb ik het maar niet gedaan.

Nu moet ik met mijn verhaal niet te langdradig worden maar de volgende 40 jaar heb ik heel wat (oude) motoren gekocht, gerestaureerd , gerepareerd, gemodificeerd, gereden en weer verkocht. Het sleutelen aan motoren vond ik geweldig maar mijn liefde ging naar mate ik ouder werd steeds meer uit naar rijden en niet meer naar sleutelen. Ik ben toen overgegaan naar het aanschaffen van nieuwe (betaalbare) motoren.

De laatste tien jaar voor ik 65 jaar werd reed ik Intruder’s. De eerst vijf jaar op een CB 800 en daarna vijf jaar op de C 1800. Ludy, mijn vriendin is net zo gek op motorrijden als ik en we toerden door heel Europa, geen berg was te hoog en geen dal was te diep. Echter was er wel een probleem met deze motor. Hij was nog geen vier jaar oud en het chroom op de carter deksels liet al los en Suzuki Nederland wilde dit niet vergoeden en/of een coulanceregeling treffen. Ik zei:
“Mijn bel op mijn 40 jaar oude Gazelle fiets die in een vochtige schuur staat, daar laat het chroom ook niet van los”. Ik was er helemaal klaar mee.

Sparen voor een Indian Motor

Na jaren sparen kwam de wens steeds dichter bij en werd het tijd om nu eindelijk mijn droom eens waar te maken. Bij toeval reden we in Venlo langs een Indian dealer en mijn hart ging sneller kloppen. Ik zei kom Ludy we gaan samen een kijkje nemen.

We werden ontvangen door de uiterst vriendelijke verkoper Mike.
De showroom stond barstens vol met HD’s en Indian motoren en helemaal achterin viel mijn oog op een nieuwe parelmoer zwarte Indian Roadmaster 116 (1900cc).

Mijn hart ging sneller kloppen.

Ik kreeg een flashback van toen ik 12 jaar was en achterop de motor van de buurman Piet zat. Voor ik eindelijk bij zinnen was, vroeg Mike of ik er een stukje op wilde rijden. Ik keek Ludy en Mike aan en zei: “Nou, als dat kan graag”.

De hele zaak werd door Mike en twee monteurs leeggeruimd en na 15 min stond het meisje buiten in het zonnetje te pronken. Ik vroeg beteuterd: “Moet ik nog ergens voor tekenen? Moet je mijn rijbewijs? Of wil je de sleutels van mijn auto?”

“Nee hoor ga maar lekker rijden”, was het antwoord.

Ik dacht: “Dat moet je in het westen van ons land niet doen, dan ben je echt je motor kwijt. Nou, als ik niet terug kom hebben jullie altijd mijn diamantje Ludy noch op de achterhand.”

Ik heb echt op heel veel motoren gereden en ik kan jullie zeggen dat  ondanks zijn zware gewicht (435kg, heeft ook zijn voordelen), deze Indian motor de souplesse heeft van een jonge meid van 20.

Het vermogen is op drie niveau’s in te stellen, toer, normaal of sport dus voor elk wat wils. De vering is met een bijgeleverd pompje en tabel op hoogte en gewicht van de duo passagier af en in te stellen. Maar er is ook nagedacht over de warmte die de motor bij stationair toerental afgeeft. De achterste cilinder gaat dan automatisch uit waardoor het motorblok op alleen de voorste cilinder loopt en dus niet oververhit raakt.

Het geeft daarbij een heel apart geluid en als je gas geeft schakelt de tweede cilinder automatisch weer in en heb je alle vermogen weer 100% beschikbaar. Daarbij is de motor van allerlei luxe voorzien: afzonderlijke zadel verwarming; instelbare handvat verwarming en om het helemaal compleet te maken 4 boxen van elk 50w voor een lekker stukje muziek op de achtergrond. Via de Ride Command wordt alles punctueel geregeld,  bijgehouden en opgeslagen. Hij is van ABS en Cruise Control voorzien en de richtingaanwijzers gaan automatisch uit als de motor na een bocht weer recht rijdt en niet te vergeten Ludy zit als een vorst(in) op het bankstelsel (haha) zoals veel Indian leden dit wel noemen.

Een motor die je ondanks zijn best wel hoge prijs (€40.000,00) niet kan laten staan en laten we eerlijk zijn het leven kan heel kort zijn en je moet nu genieten, “Je laatste hemd heeft namelijk geen zakken”, dus ons moto is geniet van elke dag die je gegeven wordt.

Trek de wereld in en geniet

Ludy en ik hebben de afgelopen vier jaar met deze mooie Indian motor door bijna alle landen van Europa gereden. Mede ook omdat wij mooi weer rijders zijn doen we dit in combinatie met de camper en de aanhanger.

Dus mijn advies als jullie met pensioen gaan of al zijn: “Trek de weide wereld in en geniet van jullie passie voor het motorrijden en als kers op de taart, geniet van al het mooie wat Europa jullie te bieden heeft”. Wij zien jullie weer graag in vol ornaat en in goede gezondheid bij alle IMCN treffers maar zeker ook bij het Internationaal Indian treffen te Tsjechië eind juli 2024.

Tot snel. Groetjes, Martin van Uden.

De verte roept!

Hans den Ouden

Wat wil je nou eigenlijk?
Weg hier!

Waarheen dan?
Dat kan me niet schelen…

De verte roept!

Ik wil gewoon weer op reis en dan zien we wel. De motoren daar moet nog wat aan gedaan worden, maar dat is zo klaar, dan de tank vullen, kom we gaan. Wat is het dan dat je hier weg wil? Dat is een onbestemd gevoel van onrust. We zijn al weer een maand thuis, dat is lang genoeg, de verte roept!

(Bovenstaande conversatie is een samenvatting tussen een gesprek wat motorreiziger Hans den Ouden de afgelopen dagen voerde met Dia Bijleveld. Hans schrijft verder….)

We pakken onze spullen in, lopen de lijst langs van wat er mee moet en weten dat we toch altijd wat vergeten.

We pakken onze kleren in, veel gaat er niet mee, want je hebt ook niet veel nodig. Als je maar wat mee hebt voor warme dagen, koude dagen en natte dagen. Wij rijden niet onze neus achterna, immers is alles er op gericht dat je op de snelweg terecht komt en dat willen we niet. Er zijn dus routes, minder romantisch, maar het leidt wel tot meer motorplezier.

We gaan eerst naar het oosten, richting Polen. Ten noorden van Warschau woont een vriend, daar gaan we eerst maar eens heen. Daarna naar het zuiden, tot in Albanië en dan weer naar het noordoosten, richting Roemenië. Daar zijn nog wat wegen die we dit voorjaar niet konden rijden, ze zijn alleen in de zomer open. De Transfǎgǎrǎșan en de Transalpina, volgens de mannen van TopGear, destijds de mooiste weg van Europa. De eigenaar van het hotel in Sibiu (Hotel Buon Gusto, motorcycle friendly) adviseerde ons om eind september terug te komen, dan is het er op zijn mooist.

De motor van Dia is aan een beurt toe, de mijne wil andere, nieuwe bandjes en er moet ook nog een navigatie op. Ik koos dit keer niet meer voor een Garmin, maar voor een tablet, we gaan het zien. In Leek, bij Bluerider.nl wordt het ding er opgeschroefd, dus daar moeten we ook nog even langs. Dan weten we ook meteen weer wat we aan kampeerspullen echt nodig hebben. We maken er een driedaagse van.

IK wordt al helemaal onrustig…

Meer lezen van Hans en Dia?

Je kunt hun motorreizen ook volgen via hun eigen Facebookpagina:
Dia and Hans’ Motorcycle Travels.

Reizen met de motor, met paklijst en voorbereiding.

Hans en Dia, zijn 2 motorreizigers die al jaren hun reisverhalen en ervaringen delen via ons platform van Ikzoekeenmotor.nl. Hans schreef ons onderstaand artikel. Met heel wat handige tips en tricks voor beginners, maar ook voor de ervaren motorreizigers. En een paklijst!!

“Wij hebben de afgelopen 5 jaar 155.000 km gereden door 39 landen en hebben daardoor wat ervaring opgedaan met wat werkt op reis.

Wat neem je mee, wat laat je thuis en waar moet je opletten bij de voorbereiding?

De eerste vragen zijn natuurlijk, met welke motor ga je en waar ga je heen. Blijf je in de buurt of ga je naar een ander werelddeel? Hoe is het weer en het klimaat waar je heen gaat en in welk jaargetijde kan je het beste gaan, wanneer is het bijvoorbeeld de regentijd? Dat zijn al een paar vragen waar je over na moet denken voor je begint.

De Motor

Eerst wat over de motor, de motor die je hebt is natuurlijk een prima uitgangspunt, maar is die ook geschikt voor wat jij wilt gaan doen? Vaak wordt gedacht dat een zware all-road de beste keuze is, maar dat is niet altijd het geval, vaak ben je met een lichtere motor beter af als je echt ver op reis wil. De hele wereld is te berijden op een 250cc motor, handig is dat dan weer niet altijd. Wij kozen voor een 650cc motor waarvan we zeker wisten dat hij tegen een stootje kon, met weinig elektronica aan boord, liefst met spaakwielen en tubeless. De spaakwielen zijn minder kwetsbaar dan gietwielen en binnenbanden geven meer werk bij lekrijden dan tubeless, tenzij je natuurlijk een band helemaal aan gort rijdt, dan is er met een binnenband nog wel wat te doen.

Ik zocht uit of er dealers waren in het werelddeel waar we heen wilden en of er bijvoorbeeld aan banden te komen was. Dat leek allemaal goed te komen, alleen pakte de praktijk iets anders uit want er waren weliswaar veel dealers, maar de meeste lokale motoren waren tot 350cc en de 650cc werd gezien als een ‘big bike’ waarvoor ze geen serviceonderdelen hadden. Gelukkig mankeerden ze vrijwel nooit wat op onze reis door Zuid-, Midden- en Noord- Amerika van 55.000 km in acht maanden.

Wij hebben onze motoren van wat extra bescherming laten voorzien, zoals een betere bescherming van de onderkant, de radiator en de koplamp. Valbeugels en bagagerekken zijn ook verstandig, maar dat laatste hangt natuurlijk ook van de bagage waar je voor kiest. Is de bagage hard of zacht en heeft die een rek nodig of is het zonder rek.

Zorg dat de motor enkele weken voor vertrek goed is nagekeken en eventueel onderhoud gehad heeft, zodat je niet meteen onderweg een dealer moet zoeken of een band moet vervangen. Zelfs in de EU ben je vaak een dag kwijt aan het zoeken en monteren van een nieuwe band. Vooral als je maar een paar weken op reis bent, is dat zonde van je tijd.

Motorkleding

Als je langere tijd op reis gaat is een comfortabele motorpak belangrijk, maar je moet ook rekening houden met de verschillende weersomstandigheden. Op reis gebruiken wij geen pak met een vaste waterdichte membraan. Dat is, als de temperatuur oploopt, al snel veel te warm. Een losse membraan, die je over of onder je motorjas kan dragen is veel fijner. Je kan natuurlijk ook gewoon een apart regenpak meenemen. De warmte reguleer ik met laagjes, er gaat technisch ondergoed mee, een windstopper en soms ook een verwarmde jas en handschoenen, afhankelijk van de bestemming. En voorts een cooldown vest, in ons geval hebben we beide gekozen voor een Macna vest, dat je vult met water, i.p.v. een hyperkewl vest dat je moet onderdompelen. Dat onderdompelen was vaak niet realiseerbaar in het achterland.

Ik heb meestal drie paar handschoenen mee, zomer-, regen- en winterhandschoenen.

Laarzen: de meeste kans op schade loopt de motorrijder aan de enkels en voeten. Ik rij daarom altijd met goede degelijke laarzen, maar niet met echte off-road laarzen. Ik heb Alpinestars Tec 7 Enduro Drystar laarzen. Die zijn waterdicht en je kan er ook nog wat op lopen.

Kleding

Je zit de hele dag op de motor, je gewone kleding draag je maar een paar uur per dag. Je hebt dus weinig nodig. Ik neem slechts twee T-shirts mee, een lange broek en een short, drie onderbroeken, drie paar sokken en een slaapshirt. Mijn schoenen voor op reis zijn lichtgewicht trailrunners, voorts een paar badslippers. Een zwembroek gaat ook altijd mee en een microvezel handdoek.

Kamperen of hotels

De meningen lopen uiteen. Kamperen is erg leuk, maar je hebt aanzienlijk meer spullen mee, dat is dus een afweging. Mijn kampeeruitrusting weegt minder dan 7 kg en past in een 30L tas, maar bij off-road reizen is elke kilogram er een, vooral als die ook nog hoog op de motor zit. In Europa kamperen we vaak, maar bijv. in Zuid-Amerika en in India, zijn hotels relatief goedkoop en is dat makkelijker. We zorgen altijd voor een veilige plek voor de motoren en er gaat altijd een hoes mee om ze wat onzichtbaarder te maken, mochten ze toch buiten moeten staan.

De tent is het belangrijkste onderdeel van de kampeeruitrusting. Neem er eentje waar je in ieder geval rechtop in kan zitten en neem eventueel ook een tarp mee waar je onder kan zitten of koken. Wij nemen de tent altijd een maat groter dan met het aantal personen dat er in moet liggen, dus alleen neem je een tweepersoonstent enz. Dan heb je ruimte om je motorpak en andere spullen droog neer te leggen. Er zijn ook mensen die alleen een hangmat meenemen. De slaapmat is bij voorkeur opblaasbaar en heeft een kleine pakmaat. Bij de slaapzak moet je er op lettend dat de “comfortzone’ gemeten wordt, ervan uitgaand dat iemand technisch ondergoed, sokken en een muts op heeft. Dus een comfort zone van tot 5ºC schiet al gauw tekort als je zonder kleding of alleen in een T-shirt slaapt.

Onze Paklijst is hieronder te downloaden!

Voor de gedetailleerde informatie, over wat wij meenemen, verwijs ik naar de paklijst:

Paklijst 2024 tips en tricks Hans -> hier kun je downloaden!

Uiteraard moet je een idee hebben waar je heen wilt, maak eventueel routes. Er zijn mensen die zeggen: ga zonder navigatie op pad en rij je neus achterna. Echter zal al snel blijken dat je dan vaak op grote doorgaande wegen terecht komt, omdat de wegen zo ingericht worden dat je de kleine, vaak leuke, achterafweggetjes vermijdt. Wij maken daarom thuis routes, dat is ook deel van de voorpret en we bedenken waar we heen willen en wat we willen zien. Onderweg stellen we echter vaak het plan bij en veranderen we de route. Wat we zelden plannen is de volgende stop, tenzij het in een toeristisch gebied is waar alles snel volloopt. Wij bekijken in de middag, bijv. bij de lunch waar we zijn tegen de tijd waar we willen stoppen en kijken dan op Google Maps en dergelijke of daar een hotel is. We boeken het echter vrijwel nooit, mede omdat we zeker willen zijn, dat onze motoren er veilig gestald kunnen worden. Zonder de motor, wordt verder reizen een hele uitdaging, dus dat moet goed geregeld zijn. We maken ook veel gebruik van bijv. de Ioverlander app om informatie over verblijfplaatsen etc. te vinden.

Ook vind je er veel informatie over grensovergangen en wat er noodzakelijk is om een grens te passeren. Voor veel landen zijn er ook whats-app groepen waar mensen elkaar informeren. Een voorbeeld is de ‘Overlanding Whatsapp Community.’

Natuurlijk moet je een paspoort meenemen en er op letten dat je voldoende lege pagina’s hebt. Veel landen stempelen graag en ruim en de stempels mogen elkaar niet raken. Dus vraag eventueel een zakenpaspoort aan, met meer pagina’s of in een enkel geval een tweede paspoort als je door landen reist die met elkaar in conflict zijn. Dat is ook beter als je ergens bent en je een paspoort moet opsturen voor het aanvragen van visa.

Zorg dat je een visum hebt voor het land of de landen waar je heengaat en niet aan de grens komt en wordt teruggestuurd. Ik heb het zien gebeuren. Wij maken ook altijd wat kopieën van de belangrijke papieren, maar vaak moet er aan de grens alsnog weer van allerlei dingen een kopie gemaakt worden met het stempel van de douane er op.

Wil je langer dan 90 dagen in de USA, Canada en Mexico verblijven, dan moet je tevoren een visum aanvragen. Daarvoor zijn de wachttijden vaak lang, soms zelfs meer dan zes maanden.

Vreemde valuta. Meestal heb je in verweggistan contant geld nodig, dat pin je vaak het makkelijkst aan de grens of de eerste stad er na. Bij gebruik van een credit card kost dat vaak veel geld als je saldo negatief is. Je krijgt het dus goedkoper als je er tevoren geld op stort. Ook kan je gebruik maken van een Debitcard Mastercard, zoals N26, Revolut of Bunq. De ervaringen hiermee zijn wat wisselend qua acceptatie, maar wij hebben er veel plezier van gehad in Zuid-Amerika.

Veel landen buiten Europa eisen een TIP voor je motor. Dat is een Temporary Import Permit, let er dus op dat je die krijgt bij binnenkomst, want heb je hem niet, dan heb je een hoop problemen als je het land weer verlaat. In sommige landen, zoals Mexico, zit dat kantoor pas vele kilometers verderop en vergeet je het of mis je het, dan zijn de rapen gaar als je er wordt gecontroleerd. In veel landen zijn er checks om de 50 kilometer, dus de kans dat je wordt gecontroleerd is reëel. Bij een grensovergang tussen Chili en Argentinië vergat men aan Chileens zijde een formulier te geven dat we aan de Argentijnse kant moesten inleveren. Normaal is dat niet erg, maar hier zat er 80 kilometer gravelweg tussen en het was al aan het eind van de middag. In het niemandsland er tussen was niets. Omdat onze motoren al geregistreerd waren in Argentinië liet de man het gaan, maar dat was een uitdaging geworden als we afgewezen waren.

Een enkel land eist een Carnet de Passage, een paspoort voor je voertuig. De meeste zijn in Afrika en het verre oosten.

De relevante informatie vind je bijvoorbeeld hier: //overlandingassociation.org/carnet-de-passage/

De informatie bijv. op Wikipedia is achterhaald. In de Amerika’s heb je nergens een CdP nodig. Neem in Europa altijd de EHIC kaart mee, dat voorkomt problemen, mocht je ergens medische hulp nodig hebben. Standaard wordt die niet meer verstrekt, maar hij is wel op aanvraag leverbaar door de ziektekostenverzekeraar.

Veel staat er verder vermeld in de paklijst, maar nog even een punt van aandacht. Op veel plaatsen is het GSM bereik slecht of niet aanwezig. Ga je naar zo een gebied, zorg dan dat je toch bereikbaar bent of hulp kan inschakelen als dat nodig mocht zijn. Een ongeluk zit vaak in een klein hoekje en kan grote consequenties hebben als je geen hulp kan inschakelen. Een satelliet communicatieapparaat biedt dan uitkomst. Er zijn er diversen op de markt en er zijn kanalen op Youtube te vinden van mensen die al die apparaten uittesten, zoals ‘the hiking guy’. Wij kozen voor de Garmin Inreach en we hebben er beiden een. Niet op de motor bevestigd, maar aan ons zelf. Er zijn mensen die hun motor in een ravijn zagen verdwijnen en zit je apparaatje dan op de motor, dan heb je er niets aan. Let wel op of je abonnement geldig is voor je vertrekt. Met de nieuwe iPhones kan je ook een satellietverbinding maken om hulp in te roepen, maar dat is tot nu toe in een zeer beperkt aantal landen en je kan dat ook niet gebruiken om je thuisfront op de hoogte te houden. Een ander alternatief is een PLB, daarmee kan je ook hulp inroepen, maar niet communiceren. Dat is minder handig als je wilt meedelen dat je medische of technische hulp nodig hebt. Je hebt geen abonnementskosten, behalve dat je in Nederland elk jaar opnieuw registratiekosten moet betalen. In veel andere landen is dat gratis.

Navigatie

Gebruik van een navigatieapparaat is heel makkelijk, al is het voor je inzicht goed om een papieren kaart mee te nemen.

Wij hebben beide een Garmin Zumo XT in Zuid-Amerika en India, voorzien van OSM kaarten via //alternativaslibres.org/en/index.php. Die zijn erg goed. TomToms zijn niet geschikt voor off-road rijden omdat de kaarten daar niet in voorzien.

Binnenkort ga ik over naar een ‘rugged tablet’ voor de navigatie, dat lijkt me beter dan de Zumo’s waar ik toch vaak problemen mee heb. Ik koos voor de //carpe-iter.com/ via www.bluerider.nl

Smartphones kunnen natuurlijk ook goed voor navigatie gebruikt worden, maar ze zijn wel kwetsbaar. De camera, maar ook andere onderdelen, willen nog wel eens sneuvelen en dat is toch lastig.

Wij nemen overigens geen camera meer mee. Dat neemt veel ruimte in en geeft nauwelijks beter resultaat dan een moderne telefoon. Een enkele keer mis je de telelens, maar ja dat is dan niet anders. Wel heb ik een actioncam mee, maar bedenk dat op lange reizen het verwerken van het materiaal veel tijd vergt, en heb je er na de reis nog de puf voor? Ik heb een DJI Osmo 4 met een bluetooth Mic2 microfoon. De Gopro’s blijven achter in ontwikkeling bij de DJI.

Mocht je nog vragen hebben stel die dan gerust. Dat kan onder dit artikel, wij lezen mee.”

Hans en Dia gaan hun volgende reis voorbereiden. Vind je het leuk om hen te volgen? Dan kan dat via hansendiaopreis op Facebook en ook via Polarsteps.com/HansdenOuden. Heb je een erg specifieke vraag, dan kun je ook altijd een e-mail sturen aan redactie@ikzoekeenmotor.nl, dan kunnen wij je, in contact brengen met Hans.

Toen motorrijders nog geen Spa rood dronken

De mannen stapten op hun motoren. Startten de spullen. Keken nog een keer in het rond. En knalden op het achterwiel weg van het parkeerterrein, de weg op. Zelf heb ik in 50 jaar motorrijden twee keer een wheelie gemaakt. Per ongeluk. Een keer omdat de koppelingskabel van mijn T150V brak. De andere keer puur per ongeluk en op vermogen op een 1200 cc Bandit. Mijn knee down resulteerde trouwens in een ingezwachtelde knie. Waar ik me bij al die achterwielerij over heb verbaasd hoe de olie aanzuigpomp zijn werking kan blijven doen als de motor in kwestie zo’n kwartslag gedraaid is ten opzichte van zijn gewone positie.

Dolf Peeters, de schrijver van deze column. Klik je onderaan op de tag van zijn naam, dan kom je meerdere artikelen van Dolf tegen.

Van mijn vroegere docent calorische werktuigen herinner ik me de opmerking dat olie dient ter koeling, als geluidsdemping en als smeermiddel. Dan kan je wel zeggen ‘two out of three ain’t bad’, maar met de prijs van een blokrevisie in gedachten… Techniek moet je net als je partner met repect en liefde behandelen. Toch?

Maar die kennis komt je niet aanwaaien. Je moet leren van je fouten. Dat is ook de reden waarom het ‘vroeger’, toen we nog jong en onbezonnen waren nogal eens mis ging in de relatiewereld tussen mens en mens M/Ven waddannook of mens en machine. Want welke waus zou het nu in zijn hoofd halen om op de Afsluitdijk op en neer te blazen op een Kawasaki 500 driecilder waarvan, natuurlijk om hem nog sneller te maken, de luchtfilters zijn verwijderd? En hoe zouden we er nu over denken om in Renesse tegen het opkomen van de zon de nieuwe dag te verwelkomen door een CB750 K2 op de zijstandaard staand zoveel toeren te laten maken dat de kleppen gingen zweven? Hoe feestelijk zouden we het nu vinden om op een treffen van Britse klassiekers een Honda, Suzuki of Kawasaki met hamers in elkaar te slaan en in de brand te steken?

Wat vroeger ook heel anders was, was de ‘après motorritten’ tijd, denk aan het befaamde ‘après ski gebeuren’. Een poosje geleden was ik als meerijder gevraagd op een paar daagse trip. Dat was een leuke route en de deelnemers waren – net als ik – vijftig plussers. Er was een hoog percentage recente allroad- en adventurefietsen. Allemaal fris, zwaar spul. Niet de biotoop waar je met een 640 Guzzi NTX indruk maakt. Maar iedereen had schik. Voor het avondeten bleek een fors deel van de mensen alcohol en tabaksvrij.

Om tien uur lag bijna iedereen in zijn mandje. We zaten met wat fossielen onder elkaar te praten over vroeger: ‘Kratje (van Oude Adelijke afstemming met bijbehorende naam met ‘ae’s en ‘ck’s) die pas soepel ging sturen na een half kratje. De rest was voor na het tent opzetten. De befaamde foutrijder C’ die na een rit van 180 kilometer ’s avonds om half tien kwam aankakken met dik 400 km op de klok. Over Wil, die in nacht en nevel (en beneveld) had gefocussed op de achterlichten van de auto voor hem. Die automobilist ging naar huis. Toen hij daar stopte werd hij op het garagepad aangesproken door een bozige Wil: “Wie ben jij in Godsnaam en waar zijn we?.

Kleine Koos die net weer single was en die op een treffen nattigheid voelde naar aanleiding van allerlei snaakse opmerkingen. Zijn kompaans hadden een opblaaspop in zijn tent gelegd. Maar Kleine Koos was wat paranoia. En besliste dat er iets heel erg fouts met zijn tent moest zijn. Hij ging dus naast zijn tent slapen terwijl er laat in die nacht of vroeg in de ochtend een enorme regenbui over de Schellingwouder camping trok. Over Martin die ’s ochtends met een kater en een tattoo in zijn gezicht wakker werd. Over Gekke Fredje wiens voeten tijdens zijn roes door ratten waren aangevroten. (Ze zullen er toch niet ziek van zijn geworden?)

Over de veelstejaars student die zijn Norton in zijn slaapkamer zette en hem daar startte omdat hij op het geluid zo lekker in sliep. Over Tim die door zijn vriendinnetje overhoop werd gestoken toen ze hem kussend met een ander trof. Over winterritten in de tijd dat winters nog winters waren. Dan had je een literfles jenever in je zak. Plus een slangetje tussen de fles en je bevroren mondhoek. Groningen was erg ver weg in die tijd. Wel een liter ver.

We proostten op het verleden toen motorrijders nog geen Spa rood dronken.

🏍🏍🏍

Dit motorverhaal is geschreven door Dolf Peeters.

Ralph D. Lantinga ontmoet Itchy Boots

“Goodmorning internet!” Afgelopen woensdagavond was motorrijder Ralph D. Lantinga aanwezig bij de boekpresentatie van Noraly Schoenmaker a.k.a. Itchy Boots. Deze inmiddels wereldberoemde Nederlandse motorreiziger reist sinds 2018 op haar motoren de wereld rond en inmiddels heeft zij zo’n 160.000km in haar eentje afgelegd.

Ralph schreef ons: “Ik ben een soort van verslaafd aan haar avontuurlijke YouTube-reisvlogs, die niet alleen prachtig zijn om te kijken, maar ook inspiratie geven voor mijn eigen motorreizen samen met mijn maatje Frank. Noraly signeerde haar boek voor mij, met de opmerking: “niet zeggen hè!” wat slaat op iets dat ik haar eerder dit jaar beloofde stil te houden, omdat het nog niet uitgezonden is/was. Ik kijk uit naar seizoen 8 van Itchy Boots, maar ook naar de nieuwe grote motorreis van Frank en mij in september!”

Wil je onderstaand boek Keerpunt van Noraly Schoenmaker bestellen? Ga dan via deze link naar de website van Bruna.

Wil je alle items teruglezen over Itchy Boots op onze website, dan kan dat via deze TAG die je onder de artikelen vindt. Zie:
//ikzoekeenmotor.nl/tag/itchy-boots/