Tag archieven: motorverhalen

Floris Lok en zijn BMW R100R Mystic

Wie ben jij? Waar kom je vandaan?

Ik ben Floris Lok (59) en ben geboren en getogen in Amsterdam, waar ik nog steeds woon.

Heb je vroeger eerst brommer gereden? 

Zelf had ik geen brommer, wel reed ik soms op de Peugeot 103 van m’n moeder.

Wanneer kocht jij jouw eerste motorfiets en wat voor een motor was dit?

M’n eerste motor was een Yamaha XT500 die ik in 1989 na lang zoeken vond.

Een heerlijke karaktervolle motor maar na een paar jaar wilde ik toch iets meer power en kwam een tweedehands BMW R100GS in zicht. Die was veel geschikter voor de tochten door Zuid-Europa die ik met vrienden maakten.

In 1995 werd ik op slag verliefd op een BMW R100R Mystic. Daar rijd ik nog steeds op.

Ben jij een “mooiweer-rijder” of een “door-rijder”?

Ik heb altijd het hele jaar door gereden, nog steeds. Ook omdat ik de motor behalve voor de fun, altijd veel gebruikt heb voor m’n werk. De koudste rit was toen ik eind 1992 met een vriend naar Berlijn reed om daar Oud & Nieuw te vieren. Allebei op onze GS’en. Halverwege de rit begon het heftig te sneeuwen. Al snel lag er een dik pak op de Autobahn. Totaal verkleumd kwamen we Berlijn binnen. Daarna nooit meer zo’n verre wintertocht gemaakt, haha.

Stel: je wint een flinke prijs in de loterij. Wat voor motorfiets zou je dan kopen?

Dan zou ik toch eerst een garage kopen, want dat mis ik het meest. Als ik op dit moment een andere motor zou kopen, zou dat een Harley Sport Glide zijn. Laatst een stukje op gereden en is toch wel erg leuk met zo’n dik trillend blok.

Wat was de mooiste rit die je ooit reed?

Een zes weken lange rit naar het zuidwesten van Turkije, die ook nog eens via allerlei omwegen verliep, was onvergetelijk.  Maar met m’n vrouw (op haar Triumph Legend) laatst door zuid-Duitsland was ook prachtig. Iedere motortrip vind ik geweldig.

Staat er nog een bijzondere toertocht op je bucket-list?

We fantaseren wel eens over Japan. Maar dan zal je daar motoren moeten huren en ik doe dat toch liever op m’n oude boxer.

Denk je al aan een volgende motorfiets?

Vaak, proefritjes nu en dan, maar het komt er uiteindelijk nooit van.

Wat heeft motorrijden jou gebracht in je leven?

Vooral heel veel plezier. Ontzettend veel van Europa ontdekt; plekken die ik anders nooit gezien had. Na al die jaren vind ik nog steeds iedere meter op de motor leuk.

Wat heb ik je niet gevraagd, en wil jij mogelijk toch nog kwijt?

Ik vertelde dat ik sinds 1995 op een BMW R100R Mystic rijd, maar wie hem ziet zal er echt geen Mystic meer in herkennen. Zo’n tien jaar geleden kwam ik op het punt om hem óf te verkopen óf hem helemaal op te knappen en aan te passen aan mijn wensen. Dat laatste heb ik gedaan. Ander motorzadel, ander subframe, ander stuur, andere kleur, andere koffers, andere tellers, etc. Pas nu is het een motor waar ik helemaal tevreden over ben.

Bescheiden prulwerk

Een column van onze motorvriend en schrijver Roland Oomens. Hier een vorig verhaal van hem en afgelopen zaterdag kregen we dit motorverhaal van hem binnen. Alle andere verhalen vind je door onderaan dit artikel op de GROENE TAG Roland Oomens te klikken.


‘Amper waard om te delen met die lezers’,
zo meldt De Lange Man, maar hij begint toch te vertellen.

 

Als na lamlendige weken van verkoudheid de fut weer terug komt in zijn lijf en bol, en de buitentemperatuur langzaam beter wordt, komt De Lange Man in actie. Hij is zijn lamlendig gedrag beu, genoeg bank gehangen, genoeg tv gekeken, genoeg bier gedronken zonder echt dorst gehad te hebben.

Met een naderend motorseizoen wordt het tijd zijn K-75 wat aandacht te geven. De olie die 8600km geleden ververst werd heeft inmiddels een stevig deel van Europa gezien. Ze werd opgejaagd door het duistere lawaaierige motorblok maar mocht telkens bij het passeren van het kijkglaasje even buiten kijken.

Ze werd er blij van, haar hele 3,5 liter heeft mooie dingen gezien. Maar nu is het afscheid daar. De volledige 3,5 liter verlaat het BMW-lichaam. Er is in al die kilometers niets opgestookt, een onbegrijpelijk gegeven.

Verse 20W50 half synth gutst het blok in tot het kijkglaasje pakweg 80% volgelopen is.

De spiebanen bij het cardanhuis worden blootgelegd, ze blijken nog redelijk vettig te zijn na 8600km, tuurlijk wat vet weggeslingerd. Met een tandenborstel krijgen alle ribbels weer een mooi vet wit jasje en het spul kan weer op zijn plek.

De voorspatbordverlenger die een dag voor de grote 2024 tocht binnen kwam werd toen niet meer gemonteerd en kon toen dus zijn werk niet doen, hij zal zich nu moeten gaan bewijzen.

Het zwarte Bridgestone rubber kan nog een kleine 1000km mee maar zal binnen 6 weken vervangen worden want De Lange Man heeft een vierdaagse solotocht met Pasen in gedachten.

Het onderhoudslogboek van de K75 in het Haynes-boek is vol, een A4-tje wordt toegevoegd.

De Lange glimlacht, ‘laat het voorjaar maar snel komen’. Hij trekt een biertje open, hij heeft van dat middagje prullen dorst gekregen.

BMW K-75, 1994, km-stand 110.067

Breda, zaterdag 1-3-2025

Meer verhalen van Roland lezen?  Je vindt ze door onderaan dit artikel op de GROENE TAG Roland Oomens te klikken, en scrollen dan maar.

Marokko, een schitterend avontuur op de motor

Onze trouwe schrijver Hans den Ouden schrijft in een uitgebreid artikel waarom Marokko een prachtig land is voor mooie motorreizen. Hij reist met zijn vrouw Dia de hele wereld rond en in dit verhaal een verslag van hun laatste motortrip. Meer lezen? Check hun Facebook groep.

Marokko is dichtbij. Het is een prachtig land om te bezoeken op de motor. Wij zijn er nu twee keer een maand geweest in december en januari. Als je er heen gaat, hou er dan wat betreft je motorkleding rekening mee dat het in de zomermaanden erg warm kan zijn en dat het in de bergen in de winter kan sneeuwen en ook best wel koud is.

Wanneer naar Marokko?

De beste periodes om naar Marokko te gaan op de motor zijn de maanden maart t/m mei en september t/m november. Voor eventueel offroad rijden is het najaar beter omdat het dan droger is dan in het voorjaar.

Ramadan en horeca

Ook iets om rekening mee te houden is de Ramadan, dan zijn overdag de restaurants vrijwel allemaal gesloten en kan er alleen voor zonsopgang en na zonsondergang gegeten worden in restaurants.

Kamperen en hotels

Je kan in Marokko ook kamperen, maar de meeste campings, die wij zagen, waren vooral gericht op campers en eventueel caravans. De ondergrond is meestal hard en zanderig. Wij kamperen niet in Marokko, de hotels zijn veel goedkoper dan in west Europa, variërend van €25 tot €50 voor een tweepersoonskamer per dag. Het scheelt een hoop bagage. De meeste wegen zijn van goede kwaliteit, maar door onderhoudswerkzaamheden rij je soms stukken over gravel. Je kan Marokko op elke soort motor rijden, we zagen Goldwings en H-D cruisers. Wij kozen deze keer voor onze Suzuki Vstroms. Dia heeft een 650XT en ik heb een 800DE.

 De reis er naar toe en eventueel vervoer van de motor 

Je kan je motor er natuurlijk heen rijden, maar je kan hem ook per vrachtwagen naar Malaga sturen. Rij je zelf, zoals wij deze keer deden en mijdt je zoveel mogelijk de snelweg, dan ben je er in een dag of acht. Over de snelweg is het 2500 kilometer en zou je het in ongeveer vier dagen kunnen doen.

Stuur je de motor naar Malaga per vrachtwagen, dan ben je met Nordcargo vanaf Klundert op de Moerdijk ongeveer €420 kwijt voor een enkele reis. Neem je een retour, dan kost het wat minderper reis. Je kan al je bagage, dus ook je motorpak, helm en laarzen met je motor meegeven op een pallet, dat kost niets extra. Zelf ga je dan per vliegtuig. Desgewenst komt iemand je ophalen op de luchthaven, het is maar een paar kilometer, maar er zit een rivier(bedding) tussen en het is een snelweg. Dus lopen gaat niet.

Vanaf Malaga is het twee uur rijden naar Algeciras, waarvandaan de ferris vertrekken. De ferries van vier verschillende maatschappijen varen allemaal meerdere keren per dag naar de diverse havens in Marokko. Afhankelijk van welke route je kiest, ben je in een tot anderhalf uur in Marokko. Je kan met de ferry naar Cueta, Tanger Med en Tanger. Cueta is een Spaanse enclave, dus dan is de grensovergang een eindje verderop. Als je via Tanger of Tanger Med reist, dan is de douane al op de ferry aanwezig en kan je ook vast je motor aanmelden en laten registreren. Daarbij krijg je dan een klein papiertje uitgereikt wat je weer in moet leveren als je het land verlaat. Dat is belangrijk want anders is je motor nog in Marokko, volgens hun administratie en mocht je ooit nog terugkomen, al is het op een andere motor, dan heb je een uitdaging. De motor wordt gekoppeld aan het nummer dat ze in je paspoort schrijven (een soort BSN voor buitenlanders). Overigens werd bij ons afgelopen jaar in Tanger Med bij vertrek de informatie in een tablet ingevoerd en werd het papiertje dat we in Cueta hadden gekregen niet ingenomen. Dat wisselt dus per haven.

Je motor wordt adequaat vastgezet door de medewerkers van de ferry. Meestal is de zee erg rustig, maar soms staan er redelijke golven als het de dagen ervoor hard gewaaid heeft. Je kan een open retour kopen, bijvoorbeeld bij Africa Morocco Link, dat is goedkoper dan twee enkele reizen.

Waarom naar Marokko?

Er zijn adembenemende landschappen, zoals in het Atlasgebergte, de woestijn, bijvoorbeeld bij Erg Chebbi en er is een kust met plaatsen als Agadir en Essaouira. Daarnaast zijn er fascinerende steden, zoals Chefchaouen (de blauwe stad) Fez, Meknes, Marrakech enz. met middeleeuwse medina’s en kasbahs. Het is Afrika ‘light’, je bent wel in Afrika, maar het is toch heel anders dan de landen die er ten zuiden van liggen.

Er zijn prachtige motorroutes om te rijden, met talrijke bochten.

De meeste wegen zijn van goede kwaliteit en buiten de steden is het erg rustig. In de steden moet je wel alert zijn in het drukke verkeer, vooral op de vele rotondes. Al onze routes staan op MyrouteApp en op openbaar, dus wil je een leuke rondreis maken, dan kan je daar de routes downloaden. Zie de link onderaan.

Onderweg

Wij reden de laatste keer vanaf de ferry naar Chefcahouen, de blauwe stad. Het hotel Parador ligt aan de rand van de medina en daar kan je heerlijk dwalen door de nauwe straatjes met talloze winkeltjes. Natuurlijk probeert iedereen je wat te verkopen, maar echt opdringerig is het allemaal niet.

In Fez, wat overigens een grote stad is, met 1,2 miljoen inwoners, mag je de leerlooierijen niet missen.

Via Azrou reden we naar Beni Melal. Onderweg kom je door Ifrane, daar zijn de huizen gebouwd in Zwitserse steil, het is een wintersportoord als is er maar tien kilometer piste. Het ligt op een hoogte van 1655m. Het is een van de schoonste plaatsen ter wereld. Vlakbij ligt het Ifrane National Park waar in de prachtige cederbossen de berberapen over de weg lopen. Laat je daar overigens geen pelpinda’s aansmeren, om ze te voeren, door ‘behulpzame’ figuren, want dat kost je zo maar €15-20.

Onze route eindigde in Beni Melal en daarvandaan reden we naar Marrakech, een prachtige route door de bergen met grotendeels vers asfalt. Wij vinden de medina van Marrakech niet zo heel boeiend. Het hotel, Moroccan House ligt vlak bij de uitvalswegen, dus dat is fijn. Het is een leuk hotel, gebouwd als riad. Marrakech is ook een grote, drukke stad met ruim 1 miljoen inwoners. We maakten vanuit Marrakech een rondrit door de bergen. Een prachtig gebied met schitterende uitzichten. Er is nog wel veel schade te zien aan de huizen, na de aardbeving in 2023.

Mooiste routes in Marokko

Na Marrakech reden we naar Taroudant, dat is een van de mooiste routes in Marokko. Het is de weg naar de Tizi ’n Test pas op 2100m. Deze route is echt genieten van prachtige uitzichten en fraaie bochten, al was de route in onderhoud toen wij er waren. Boven op de top van de berg ligt een leuk restaurantje waar je een heerlijke Berberomelet kan eten.

Na Taroudant besloten we naar de  kust te rijden, in Agadir omdat het daar altijd lekker weer is, zo rond de 20ºC in januari. Lekker om een paar dagen te ontspannen. We namen daarna de route weer op richting Tafraoute.

Geen restaurants…

Eenmaal in de bergen werd het feest. De omgeving is schitterend en de weg is goed en slingert omhoog naar 1700m. Een strakblauwe lucht en een temperatuur oplopend tot 25°C maakte het feestje compleet. In de middag zagen we ook nog drie gazellen. Helaas gingen ze er te snel van door om ze te kunnen fotograferen. Dit, grotendeels door mensen verlaten gebied, is echt een paradijs voor motorrijders. Je moet er wel rekening mee houden dat op dit traject vrijwel geen restaurants zijn en je dus je eigen lunch moet meebrengen.

En dan naar Ait Benhadou waar de films zijn opgenomen, zoals Gladiator 1&2 en Game of Thrones en nog vele andere. Het is leuk om er een uurtje doorheen te wandelen. Dan naar de Tizi ’n Tichka een prachtige route weer door de kloof van de rivier en dan de bergpas. Dit is een nogal toeristisch gebied, maar desalniettemin prachtig. In Demnate zagen we een guesthouse langs de weg. We parkeerden de motoren in de eetzaal, waar we de volgende morgen ook ontbeten. Het uitzicht uit de kamer over de vallei was prachtig en de zonsondergang was ook een feestje. De volgende morgen reden we naar N’kob. De route is schitterend en gaat door de hoge Atlas. De bergdorpjes zijn veelal verlaten en de kasbah’s waar je langs rijdt zijn vervallen. De omgeving is echter prachtig. We stopten voor de lunch in het welvarende Ouarzazate, waar de filmstudio’s zijn.  De Atlas studio is de grootste filmstudio ter wereld. Ook de weg tussen Ouarzazate en N’kob is een feestje om te rijden. Geleidelijk verlaat je de hoge Atlas, maar N’kob ligt nog altijd wel op 1500m hoogte. We verbleven in de Kashbah Ennakb, een authentiek Marokkaans hotelletje.

De weg van N’kob naar Merzouga is saai, op de loslopende kamelen na. We verbleven in Merzouga/Hassiabiad in het hotel Camel’s House, dat ons was aangeraden. We reden de volgende dag met Mohammed van het hotel met zijn Landcruiser de woestijn in. Een bijzondere ervaring.

De woestijn is overweldigend.

Je bent snel buiten de bewoonde wereld en het was er ongelooflijk stil. Mohammed verzorgde ook de lunch. Hij maakte een berberpizza. Dat is een dubbelgevouwen pizza, zoals een pizza calzone en die wordt dan onder de grond gebakken. Ik was verrast dat er geen as of zand meer op zat toen hij weer uit de bodem werd gehaald. Hij smaakte prima. Ooit was hier een zee, tienduizenden jaren geleden. Op sommige plaatsen vind je dan ook fossielen van allerhande schelpen en andere zeedieren. Ook zijn er op veel plaatsen nog witte plekken door het zout wat is neergeslagen.

De weg naar Tinghir is saai en lang. Het plan was om twee dagen te blijven, maar na een nacht in het eerste hotel verhuisden we naar een ander. Dat eerste hotel had bedden zo hard als beton, het was er stervenskoud en er was geen warm water. Het was wel goedkoop. We verhuisden daarom naar Hotel Tomboctou, dat had dan weer heerlijke bedden en een warme douche. Het hotel heeft ook een garage. Hoewel in Tinghir de grootste zilvermijn van Afrika is, is het een wat armoedig plaatsje. Na de verhuizing reden we de 40 kilometer lange Todra of Togda kloof in. De bergen daarna zijn indrukwekkend, kaal en hoog. We reden tot op 2700m. Het was koud, de temperatuur zakte naar 0°C en we zagen een paar sneeuwvlokjes neerdwarrelen. Het beoogde tankstation vonden we niet, zodat we na verloop van tijd ons wat zorgen begonnen te maken. In een dorpje vonden we een man die benzine verkocht. Beide motoren werden gevuld met 10L uit een jerrycan en het bleek ook nog maar €1 per liter te kosten. Even verder zagen we een leuke restaurant voor de lunch, we aten er een authentiek Marokkaans gerecht met kip, ei en een salade. We waren evenwel zo koud geworden dat we besloten om te keren en nog een dag te blijven zodat we de volgende dag de Gorge du Dades konden rijden. De rit daar naar boven is vermakelijk, hoewel er niet meer dan 13 bochten zijn waarvan ongeveer de helft haarspeldbochten zijn. Bovenaan stopt iedereen om de verplichte foto te maken. Daarna is het landschap prachtig. Op een gegeven moment kun je linksaf naar Imilchil en rechtsaf over de bergen terug naar Tinghir. Die weg is nieuw en prachtig. Sommige stukken zijn nog niet helemaal klaar, maar het is goed berijdbaar gravel. Na ongeveer 10 km begint het asfalt weer en toen ik een bocht omkwam reed ik de schaduw in en daar lag ijs. Mijn voorwiel gleed meteen weg en ik sloeg tegen de vlakte. Gelukkig was alleen het schakelpookje verbogen en had ikzelf ook geen schade.

Van Tinghir reden we naar Midelt. Een deel van die route is prachtig, door de bergen, langs een rivierbedding, die je af en toe kruist. Op de meeste plaatsen staat de rivier echter droog. Het hotel, Riad Villa Midelt was prima, maar niet heel goedkoop.

Midelt ligt op 1400 meter en het was er dan ook weer frisjes. Van Midelt reden we door het cederbos bij Azrou weer naar Fez. Onderweg zagen we deze keer veel apen. Fez ligt op 215 m hoogte en het was er dan ook aangenaam warm met 20ºC. We reden nog een keer naar Chefcahouen, de prachtige blauwe stad (foto onderaan artikel), waar we onze Duitse vrienden ontmoetten die met een camper op reis waren door Marokko.

Na nog een dagje lanterfanten reden we naar de ferry in Tanger Med. Vandaar vaar je in anderhalf uur naar Algeciras. We waren 25 dagen in Marokko. Dia zei de laatste dag: ‘We gaan hier zeker nog een keer heen.’ We keken naar het weer in Spanje en Frankrijk en zagen dat het overal regende. Daarom gingen de motoren terug met Nordcargo en wij namen het vliegtuig.

Hier staan onze routes:

//www.myrouteapp.com/profile/routes/1025443#-1/datetime/asc

 

Motorkleding testen

(Een motorverhaal van Coos van der spek)

Op mijn eettafel ligt een lange ToDo-lijst. Van ouwe meuk naar de stort brengen, het gras maaien, een formulier i.z. mijn zonnepanelen invullen tot een pasfoto laten maken voor een nieuw paspoort.

Máár….het is mooi weer. Het zonnetje schijnt en ik hoor mijn motor in de garage erbarmelijk kermen: ‘Ik wil d’r uit, ik wil een stukkie rijden!’

Dat snap ik wel. Ze is eenzaam. Mijn lief en ik hebben onlangs de garage opgeruimd en schoongemaakt, dus het galmt daar van de ledigheid.

Een stukje motorrijden. Mmmm. Dat komt mij eigenlijk wel goed uit. Ik kocht namelijk, samen met Joke, voor een hele mooie prijs een nieuw Rukka Armacor Stretch motorpak en een nieuwe Schuberth C5 helm. En dit is een toffe dag om alles effe te testen.

Een half uur later dender ik door polders. Ik zing in mijn potje. De zon buldert aan de hemel. Mijn zonnepanelen maken mij rijk terwijl mijn BMW en ik wat liters fossiele brandstof aan de frisse lucht offeren. Een een kleine twee uur later zit ik in mijn favoriete viswinkel Schmidt Zeevis in Rotterdam twee heerlijke haringen naar binnen te douwen. Wat een traktatie.

Ik gluur naar iemand met een glaasje witte wijn. Maar alcohol en motorrijden gaan absoluut niet samen. Daarnaast zijn Joke en ik de hele maand november alcoholvrij.

De Schuberth helm knelt nog wat van de nieuwigheid. Heb ik altijd met een nieuwe helm. Dat komt omdat ik een raar hoofd heb. Het komt wel goed. Met die helm, hè. Mijn hoofd blijft zo.

Het motorpak is gelamineerd en zalig warm. Dat komt goed uit, want het wordt mijn winterpak. Er zit zo’n los donzen jasje in, een soort ski-jack. En de buitenjas is voorzien van een borstprotector. Extra veiligheid kun je gewoon in de winkel kopen.

Na 150 km zet ik de motor in de garage.
We zijn allebei weer opgeladen en zielsgelukkig….

Van Medemblik naar Macedonië

De gasten van De Motor Podcast  reizen over de hele wereld. Dat is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Daarom in deze aflevering ‘De Medium Motor Trip’; net even verder dan een rondje Zwarte Woud, of een tocht door de Ardennen, waar overigens niets mis mee is.

Serge komt uit een motorfamilie waar vader, moeder en zijn broer motorrijden. Hij kreeg het met de paplepel ingegoten dus. Zijn motorreis is gegaan naar een plek in Europa, waar je doorgaans toch niet zo heel snel voor kiest: Macedonië. De terugreis ging door het relatief arme Albanië, dat toch verrassende kanten blijkt te hebben.

Verder in deze podcast ook nieuws voor de Vrienden van De Motor Podcast want die hebben een streepje voor! Op zaterdag 5 oktober organiseren ze een exclusieve meeting voor 50 Vrienden. Voor de tijdelijke ‘Bike Shed’ staat er dan een frietkraam met de lekkerste snacks. Voordat ze gaan snacken en een aflevering van De Motor Podcast opnemen, kun je ook nog een mooie motortocht maken. Als Vriend ben je er gratis bij. Ben je nog geen vriend van De Motor Podcast klik dan hier.

Heb je geen Spotify?
Ga dan naar: //demotorpodcast.nl/hoe-luisteren/