( Vandaag verslag nummer 23 in onze serie COOS OP REIS. Coos van der Spek reist drie maanden op zijn motorfiets door Zuid-Europa en brengt ons bijna dagelijks verslag uit. Ook van de rustdagen…)
De zon schijnt en het waait. Rap mijn laarzen en handschoenen op het terras zetten. Binnen drogen ze maar niet. En anders moet ik hier eeuwig blijven…
Overdag de ramen op een kiertje zetten voor een betere ventilatie is helaas géén optie. In deze caravan zitten ‘digital windows’ : het is nul of één, de ramen zijn óf volledig open óff volledig dicht. Dus zijn ze dicht. Ik vertrouw niemand.
Ontbijt in de zon op een plastic stoeltje. Drie hele sinaasappels gaan er in zo’n kingsize glas. Met een broodje Spaanse ham, café Americano en iets dat een mix is van een creme brulee en een puddingbroodje. Voor…vijf hele Portugese euro’s. Wat een tof land.
Vandaag staat een relaxte dag op de planning. Factor 50, korte broek aan, vijftien kilometer langs het strand wandelen, van de zon genieten, schoenen en sokken uit en op een terrasje in mijn blote teentjes een beetje om mij heen kijken. Uh, gewoon lekker gepensioneerd zijn en geen reet doen. Gôh, hoe zou het bij de DAS in Amsterdam zijn? Of bij ISS in Utrecht? Of bij Campina Melkunie in Rotterdam of Den Bosch? Vast heel goed. Ze rooien het wel zonder mij. En anders niet.
Vandaag ben ik drie weken op reis. De tijd vliegt echt voorbij. De vrijheid en het niets hoeven, is het mooist. Elke dag doen wat ik zelf wil. Geen planning, geen deadlines, geen budget, geen overleg, geen onderhandelingen, geen aanpassingen, geen rapportages, geen beloning of straf, geen stress. Niks. Wel elke dag een verslag natuurlijk. Nog steeds.
Drie keer per dag op mijn gemak uit eten. ‘s Morgens een broodje, ‘s middags een salade en ‘s avonds een vissie, een pasta of iets vegetarisch. Tussendoor een expreszo, een ijsje, een biertje, een appeltje of sinaasappel, wat noten of een wijntje. En ergens in mei weer thuis, of zo. Als ik zin heb. Maar….het gaat allemaal wel heel erg snel. Soms mij ietsje te snel.
Op de camping staan campers, campers en campers. De campers op de foto’s behoren tot de derde categorie. Daar schuiven ze de keuken naar buiten en slepen ze hun auto’s en motoren in aanhangers mee. Er staat zelfs een camper met een eigen zendmast. Haha, nee hoor, dat is niet waar. Die mast is van een telefoonbedrijf.
Over fantaseren gesproken: het schijnt dat kater Tijger thuis op mijn troon zit, de macht heeft overgenomen, de ramen met kranten heeft dichtgeplakt en het huis te koop heeft gezet. Tijger heeft de foto’s van al die lekkere poesjes gezien en wil emigreren naar Portugal, hoor ik van de buurvrouw. Nou ja, als mijn laarzen nou toch nog nat zijn, kan hij gelijk ff nieuwe….
THE MESSIAH WILL COME AGAIN
Ik wandel door Albufeira en loop, onderweg naar het strand, een donkere tunnel door. Ik hoor prachtige tonen van een elektrische gitaar. De gitarist zit op een stoepie aan het andere einde van de tunnel en speelt handig in op de natuurlijke nagalm van de tunnel. Bij het ene nummer denk ik aan Joe Bonamassa, bij het andere nummer aan David Gilmour, dan hoor ik Santana maar ook Roy Buchanan, Gary Moore etc. Hij speelt gepassioneerd. Zijn bluesnummers trekken als een zwoele, hete wind langs de vochtige, koele stenen van het schaduwrijke tunneltje. De zon schijnt onbarmhartig aan de hemel, ik zit te bakken in de zon, maar…het kippenvel staat op mijn armen. Wat een prachtige muzikant en wat een vreselijk mooie nummers. Ik koop een paar meter verderop een lekkere koffie en zit ruim een uur eerste rang. Hij blijft spelen! Ik geef de muzikant geld. Hij bedankt. Maar deze mijnheer speelt niet voor wat euro’s, hij speelt gewoon voor zichzelf. Oh, wat begint deze dag weer goed. Hij kan niet meer kapot. Wat word ik hier vrolijk van. Wat een mooi leven is dit. Al gaat het nu sneeuwen, ik krijg die grijns niet meer van mijn gezicht.
Net als ik mijzelf dwing om te gaan wandelen, speelt hij hartverscheurend The Messiah Will Come Again (1972). Mijn muziekvrienden weten precíes wat ik bedoel en wat ik dan voel…
Bijna veertig jaar geleden hoorde ik dit nummer voor het eerst op de radio. Ik belde prompt de andere dag naar de studio van Veronica om te vragen wat ik in vredesnaam had gehoord. Het was de orginele versie van Roy Buchanan. Wat een geweldig mooi nummer.
Ik heb vandaag een herinnering aan mijn reis toegevoegd. Dat koude tunneltje, de prachtige muziek van die gepassioneerde muzikant en de bulderende golven aan het zonnige strand. Onuitwisbaar. Wôw! Wat een belevenis.
Even een korte impressie?
TENSLOTTE
Weleens gehoord dat iedereen ergens op de wereld een dubbelganger heeft? Ik vang vanavond een een tikkeltje aangeschoten Engelsman op. Hij struikelde over zijn eigen schoenen. Ik kijk hem aan en … potver, het is nét mijn overleden vader. In het echt lijkt hij nog meer als op de foto. Zo’n bijzondere ervaring!
Lekker dagje vandaag. Er gebeurt altijd wat. Het is net een project….
Morgen ga ik een dagje motorrijden. Ik heb vreselijk veel zin!”


















Mijn naam is Anita de Beer. Oorspronkelijk kom ik uit Nederland, waar ik in teveel plaatsen heb gewoond om op te noemen. Als laatste in Spijk boven in Groningen. Vanaf 2012 woon ik samen met mijn man op
Ik wilde mijn rijbewijs halen in 2006 nadat ik voor het eerst achterop bij Arthur op zijn Suzuki 600 zat. Dat was niks voor mij achterop. Dan kun je niet bepalen hoe of waar je heen gaat. Toen kochten we op de veiling een Honda 400. Een degelijke motor om mee te beginnen. De eerste term naar Aruba in 2007 namen we beide motoren mee in de container. Al gauw trokken de vele Harley Davidson motoren onze aandacht. In 2008 had Arthur zijn Fat Boy gekocht en mijn Sportster costum kreeg ik in 2009.
Ik ben zeker een mooi weer rijder. Hier op Aruba kan je dus bijna het hele jaar door rijden. In de regenperiode ligt er veel zand op de wegen en vallen de gaten in het wegdek. Dan laat ik hem mooi staan. Het is hier ook te warm voor beschermende kleding en dus geen hele pakken voor mij. Het eiland vraagt niet om hard rijders, want je wil toch ook wat zien onder weg.
In Colombia zijn we van Cartagena via Caucasia door Medellin naar Pereira gereden. Dwars door de bergen en langs gevaarlijke wegen. Dan zit je 1 dag 11 uur op de bike om op tijd bij het volgende besproken hotel aan te komen. Veel avonturen hebben we beleefd en zeker last gehad van de corruptie daar. Maar enorm genoten en veel gezien. Een aanrader maar wel in een groep anders is het niet veilig.
Ik wil nog even kwijt dat het jammer is dat in Europa de motor-clubs zijn verboden. Hier op de Caraïbische eilanden is het treffen altijd één groot feest. Geen toestanden gewoon vriendschappen en zo moet het zijn toch?! Zodra het covid gebeuren het toelaat hebben we vast weer een treffen hier en dan is echt iedereen welkom. Verhuurbedrijven zijn er genoeg die bikes klaar hebben staan. Ik zou zeggen: Kom eens mee rijden!