Tag archieven: Triumph

Coos op Reis: het spel met de kawasaki’s

DE BALKAN – HET SPEL MET DE KAWASAKI’S

Op het moment dat ik dit schrijf voor de serie “Coos op Reis” is het maandag 10 juni ennuh … saai om te vertellen, maar het is wéér prachtig weer. Sorry.

Ik heb gisteravond mijn klamme strandlaken, zwembroek, handdoeken en wat andere kleding gewassen en buiten gehangen, maar alles is nu nog zeiknat. Das een misser van mij. Tja, ik heb ook geen centrifuge bij mij. Wellicht is dat een ideetje voor volgend jaar.

De op houtvuur gegrilde lamskoteletjes van gisteravond vallen vanmorgen … mwah … niet zo lekker. Het lammetje neemt wraak op mij én met veel bombarie … uh … afschijt van de wereld. Het was ook allemaal wat veel en eigenlijk ben ik niet zo’n enorme vleeseter. Ik ben al tevreden met een piepklein kipfiletje. Hé, ook ik moet moeite doen om niet zo’n dikke 65-plusser te worden, hoor!

OK. Ik zal het ff gewoon duidelijk schrijven: ik ben aan de diarree, aan de rees, spuitpoep, Poepen-Zonder-Douwe…
En dat is zeker niet handig op de motor. Nou ja, ik zie wel. Er is nu toch niks meer aan te doen. Dag lammetje. Vaarwel wrede wereld.

Ik red eerst even een bij uit mijn woonkamer. Hij is kwaad en vliegt woedend tegen het glas aan. D’r uit, d’r uit, d’r uit, roept zijn instinct. Ik vang hem met een glas en een stukje keukenrol. Voorzichtig, wij zijn vrienden, alleen wéét hij-de-bij dat niet. En ik heb genoeg aan één lichamelijk ongemak.

Als mijn meuk op mijn motor zit, dan pruttel ik op mijn motor naar de receptie. Het is dan al 29 graden. De receptionist overhandigt mij een nota met 1879 Kuna. Ik geef hem zijn kladbriefje van twee dagen terug met daarop .. 1618 Kuna. Hij doet quasi verbaasd en snapt niks van het bedrag dat op het briefje staat. Nou, ik ook niet hoor, antwoord ik nonchalant en kijk vervolgens een beetje achteloos om mij heen. Voor mij is het nog te vroeg om ruzie te maken. De receptionist stottert wat en zegt dat hij het verschil uit eigen zak zal bijbetalen.

Zullen wij samen lekker zoenen?, vraag ik hem. Dat snapt hij niet. Nou, als ik genaaid word, dan zoen ik er graag bij, glimlach ik. Yeah, life sucks… Je kunt best proberen om een toerist te neppen, maar dat lukt jou niet bij een zuunige Holllander, mooie oplichter.

Tussen de camping en Omis is het erg druk. Het verkeer gaat traag. Campers, vrachtauto’s, caravans en een bus met toeristen rijden allemaal voor mij uit. Het is ondertussen 31 graden. Het credo van een surfer luidt: wacht op wind. De motorrijder kan die wind maken… Ik voer de snelheid op en ga een paar keer de doorgetrokken streep over. FF dapper zijn. Er is trouwens opvallend weinig politie hier…

Bij een stop maak ik een praatje met een Duits stel. Hij rijdt op een oude African Twin, met van die lelijke schuinstaande beschuittrommels, en zij rijdt op een oude Triumph. Allebei in korte broek en in een luchtig hempie. Zij doen zoiets anders echt nooit, vertellen zij, met een beetje schaamte. Maar het is nu 33 graden… Ze dragen trouwens wél handschoenen. Tja, alle beetjes helpen. Als je vingers heel blijven na een crash, dan kan je tenminste nog zelf wat pleisters plakken.

Ik zie het echter anders. Ik heb al mijn motorkleding altijd aan. Het is óf zweet óf bloed. Als je met 50 km een schuiver over het ruwe asfalt maakt, dan lig je tot op het bot open. En verder. Ja, het is erg warm. De mouwen staan open, beide borstzakken zijn van mijn jas, de ventilatie is optimaal. De ruit een beetje naar beneden, blijven rijden, alleen in de schaduw stoppen en veel water drinken. Dat is het.

In een toeristisch plaatsje passeer ik een jongedame op een witte scooter. Het is ook hier weer retedruk.  De dame zit met een gipsen been op haar tweewieler. Ook wit. Het steekt een halve meter uit. Ik rijd met mijn kasteel bijna dat been eraf. Nou ja, wat maakt het uit, het was toch al gebroken. Tja, wie rekent dáár nu op?

Bij Drvenik verlaat ik even de route. De veerboot naar Hvar komt net aan. Ze hebben daar een waanzinnig kekke servicepaal voor fietsen. Het gereedschap hangt weliswaar vast aan stalen kabels, maar is door de lengte van de kabels allemaal te gebruiken. Ik heb zoiets nog niet eerder gezien.

In de buurt ga ik gelijk even plassen. Rustig aan. Vooral niet persen. Billen knijpen. De koteletjes van het lammetje blaten, maar het gaat goed…

Langs de rivier Neretva verkopen de lokale boeren hun producten. Aan de doorgaande weg wemelt het van de kraampjes. En die zien er allemaal precies hetzelfde uit. Bij wie moet ik nu ff stoppen om iets te eten te kopen? Maar verderop staan ook wat dames die hun vruchten te koop aanbieden. Daar is het zéker veel te warm voor, hoor.

Ik moet door dat fruit denken aan een mop. Een groenteboer heeft op de Wallen een publieke dame vermoord. De politie ondervraagt de groenteboer en wil zijn motieven weten. De man vertelt dat hij gewoon stikjaloers was omdat zij met haar ene pruim meer verdiende dan hij met zijn hele groentenwinkel. Haha. Het is wel een ouwe mop, denk ik. Mijn oma vertelde ‘m al en zij is in 1984 gestorven. Wat er allemaal door je hoofd gaat op zo’n drukke provinciale weg met wat fruitkramen.

Ik stop om te tanken en koop gelijk wat water. Ik schat het water van mijn veldfles in mijn tanktas op ruim 40 graden. Mijn grote grijze zak, achterop de duo-plek, staat inmiddels bol omdat daar de zak met de natte was aan het exploderen is. Het is inmiddels 34 graden. We steunen en kreunen wat en ik verlos de zak van haar spanning. Wat een hitte.

Er staat plots een symbool van een temperatuurmeter op mijn iPhone. Huh? En eronder staat ‘ik ga weer verder als ik ben afgekoeld’. Ik snap dat. Het is heet!

Mijn persoonlijk warmterecord staat op 38.5 graden. Dat stamt al weer van een paar jaar terug. We reden met de motorclub dwars door Freiburg in Duitsland. Veel verkeersdrukte en talloze stoplichten. Het hield niet op. Ik had hetzelfde Stadler-pak aan. Ik lag bijna op apegapen… Yeah..

Joh, ik stop mijn oordoppies gewoon vandaag niet in. Dan kan de stoom makkelijker uit mijn oren! Tegelijk roep ik, net als Nux in Mad Max Fury Road: Oh, what a day, what a lovely day! Het is afzien! Lijden! Zweten! Met klotsende oksels! Natte sokken, het water in mijn laarzen. Tanden op elkaar. The man and his machine!

Ik rijd een soort tolpoort in, moet stoppen en mijn paspoort laten zien. Het blijkt dat ik een stukje door Bosnië ga rijden. Het is Europa’s grootste zeegeheim: Bosnië-Herzegovina heeft stranden!
Ze hebben in het verleden wellicht een doorgang naar zee geclaimd toen de grenzen werden bepaald, denk ik. Ik dender ruim vijfentwintig kilometer over de zogenaamde Neumcorridor en moet vervolgens mijn paspoort weer laten zien om terug Kroatië in te komen.


Op mijn eindbestemming blijkt de camping vol. Cobus, jij denkt wel heel slim te zijn met je Pinkstertheorie, maar nu zit je er mooi naast. Er is nog één twee-onder-één-kap caravan vrij, die ‘gesplitst’ is in 1a en 1b. Kost 90 euro per nacht. Zien! De uiterst vriendelijke receptionist neemt mij in een golfkarretje mee om het onderkomen te showen. De man doet de deur open en ik kijk zó de wc in. Het lammetje blaat gelijk vrolijk tegen de binnenkant van mijn motorbroek. Ik vraag aan de receptionist: verrèk, hoe wéét jij nou dat ik aan de spuitpoep ben?

Verder is er alleen een slaapkamer en een keukentje van één bij één. Lekker gezellig om vanavond nog ff een boekje te lezen. En een dun plastic wandje tussen de buren en mij. Hoe kan je nu een caravan opdelen in twee appartementen? Wat een schijthok! En dat voor 90 euro. Dat is toch niet normaal?

Ik bedank de man vriendelijk voor zijn service, zoek via Booking-dot-Com een appartement, neem het adres van de site over in mijn navigatiesysteem, rijd er heen, onderhandel met de uiterst vriendelijke dame over de bovenste verdieping, want ik wil persé geen mensen boven mijn hoofd, en de prijs. Ik heb de etage nog veertig euro onder de al extra scherpe prijs van Booking. En het is super. Mooier en beter en ruimer dan elke caravan tot nu. Het is echt een aanrader. Ik betaal contant en zeg dat ik geen factuur hoef. Ze is zooo aardig en alles is zooo schoon. Super.  Het kost 140 euro voor twee nachten. Inclusief de schoonmaak. Ja, túúrlijk, dit is hier geen peperdure naturistencamping…

Tip van Coos? Het stikt in héél Kroatië van de appartementen. Om de tweehonderd meter kom je iets tegen. Op de mooiste plekken. En veel appartementen hebben uitzicht op zee.

Even samen mijmeren? Het is zo tof om elke keer in een andere omgeving te komen. Alles is elke keer nieuw. Alle omgevingsparameters veranderen permanent. Andere stad, andere restaurants, ander terrassen, andere mensen. Er is steeds een andere dynamiek. Je reset jezelf steeds, de teller op nul. Je weet elke keer niks. Wéér ergens je weg vinden. Enerverend en inspirerend. Ik hou ervan!

Na mijn douche wandel ik, downhill, in twintig minuten naar het strand in Lapad. Het beach-restaurant heeft de speakers in verborgen paddenstoelen in het groen in de tuin geplaatst. Het geluid is overal! Ze draaien loeiharde loungemuziek. En het klinkt vreselijk goed. WoW! Ik zit in mijn blote bast in het zonnetje met een biertje helemaal te genieten. Het kost mij moeite om te vertrekken.

Oh, what a day, what a lovely day! En wat een mooie avond.

DE KAWASAKI’S

Bij een stoplicht sluit ik aan bij vier jonge gassies op Kawasaki’s. Ik mik op Z1000’s of Ninja’s, fraaie straatvechters. Ik heb weinig verstand van die racemachines. Ik ben er veel te groot en lomp voor. En ik herken het merk aan het Kawasaki-green. De mannen zijn Oostenrijkers. We groeten elkaar vriendelijk. Ik steek, rechtop zittend, meer dan een halve meter boven ze uit. De kleuren en lijnen van hun lederen motorpakken corresponderen met de motoren. Ze zijn professioneel gekleed. Goede pakken, prima helmen en laarzen en uitstekende handschoenen. Het ziet er prima uit. Dit zijn de mannen die opgegroeid zijn in de bergen. Zij hebben het motorrijden met de paplepel ingegoten gekregen. Wij zijn opgegroeid met pindakaas en stroopwafels, zij met gas blijven geven in scherpe bochten.

Het stoplicht gaat op groen en ze spuíten op volle snelheid en met oorverdovend lawaai weg. De achterste motorrijder checkt zijn spiegels om te zien wat ik doe. Ik volg op gepaste afstand vanwege het lawaai. Er is niet ééntje die een standaard uitlaat heeft. Koelere, was een pokkeherrie. Het is net de doorstart van een F16 van General Dynamics.

Ik geef mijn volbepakte kasteel twee toefjes gas en het personeel gooit vast wat stevige blokken hout op het haardvuur. … Ik verklein de afstand iets. Mijn BMW heeft bijna 140 pk aan boord, dus ik hoef mij nergens voor te schamen.  En ik hoef mij trouwens ook nog niet te haasten.

De spiegels van hun motoren hangen onder hun stuur. Vast een nieuw modeverschijnsel, denk ik. Hebben ze opgepikt uit een motorblad of op internet gezien. Zo gaat dat. Je hebt wéér niet opgelet, ouwe lul… Daar rijd je dan, met je spiegels bóven je stuur.

De mannen hebben moed, ervaring in de Oostenrijkse bergen en durven een poepie gas te geven. Ze gaan er voor zitten en geven ‘m van Jetje. Ik volg gezellig. Ik sluit mijn helm en mijn vizier. Ze ronden prachtig de bochten af en, zoals de echte racers dat doen, met het knietje aan de grond. En elke keer lekker vroeg in de bocht dat gas open en brullend er uit. Heerlijk om te zien. De achterste rijder kijkt weer in zijn spiegels.

Het asfalt is goed en het is droog. Ik geef twee toefjes gas bij en trek met de schakelassistent het motorblok in de volgende versnelling. Ik houd voldoende afstand en ga lekker mee. Ik duw niemand op. Niet remmen, beheerst de bocht in en vol d’r weer uit. Als een dweil er in en als een speer er uit, heet dat.

De achterste coureur kijkt links en rechts steeds wat nerveus in zijn hypermoderne upsite-down-spiegels. En … ziet daar steeds maar die grote kale Nederlander op zijn kasteel in zijn spiegels. Hij praat waarschijnlijk via de motorintercom met zijn maatjes en ze schakelen door en door. De achterste kijkt weer in zijn spiegels, en daar is die lelijke kale BWM-rijder weer. Wat bochten later weer. En weer. En noges! Als een Knaus-caravan achter een Volkswagen. Ik zit met een grote grijns op mijn gezicht. Het is zó grappig en het gaat moeiteloos. Ze trekken en scheuren en draaien en gummen. En hup, daar is dat kasteel met die drie lampen weer in de spiegels. Elke keer weer en weer en weer. Hèhèhè…

Het spel eindigt na een half uur bij een pauzestop. En dan is het klaar. Het was goed en het was leuk. We zwaaien naar elkaar.

Mooie dag. Wel warm. Maar ik kan er goed tegen. Fantastische avond. Magisch, met die lounge-muziek aan het strand. Net een trip. Topper.!

Morgen met de bus naar Dubrovnic. Ik kijk er naar uit. Lekker lang verhaal!

Tip van de redactie:

Wil jij meer verhalen lezen van Coos?
Ga naar:
//ikzoekeenmotor.nl/category/coos-op-reis/

Triumph CafèRacer met Zijspan

Een caféracer met een zijspan. Je moet er maar op komen. Maar wat een prachtige machine heeft deze man gebouwd. Zo mooi, zo wit, met een beetje slecht weer zou je hem gewoon liever binnen willen houden. Een museum exemplaar. Gebouwd met heel veel liefde.

Born to Be Wild

Via het youtube-kanaal van Motorcycles of Dulles kwam we deze compilatie van beelden tegen. Uit de beste reclames en promo-video’s hebben de makers in 2019 een selectie gemaakt. Het nummer “Born to be Wild” eronder gezet, en het is een lust voor het oog en het oor om naar te kijken en luisteren…  Pure passie voor motoren. We kijken respectievelijk naar prachtige motorfietsen van Triumph, Indian, BMW, Royal Enfield en Zero Motorcycles.

Gino van de T-Birds, en zijn perfecte rit door Normandië

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?
Gino, 47 jaar oud, kwaliteitsingenieur van beroep en afkomstig uit Aalst, tweede stad van de provincie Oost-Vlaanderen, en wereldberoemd door het carnaval, dat zelfs Unesco werelderfgoed is. Ik ben al bijna 30 jaar samen  met mijn jeugdliefde, een geweldige madam die zelf een bloedmooie Royal Enfield caferacer rijdt. Samen hebben we 3 kastaars, waar ik enorm fier op ben. En zet er maar bij ‘op alle 3’, want de oudste zit in zijn apenjaren en durft daar wel eens aan te twijfelen. Daarnaast heb ik ook nog een underground dj carriere in het new wave/ gothic genre, die op komende 23 november gaat eindigen wanneer ik in mijn geboortedorp mijn laatste set zal spelen. Ondertussen komen er wel nog enkele sets, waarvan misschien  W-Fest, midden augustus, een belletje doet rinkelen bij het grote publiek. Dit is een vierdaags festival waarop onder andere volgende groten in het genre komen spelen: Killing Joke, The Stranglers, Echo and The Bunnymen, The Human League, Red Zebra, Nik Kershaw, Howard Jones, Tony Hadley van Spandau Ballet, Jimmy Sommerville, maar ook The Cassandra Complex, Tuxedomoon, Peter Hook van Joy Division en nog vele anderen, waaronder ik dus als dj.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?
Ik kreeg mijn  eerste brommer in 1980, op 9-jarige leeftijd, en wat voor een: een Italjet competitiecrosser, die razendsnel was voor een 9-jarige knaap. Dit was eigenlijk een logische stap, want mijn moeder was een cafébazin, en in dat café was het lokaal van D’holda Boys, gesticht door mijn vader. Deze was begin jaren 80 de grootste club qua ledenaantal van Vlaanderen.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?
Terwijl mijn moeder café hield, had mijn vader de job waarop ik nu nog steeds jaloers ben:  vertegenwoordiger van Kawasaki Belgium. In de goede oude tijd had deze job nog bepaalde privileges, zoals het gebruik van het gamma van dat jaar. Eens een model getest was door de journalisten, en de motorsalons voorbij waren, stonden die motoren maar stof te verzamelen in het magazijn. Dus konden ze evengoed bij ons thuis staan, daar werd er tenminste mee gereden. Zo haalde ik bijvoorbeeld in 1989 eindelijk mijn rijbewijs, en vlamde ik in de namiddag al rond met de coolste superbike ooit gemaakt, de ZXR750, met stofzuigerslangen.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?
Ik ga meer zeggen: ik heb zelfs geen auto meer, ik was de Belgische files kotsbeu. Ik heb me voor woon- werkverkeer een BMW RT, een echte toerbuffel,  aangeschaft. Het is geen motor waarvan je denkt ‘he schoonheid’, maar het is een geweldige motor in zijn categorie. Het moet al serieus oude wijven regenen om er nat op te worden.

De T-Birds

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?
Ik denk dat ik in eerste instantie het geld zal aanwenden om mijn garage wat uit te breiden. Ik heb onlangs wel 2 motoren verkocht maar het kotje staat toch nog behoorlijk vol. Uiteraard zijn er motoren die ik graag nog wil: als liefhebber van caferacers wil ik graag nog eens een oude Guzzi V7 van begin jaren 70. Of een Laverda 750SF, of de Benelli zescylinder. En voor iemand me van een voorliefde voor Italianen beticht: een Sportster kan een geweldige caferacer worden, zo bewijst Federico uit Malmo. Ik vind zijn creaties geweldig. Een oude Norton wil ik ook graag nog eens. Of een BSA.  En, for old time’s sake: een ZXR. Ach, ik kan hier wel nog even doorgaan.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?
Steeds die van het volgende weekend dat er aankomt. Als ik er eentje moet uithalen: rond de eeuwwisseling waren we met enkele goede vrienden op vakantie in Normandië, met de motor uiteraard. Op een onvergetelijke zwoele zomeravond reden we, bijna de volledige kustlijn van het schiereiland af. Dat is steeds de eerste rit waar ik aan denk als ik dergelijke vraag krijg. Het was een avond en rit waaraan alles klopte: zwoel warm, het gezelschap, de zonsondergang over de oceaan naast ons, de terrasjes die we onderweg aandeden: “it was the perfect ride”!

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?
In de nabije toekomst kijk ik enorm uit naar 2 geplande uitstappen met mijn café-racerclub de T-Birds. Volgende maand gaan we 3 dagen naar een caferacertreffen in Duitsland, en in 2020 gaan we er zelfs 10 dagen over doen om met ons oud ijzer naar het Daytona van Europa te trekken: Wheels and Waves in Biarritz. Op de langere termijn heb ik mijn zonen beloofd, eens ze allebei hun rijbewijs hebben, in de States te gaan toeren, met een gehuurde Harley of Indian.

Denk je al aan een volgende motorfiets?
Uiteraard, er gaat geen dag voorbij of ik check enkele advertenties. Een goede vriend van mij zegt steeds: verkopen is verarmen. Mij heeft hij alvast overtuigd, maar mijn madam nog niet. Die vindt: iets nieuws? OK, maar dan eerst iets buiten. Dus daar gaan we het toch eerst moeten over eens worden.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?
Veel, heel veel zelfs. Ik ben er tussen opgegroeid. Ik had veel geweldige mensen waarschijnlijk nooit gekend, hadden we niet die gemeenschappelijke passie gehad. Ik rij 60 kilometer enkel van mijn werk naar huis. Soms kom ik thuis, een uurtje gebold, en zet de plastieken BMW in de garage, en haal zijn oudere broer, een geweldige R80 caferacer uit 1983 eruit om nog een uurtje of 2 te gaan bollen. Zo een oude motor is ook steeds een magneet voor de meest onverwachte , boeiende en ontroerende gesprekken. Zo stond ik ooit eens te tanken met mijn madam haar Enfield. Er stopte een bejaarde man, met de fiets en een jerrycan. Na het voor de hand liggende grapje dat hij chance had want dat zijn fiets ver zonder naft zat, kreeg hij de Enfield in de gaten, en kreeg hij tijdens zijn verhaal zelfs de tranen in de ogen over zijn jeugdjaren in de jaren 50 en 60 in Engeland. Een Enfield, een Vincent, een Triumph, hij had verschillende motoren gehad, was een echte rocker geweest in de fifties en sixties. Fantastische ontmoetingen zijn dat. Ik kan me niet voorstellen dat je dat meemaakt als je je Volkswagen of Peugeot vol tankt.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?
Als oprichter van de T-Birds, momenteel de grootste caferacerclub van Belgie, kan ik geen kans onbenut laten om mijn club wat te promoten. Dus als er mensen zijn met de echte “oldskool biker spirit: deze zijn steeds welkom om met ons mee te rijden. Uiteraard zijn er enkele voorwaarden: wij rijden met caferacers, vintage bikes, bobbers , scramblers, brats of neo-classics. Wij dragen geen fluo of ruimtepakken. Jeans en zwarte lederen jekker, bij voorkeur met T-Birds logo is de dresscode. We hebben divisies in Oost-Vlaanderen en Antwerpen, en de gezonde ambitie er nog meer op te richten in de toekomst. We rijden zo goed als elk weekend, van het vroege voorjaar, tot de winter voor de deur staat. We proberen onze activiteiten divers te houden, voor elk wat wils. En uiteraard zien we er enorm cool uit, op onze oude moto’s, en met onze T-Birds jekkers.

Voor geïnteresseerden:  //www.facebook.com/groups/1229541350405924/

Ton Eppenhof en zijn passie voor motoren

Vandaag Ton Eppenhof in het interview: “De Man en Zijn Motor”

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ton Eppenhof, interview op Ikzoekeenmotor.nl

Ik ben Ton Eppenhof, 60 jaar jong en ik kom uit Tilburg

Heb je vroeger eerst brommer gereden? Wat voor bromfiets was dat toen?

Ik heb drie bromfietsen gehad voordat ik ging motorrijden. De eerste was een Union en daarna nog een Puch en een Sparta.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

De eerste motor kocht ik in 1976 en dat was een Kawasaki Avenger 350 cc.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik zit er eigenlijk tussenin. Ik rijd meestal met mooi weer maar als er in de winter geen pekel ligt wil ik ook graag in de winter motor rijden.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Ik zou behoorlijk twijfelen tussen Een Kawasaki W800 en een Triumph Bonneville.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

In 1981 reed ik met mijn jongere broer achterop richting Yoegoslavië. Helaas begon het 25km na ons vertrek bij Eindhoven al te regenen. Aangezien het tot vlak voor de grens van Yoegoslavië nog steeds regende besloten we na de weerberichten van Pelleboer om binnendoor terug te rijden naar mijn favoriete vakantieland en dat was Zwitserland. We reden in totaal 2200km door de regen en vanaf de Felbertauerntunnel zelfs in de sneeuw naar de top van de Grimsel pas. Aangezien daar de pas afgesloten hebben we overnacht in het hotel aan de top van de pas. De volgende dag verder over de Furka om uiteindelijk weer uit te komen bij Martigny.  Het “mooie” van de rit was vooral wat we meegemaakt hadden. Vier dagen compleet doordrenkt van de regen en sneeuw toch de passen heelhuids over gekomen. We kwamen in Martigny aan met een mooi verhaal over de reis. Heel mooi om op terug te kijken op wat we onderweg meegemaakt hebben. Het rit werd echt een avontuur.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

Verre tochten zijn mooi en ik zou best willen . Helaas heeft mijn vrouw niks met motorrijden en alleen vind ik er weinig aan om verre tochten te maken. Misschien als ik iemand kan vinden die ook graag eens een mooie route wil rijden. Maar bij mij is het rijden vooral om dingen te zien en fotograferen. Ik ben een rustige rijder en om een of andere reden hebben veel motorrijders meer haast dan ik heb.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

De prachtige BMW R80 van Ton, uit 19…..?

Nee ik denk niet echt meer aan een volgende motorfiets. Ik wil deze motor houden totdat één van ons twee aangeeft dat het een slecht idee is om verder te gaan.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Motorrijden is geweldig. Zo gauw je op de motor zit verdwijnen al de zorgen. En als je afstapt  kom je vaak iemand tegen die belangstelling heeft in de motor. Er is altijd iets om over te praten . Aangezien niemand je kan bereiken en je alleen het geluid van de motor en de wind kan horen geeft de motor je een gevoel van vrijheid. Dankzij de motor kwam ik in Engeland en vond ik uiteindelijk de penvriendin waarmee ik nu al 32 jaar getrouwd ben.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Motorrijden  is vooral een manier van leven. Het brengt je dichter bij de natuur en de beleving is totaal anders dan die van het autorijden. Vaak hebben motorrijders ook meer belangstelling in techniek en dan heb je altijd wel gespreksstof. Het brengt mensen bij elkaar . Ik wilde vroeger altijd iets anders  dan wat andere mensen hadden. Ondertussen hebben veel mensen ontdekt wat het vrijheid gevoel is wat de motor je geeft.