Tag archieven: motorverhalen

Deel 7: Braber Bouwt

We vervolgen de serie Braber Bouwt. Zijn eerdere verhalen vind je via deze tag. Jan gaat verder met deel 7 vandaag. Jan heeft het hele proces van de bouw van een scrambler op basis van een Yamaha XJ900 nauwkeurig vastgelegd en deelt dit met ons in zijn verhalen. In tekst en beeld dus.

Ontdaan van heel veel onderdelen staat hier het frame met blok in een positie waarbij het goed is om aan te werken, zeker om te passen en meten. De bok zit er nog onder en die gaat ook pas op het laatst verdwijnen.

Het verhaal van het “dikke lager” in het achterwiel.

Dit lager zat bij het demonteren los in het achterwiel. Lager was defect en had dus in het wiel liggen schuren. Het was duidelijk dat er een nieuw lager in moest. Alleen dat is nergens te vinden of je moet echt geluk en de tijd hebben. Overleg met Edwin leerde dat ook hij tegen hetzelfde probleem was aangelopen.

Wat nu? De binnenring van het lager is 22mm dik en de standaard lagers zijn 17mm. Na veel zoeken en vlogs lezen tot de volgende oplossing gekomen. Gekozen voor het monteren van een 17mm lager en dat in het wiel vastgezet met locktite. Van een oud lager een ring gemaakt van 5mm dik. De hele zaak gemonteerd, in de wetenschap dat de motor in het vervolg van zijn leven slechts 1 persoon zal dragen, moet dat voldoende zijn.

De oliekoeler.

Bij het demonteren van de oliekoeler is de aluminium schroefdraad onherstelbaar beschadigd. Achteraf bezien hadden de leidingen nooit van de koeler afgehaald moeten worden.

Weer zoeken naar een oplossing. Nieuwe exemplaren zijn niet te vinden of keiduur, dus weer een contact gelegd met Edwin. Nou, die heb ik toevallig nog liggen compleet met leidingen, liet hij weten. Zo, wat een geluk zeg.

Op de wielen gezet.

De motor is op de wielen gezet om naar Jeroen te brengen voor het pas en meetwerk van de tank.

Zoals te zien is staan de wielen en de achtervork inmiddels in de grondverf. Het blok moet er nog uit en onder handen genomen worden en het Frame moet nog kaal gemaakt worden.

Over het maken van de tank heb ik in deel 4 het nodige geschreven. Het pas maken van de tank gaat nu hoofdzakelijk nog om de positie van de tank op het frame en de bevestiging. Dat loopt eigenlijk voorspoedig mede dankzij het pas en meetwerk in het voorstadium.

Nog een paar foto’s van het maken van de tank. Een geweldig proces en wat een vakmanschap. Hulde aan Jeroen.

Het motorzadel.

Het zadel wordt gemaakt door een gespecialiseerd bedrijf Motorzadels.nl  Ik ben bij Sjef op bezoek geweest en de zaak doorgenomen. Wat moet gebeuren is de onderplaat aanleveren en het model van het beoogde zadel. Ik begin met een glasvezelmat aan te brengen op de aluminium grondplaat.

Aan de plaat en de glasvezelmat wordt het materiaal van het zadel vastgemaakt. Uit piepschuim is een model van het zadel gemaakt. De vorm moet zo passend mogelijk zijn om het beoogd eindresultaat te bereiken. De moeilijkheid zit in de aansluiting op de tank. Dat moet een zo natuurlijk mogelijk verloop hebben, waarbij het lijnenspel belangrijk is. Het ontwerp is tot twee maal toe aangeleverd en aangepast, waarbij ik na overleg met Sjef zelf die aanpassingen heb verricht.

Vervolgens is Sjef van Motorzadels.nl aan het werk geslagen. Na nog een laatste correctie te hebben aangebracht was ik met het eindresultaat tevreden. De materiaalkeuze is gevallen op zwart suède met rode en grijze stiksels, verwijzend naar de kleuren van het logo van Yamaha.

De bedieningsschakelaars.

De afweging was de bestaande schakelaars opknappen en gebruiken of nieuwe /andere bestellen. Eerst maar eens kijken hoe ze eruit zien en van welk materiaal ze zijn gemaakt.

Ik kan u vertellen, ze zagen er bedroevend slecht uit. Aangetast door weer en wind en aan de binnenzijde gewoon vuil. Het goede nieuws is dat de behuizing van aluminium is. Daarom heb ik een proef uitgevoerd om een deel van de schakelaar blank te maken en te polijsten. Het resultaat was gewoon goed. Daarom heb ik besloten die behandeling voort te zetten.

Natuurlijk veel werk en zwarte klauwen maar met het eindresultaat ben ik zeer tevreden. Gemonteerd op de motor, dat ziet u in de vervolg foto’s.

De voorvorkpoten.

Wat een drama is dat geweest. De bestaande poten waren behoorlijk aangetast en vol met roestpuntjes. En dat wil je niet want binnen de kortste keren zijn de keringen beschadigd en dat levert lekkage op. Na contact met Edwin bleek dat ook hij een slechte set had staan die dringend een behandeling nodig had. Wij besloten samen op te trekken in de zoektocht naar een geschikt bedrijf.

De optie om nieuwe poten aan te schaffen was naar het tweede plan geschoven, omdat de wanden van de nieuwe beduidend dunner zijn. De bestaande moeten worden afgedraaid, vervolgens voorzien worden van een laag hardchroom en daarna weer worden afgedraaid op de juiste maat. En dat luistert zeer nauw, specialistenwerk dus.

Dus, de zoektocht naar een bedrijf begon. Na enig zoekwerk een bedrijf gevonden. Ik er naartoe met de pootjes achter op de motor. “Komt prima voor elkaar” riep de eigenaar. Mijn mannetje komt volgende week terug van vakantie, daarna moet hij eerst wat wegwerken en dan begint hij aan jullie pootjes. Het bedrijf heeft een jarenlange reputatie op dit gebied.

Het duurde en duurde, tot dat ik maar eens ging bellen. “Slecht nieuws” zei hij. Mijn mannetje heeft tijdens zijn vakantie besloten om met onmiddellijke ingang met pensioen te gaan en een nieuw mannetje vinden duurt wel even. Dus einde verhaal bewerken vorkpoten. Geld wel terug gekregen en Edwin ingelicht. Het gaat niet door.

Afijn, de zoektocht begon opnieuw. Na wat heen en weer gebel weer een bedrijf gevonden in Enschede. Met Edwin overlegd en we besloten het te doen. Tis niet bij de deur maar vooruit maar en ik op een goeie dag weer met 4 vorkpootjes achterop de motor naar Enschede.


Ik heb als gepensioneerde de meeste mogelijkheden, dus gaan. Best wel een mooi ritje. Bij aankomst bij het bedrijf wachtte mijn een levensgrote herdershond en daar stond ik in een kantoor volgestapeld met van alles van dat bedrijf en ook anders spul tegenover een hond. Even kwam het in me op om maar weer geruisloos uit die bende te vertrekken. Maar ja, een tyfus eind gereden en nog niemand gesproken. Daar kwam iemand aan, de eigenaar een jonge gast. Heeft hij die ervaring??? Hij bekeek de pootjes, gaf een oordeel en liet weten dat het wel goed zou komen. Ik vroeg nog hoe hij dat dan ging doen en of wij niet bang hoefden te zijn voor een te dunne wand en anderszins. Krijg je die putjes wel weg?  Nee meneer, dit zijn nog goeie degelijke poten.

Hij vertelde verder rustig zijn verhaal, liet me de werkplaats zien en ik had er wel vertrouwen in. Prijs afgesproken en rustig tokkelend op de Kawasaki weer huiswaarts. Kleine 600 km gereden die dag.

Na een paar weken de pootjes weer opgehaald, deze keer met de auto. De kwaliteit van het werk is fantastisch. Vooroordeel klopte zoals zo vaak niet. Uit ervaring weet ik dat uit chaos vaak de mooiste dingen ontstaan.

Het heeft wat tijd gekost maar uiteindelijk iedereen blij. Je ziet op de foto rechts ook nog een zelfgemaakt stuk gereedschap om de zaak onderin de poot vast te draaien. Onderste deel van de voorvorkpoten ook blank gemaakt en gepolijst.

Oliekoeler optisch.

Zeg nou zelf, die oliekoeler hangt er maar een beetje bij te bungelen ook bij de originele XJ.

Ik heb er een framepje voor gemaakt met een gaasje ervoor. De uiteindelijke uitvoering is zwart gemaakt. Helemaal top!

Tot zover deel 7. In het volgend en laatste deel o.m. het reinigen van het blok, de elektrische zaken, de kosten en het eindresultaat.

Veel leesplezier en tot de volgende. Met vriendelijke motorgroet,
Jan Braber

TIP van de redactie: wil je alle verhalen na elkaar teruglezen, ga dan naar deze link: //ikzoekeenmotor.nl/tag/braber-bouwt/

Het verhaal van Jan de Bruijn en zijn Suzuki Motoren

Suzuki Nederland bestaat 60 jaar en deelde dit verhaal over Jan de Bruijn, een super trouwe Suzuki motorrijder. We mochten van Suzuki Motoren dit verhaal delen op onze website. Hieronder het interview.

Jan de Bruijn stuurde ons een prachtige collectie foto’s van de motoren die hij heeft gehad. We werden er een beetje nostalgisch van; Jan’s foto’s bestrijken bijna de hele geschiedenis van Suzuki in Nederland. Jan, je bent een van onze meest trouwe rijders. Vertel ons eens over je liefde voor Suzuki.

‘Dat klopt, ik ben erg merktrouw, ik rijd al bijna vijftig jaar bijna uitsluitend Suzuki. Al op mijn zestiende stond mijn eerste motor, een Suzuki GT250, geduldig te wachten in de schuur. Ik had toen natuurlijk nog geen rijbewijs, al reed ik weleens stiekem een rondje door mijn woonplaats Tilburg. Weet je, in die tijd -we hebben het over eind jaren zeventig- reed iedereen een brommer met versnelling. Je wist dus al hoe je moest schakelen. Een motorrijbewijs halen was toen nog vrij eenvoudig. Je ging naar het politiebureau waar je een aantal behendigheidsproeven moest afleggen. Ik weet het nog goed – ik moest achtjes draaien en een noodstop maken. Vervolgens kreeg ik een L-plaat, waarmee ik de weg op mocht zolang ik binnen de Ringbaan van Tilburg bleef. Als ik verder weg wilde moest ik afstappen hahaha. Het echte rijbewijs halen was simpel: ik had maar drie lessen nodig om te slagen.’

Het was natuurlijk een andere tijd, met minder verkeer. Maar toen je eenmaal je rijbewijs had mocht je eindelijk de wijde wereld in.

‘Nou en of en daar heb ik volop van genoten. Ik bezocht in die jaren veel races. Ik heb alle grote namen gezien, ook de Grote Drie: Wil Hartog, Boet van Dulmen en Jack Middelburg. Het was een geweldige tijd. Ik herinner me dat we na een race in Italië een pizza zaten te eten en dat een van die mannen gewoon naast ons op het terras kwam zitten. De handtekening heb ik nog – op het vettige papiertje dat onder de pizza zat! Het was allemaal heel vrij, je kon gewoon in het rennerskwartier komen. In die tijd zat ik dag en nacht op de motor. We reden rustig in een weekend op en neer naar Imola om een race te bezoeken. We stapten vrijdagochtend vroeg op en kwamen daar dan aan het einde van de middag aan. We reden aan één stuk door en stopten eigenlijk alleen om te tanken en te roken. Het waren écht andere tijden en ik was nog jong. Tegenwoordig doe ik het wat rustiger aan. Ik geniet meer; mijn partner zit achterop en we pakken de mooie kronkelweggetjes in plaats van de snelweg. Maar als ik eerlijk ben vind ik een terrasje pakken eigenlijk nog altijd een onderbreking van de rit.’

Maar hoe kwam je eigenlijk bij Suzuki terecht?

‘Op mijn zestiende raakte ik bevriend met iemand uit de buurt die een Suzuki T200 had. Ik mocht weleens mee achterop en was meteen verkocht. Onze vriendschap heeft mijn passie voor motoren aangewakkerd. We kwamen in die tijd veel bij Toon en Helmy Hoes, destijds een bekende naam in motorrijdend Tilburg. Ik vond de Suzuki’s betaalbaar en de prestaties goed, dus er was geen reden om van merk te veranderen. Ik heb enorm veel verschillende modellen gehad, maar ik had een zwak voor de Suzuki Bandit. Ik heb een aantal 650 cc Bandits gereden en ben op een gegeven moment overgestapt naar een heel krachtige 1250 cc Bandit. Die heb ik wel 12 jaar gehad. Ik heb ook een Katana gehad, maar daarmee heb ik helaas een aanrijding meegemaakt. Ik had zelf niets, maar de motor was total loss…’

Oei!

‘Motorrijden is niet zonder risico, je bent veel kwetsbaarder dan in een auto. Ik heb weleens incidenten meegemaakt, maar als je het afzet tegen het aantal kilometers dat ik heb gereden valt het mee hoor. Ik deed vroeger álles op de motor, woon-werkverkeer, vakanties, noem het maar op. Ik ben inmiddels met pensioen, maar ik rij nog altijd zo’n 8.000 kilometer per jaar.’

Dat zijn heel wat kilometers – en je hebt nooit pech gehad?

‘Eén keer, in het allereerste begin. Ik kwam zonder stroom te staan – er was iets met de dynamo. We hebben de accu omgewisseld en zo ben ik veilig thuisgekomen. Maar verder is stilvallen eigenlijk vreemd voor mij. Tegenwoordig zijn eigenlijk alle motoren wel goed, maar vroeger waren er nog echt verschillen. Misschien dat ik daarom ook wel trouw ben gebleven aan Suzuki: ook in die begintijd waren het fijne motoren waar je van op aan kon. Ik heb altijd erg van die oude modellen genoten. Soms kriebelt het weleens, dan denk ik: ik zou er best een klassieke motor naast willen. Het liefst mijn eerste eigen motor, de Suzuki GT250 uit 1973. Maar ik heb geen stallingsruimte en bovendien het gaat mij om het rijplezier. Vroeger wilde iedereen een steeds snellere en krachtigere motor. Van 250 cc naar 500, 750, 1000…. Maar tegenwoordig zie je juist weer meer lichtere en betaalbare motoren. Zelf ben ik ook teruggegaan naar 650 cc. Mijn moderne Suzuki SV650 is net zo krachtig als de motoren uit de jaren negentig en hij rijdt minstens zo leuk. Ik heb het grotere vermogen nooit gemist. Nee, ik kan me niet voorstellen hoe het is om geen motor te hebben.’

Meer foto’s kun je vinden via deze link naar het verhaal.

Voor meer motorverhalen van Suzuki rijders kun je ook een kijkje nemen op: Suzuki.nl/motoren/nieuws/

Deel 6: Braber Bouwt

We vervolgen de serie Braber Bouwt. Het vorige artikel was deel 5.

De verslaglegging van Jan Braber heeft lange tijd stil gelegen, zie de eerdere verhalen via deze tag. Jan legt uit waarom en pakt de draad weer op.

Project van de bouw van een scrambler o.b.v. een Yamaha XJ900.

Om te beginnen excuses voor de lange stilte in het verhaal van het project. Nee, het is zeker niet gestaakt. Sterker nog de motor is helemaal klaar. De verslaglegging is wat vastgelopen in verband met emigratie en al wat daar zo bij komt kijken. Maar wees gerust ik maak het verhaal tot en met het op kenteken zetten van de XJ. De motor krijgt een aluminium achterspatbord. De kosten vallen mee maar het spatbord is dof en zit vol krassen. Het overige is prima. Mooie omgezette randen.

Eerst pas gemaakt. De lip die je aan de linkerkant op de foto zie valt tussen de achterbrug. En om het spatbord een mooie strakke uitstraling te geven moet er weer flink geschuurd en gepolijst worden. Je kunt eigenlijk op aluminium direct met waterproof schuurpapier aan de gang. Van korrel 400 in stappen naar 3000. Daarna met Belgom afwerken en het spatbordje is als een spiegel.

En een detailfoto levert ook weer een mooi schilderijtje op. Kunst ligt overal voor het grijpen tenslotte. Even kijken of het spatbord past en de conclusie is dat ik er voorlopig tevreden mee ben. De tank die je zie is het afgekeurde piepschuim model, maar voor het beeld krijg je een aardige indruk.

Een omdat ik nog even moet passen en meten met kartonnen mallen of en hoe het driehoekje in het frame moet worden gemaakt en daarbij ook ontwerp voor het zadel aan bod komt, ga ik nu even met het voorspatbord aan de slag. Het is de bedoeling dat het spatbord aan de brug tussen de voorvorkpoten bevestigd wordt.

Bij het demonteren van die brug blijkt één van schroefgaten te zijn ingescheurd. Dat moet gerepareerd worden anders gaat de bevestiging niet goed komen. De originele schroefdraad is M6, dus het gat opgeboord naar 9,5 mm. Daarin een schroef M10 gedraaid. Schroef aan het uiteinde met de vijl bewerkt, zodat ie zich zou gaan gedragen als een soort boor. Het materiaal van de brug is aluminium, dus dat werkt goed mee. Dan kan de schroefdraad M10 tegelijk met een 2 componentenlijm erin gezet worden. Dagje laten drogen, draadeind afslijpen en een gat er in geboord van 5,5 en daar weer draad van 6 mm in getapt. Tis even een klusje maar dan heb je ook weer wat. Dan volgt het pas maken van het voorspatbord. Vooral de ronding in het spatbord gaf nogal wat moeilijkheden. Maar uiteindelijk zijn er schuin afgezaagde busjes uit gekomen.

En dan kom je er tijdens het maken van dit verslag achter dat er van het voorspatbord op de motor gemonteerd geen foto’s zijn. Nou goed die komen dan later.

Tussendoor de remcilinders van een nieuw revisiesetje voorzien. De rubbertjes goed ingesmeerd met een speciaal vet, de zuigertjes er in geduwd op de plek en de positie zoals ze oorspronkelijk zaten. De remklauwen worden in elkaar gezet en zijn klaar om in de grondverf gezet te worden. De stoppertjes kunnen de komende kilometers hun zeer gewaardeerde werk weer gaan doen.

Voor veel schuurwerk gebruik ik een Black & Decker machine met een smal schuurbandje. Die dingen raken natuurlijk op en dus nieuwe besteld ergens rond 23 oktober 2022. Waar blijven die dingen toch? Een keer of 6 geïnformeerd bij het bedrijf. “Moet uit Engeland komen meneer en dat duurt wat langer.” Nou ze kwamen half januari 2023 binnen, namen noem ik niet das niet fair.

Nu ze toch binnen zijn, nog maar weer eens wat beter op de uitlaatbochten schuren. Die moeten roestvrij zijn om er vervolgens hittebestendige laklagen op te zetten. Er komt immers wrap omheen en daar wil je geen roest doorheen hebben. Het verdeelstuk is wel goed maar ook behoorlijk aangetast, bovendien is het een lastig ding om goed te kunnen schuren.

Inmiddels de carburateurs van de cilinderpartij losgehaald. En dat ziet er natuurlijk ook weer behoorlijk aangetast uit. Nou ben ik op de bruiloft van de dochter van een goede vriend de buitengewoon aardige Sonny, ook een motorrijder, tegen gekomen. Afin, we kwamen aan de praat over het een en ander en Sonny bood aan de carburateurs ultrasoon te reinigen. Dat is fantastisch natuurlijk. Alhoewel het werk al gedaan is heb ik ze op het moment van schrijven van het verslag nog niet in huis. Op de foto’s zien ze er in ieder geval prachtig uit. Kanniewachte. Sonny bedankt.

Er moeten nog bevestigingshaken op de collector gelast worden, waaraan de veren van de uitlaten bevestigd worden. Het geluk bij deze collector is dat de pijpen waar de uitlaat op geschoven wordt al enigszins omhoog wijze en dat past goed bij het ontwerp.

Hoe het rempedaal zo mishandeld is weet ik niet, maar de hele zijkant is er uit. Met hout en opsluiten tussen de bankschroef een heel klein plaatje er in gelast. Vervolgens vijlen en met de ijzerzaag de streepjes en blokjes herstellen en het pedaal is weer in orde. Klaar om bij de verzameling “te verchromen” te leggen.

Dan komen we aan bij het driehoekje in het frame. De vraag is open laten, een ovale plaat, ronde plaat of gaas er in. Alle opties zijn in karton uitgeprobeerd en ik ben tot de conclusie gekomen dat een smal aluminium frame met gaas er in het best bij het scrambler uiterlijk komt. De opzet is ook om die lelijke accu en die rempot te camoufleren.

Dus fröbelen om een zo smal mogelijk frame te maken en bevestigingspunten zoeken. Moest alleen onderin de V van het frame een plaatje lassen en de zaak kan er in geschroefd worden. Het is alleen niet makkelijk om de bovenste schroefjes vast te krijgen, dus wanneer ik het frame kaal heb gereed om te schilderen zal ik moertjes in het frame lassen.

In het kader van “wie wat bewaart heeft wat”. De stukje gaas zijn afkomstig van het filter van een afzuigkap. Het gaas is er met een tweecomponentenlijm in gezet. Het geheel wordt zwart gespoten.

Van de kartonnen mal is nu de aluminium onderplaat voor het zadel gemaakt.

 Hier ziet u de ingrediënten van het bestaande XJ zadel die gebruikt gaan worden voor de bevestiging van het nieuwe zadel. Past netjes en sluit goed. Volgende fase is naar de zadelmaker met de onderplaat en de mal voor de vorm van het zadel.

Nu zijn we bij de tank aangekomen. Daarover meer in het volgende verslag, waarin ook meer over het dikke achterwiellager en de vorkpoten.  Veel leesplezier en tot de volgende. Met vriendelijke groet, Jan Braber.

Dikker is beter

Eind november publiceerden we al dit artikel met daarin de uitleg en crowdfunding voor het nieuwe motorboek ‘Avontuur om de hoek’ van Paul Weekers. Inmiddels is dat gewenste bedrag van € 9.000 al overschreden en we lazen vandaag dit bericht van de uitgever:

Wat is beter dan één motor in je garage?
Simpel: twee motoren in je garage!

Wat is beter dan 240 pagina’s vol gefotografeerde reisverhalen?
Ook simpel: 264 pagina’s vol verhalen van de weg.

Als deze crowdfunding de €10.000,- grens gaat aantikken dan wordt ook dat een waarheid. En denk nu niet dat je dan alleen 24 opvulpagina’s met foto’s extra krijgt. Nee, je krijgt gewoon twee extra verhalen, 10 extra dagen ‘on the road’ met Paul Haalt Verhaal.

Dus doe je ding en ‘feed this pig’:

//www.voordekunst.nl/projecten/19932

1978, de vierde race van Hans Koopman

(geschreven door Hans Koopman)

Het was mijn vierde race ooit. We schrijven 1978 Hilvarenbeek, de Olof races. Ooit begonnen als afstudeerproject van Tilburgse studenten. Ik was toen redacteur bij het maandblad Motorsport dat in aanloop naar deze wedstrijd een grote uitvouw poster van die wedstrijd in het blad meenam.

De baan was de rondweg in het Safaripark Beekse Bergen. Ik vond het een prachtig circuit. Gadegeslagen door mijn helpsters Mieke en Rita begon ik zo groen als gras aan de training. De klasse 250 cc Nationaal had toen nog gemiddeld zo’n 70 (!) deelnemers en ik werd, ook tot mijn eigen verrassing, als vierde gekwalificeerd, een positie die ik ook in de wedstrijd behaalde. Mijn motor was een zeer professioneel geprepareerde Yamaha TZ250D, die ik had overgenomen van Hans Rebel. Deze prachtige herinnering heb ik te danken aan weer een andere motorvriend Henk de Jongste, die toen op de tribune zat een bijgaande foto maakte. Eerste startrij rechts, de blauw-witte motor met startnummer 68.

(Deze tekst is geschreven door Hans Koopman.)